Logo Doing Business
Doing Business
Laatste update: 31 januari 2012. Aantal bezoekers op deze pagina sinds 31 juli 2008:
5,620 bezoekers (4 vandaag, 43 deze week, 25 deze maand, 240 dit jaar)

Bedrijfseconomische-begrippen.nl

bedrijfseconomische-begrippen.nl / bedrijfseconomischebegrippen.nl

Synoniemen - Homoniemen - Misconcepties - Anglicismen - Afkortingen

 
  A     B     C     D     E     F     G     H     I     J     K     L     M     N     O     P     Q     R     S     T     U     V     W     X     IJ     Z  
 
Portals   /   Onderwijsportaal.nl   /   Universiteit.nl   /   Vacatures
Zie ook:   bedrijfseconomische-modellen.nl   en:   vakdidactiek-bedrijfseconomie.nl
 
 
logo Vacatures en Advertenties
Overzicht vacatures
Homepage

Langlopende schulden

Lasten

Lening

Leveranciers

Licentie

Limiet-order

Liquidatie

Liquidatiekas

Liquide

Liquide middelen

Liquideren

Liquiditeit

Logistiek

Lump sum

Vakdidactische termen
Leerstijl

Leren leren

Lezen

Afkortingen
LBO

LIFO

LTIP

Omschrijving van de begrippen met een L
Langlopende schulden
  1. Verkregen krediet of geleend geld waarvan de verplichting tot terugbetaling langer is dan een jaar {Externe Verslaggeving}.
  2. Verkregen krediet of geleend geld waarvan de verplichting tot terugbetaling langer is dan vijf jaar {Externe Verslaggeving}. Dit geldt met name als er ook middellange leningen in het geding zijn.
  3. Synoniem: lang vreemd vermogen {Interne Verslaggeving}.
Lasten
  1. Alle bedragen die in de loop van het jaar leiden tot een afname van het eigen vermogen van een niet-commerciële organisatie [euro] (vormt dan een begrippenpaar met baten) (kameraalstijl). De lasten staan credit in de boekhouding, net zoals de betalingen per kas of giro.
  2. Betalingen van een niet-commerciële organisatie na correctie voor ‘ vooruit betaalde bedragen’ en ‘nog te betalen bedragen’. Dus het bedrag aan betalingen dat zou ontstaan als iedereen zijn rekening op tijd zou betalen [euro] (kameraalstijl).
  3. Fictieve geldoverdrachten van de gewone dienst naar de kapitaaldienst bij niet-commerciële organisaties ten einde de afschrijving op vaste activa te simuleren [euro] (nieuwe kameraalstijl). Deze betalingen zijn geen kosten, want net als kasuitgaven worden ze credit in de boekhouding opgenomen, terwijl kosten debet staan.
  4. Werkelijke kosten die in mindering komen op het eigen vermogen van een onderneming, bijvoorbeeld interestlasten [euro/periode] {Bedrijfsadministratie} (vormt enerzijds een begrippenpaar met (interest-) baten, maar anderzijds ook een begrippenpaar met (interest-) kosten).
  5. Alle kosten in een winst- en verliesrekening die in scontrovorm is opgesteld [euro/periode] {Externe Verslaggeving, zie: model G en model H). (Ook hier staat een specifieke betekenis van de term baten tegenover, waardoor er sprake is van een begrippenpaar.).
    Synoniemen: kosten {Interne Verslaggeving}, werkelijke kosten {Kostencalculatie}.
  6. Uitgaven die periodiek plaats vinden [euro] (juridisch en volksmond), zoals woonlasten (vormt dan een begrippenpaar met kosten in de betekenis van ‘overige uitgaven’ die gedaan worden).
Lening
Afspraak over het gebruik van geld (chartaal of giraal) voor een bepaalde tijd, tegen een vaste vergoeding (= de rente op de lening) [euro]. Na het verloop van de afgesproken tijd moet het geleende geld terugbetaald zijn en de rente moet ook betaald zijn.

Leveranciers
Leveranciers zijn personen of bedrijven waar je goederen (of diensten) kunt bestellen die zij aan jou leveren. Op de balans staan ze als Handelscrediteuren of vallen ze onder de meer algemene post Crediteuren.

Licentie
Het recht om een product of dient waar een andere rechtspersoon octrooi of eigendomsrechten op heeft, commercieel te gebruiken op basis van een financiële of materiële vergoeding. Licenties behoren tot de immateriële vaste activa.

Limiet order
Type order binnen de effectenhandel waarbij de opdracht wordt gegeven om de beursorder uit te voeren binnen de opgegeven limiet voor de prijs. Bij verkoop gaat de effectenhandelaar tot verkoop over zolang de prijs boven de opgegeven limiet ligt en bij aankoop gaat de effectenhandelaar tot koop over zolang de prijs onder de opgegeven limiet ligt.
 
Liquidatie
  1. Verrekening of afwikkeling van een transactie die is afgesloten (o.a. termijnmarkt).
  2. Opheffing van een zaak door deze liquide te maken, d.w.z om te zetten in liquide middelen.
  3. Opruimen van een tegenstander (niet economische betekenis).
Liquidatiekas
Kas die gebruikt wordt om transacties in de termijnmarkt af te wikkelen door gebruik te maken van onderlinge verrekeningen.

Liquide
  1. Contant, opvorderbaar.
  2. In staat om direct aan betalings- en aflossingsverplichtingen te voldoen.
  3. Vloeibaar (niet economische betekenis).
Liquide middelen
Betalingsmiddelen, zoals contant geld (kas) of giraal tegoed (banktegoed of girotegoed) die onder de activa op de balans staan. Bij de Externe Verslaggeving vallen de liquide middelen onder de vlottende activa. Kijk voor een toelichting bij: bedrijfseconomische-modellen.nl, maar bij de interne verslaggeving staan ze als aparte post op de balans.

Liquideren
  1. Verrekenen of vereffenen van vorderingen.
  2. Een onderneming opheffen met onmiddellijke ingang: omzetten in liquide middelen.
  3. Uit de weg ruimen, omleggen (niet economische betekenis).
Liquiditeit
  1. De mate waarin een onderneming in staat is om op korte termijn (< enkele maanden) aan haar betalings- en aflossingsverplichtingen te voldoen.
  2. De mate waarin een vordering opeisbaar is.
  3. Som van de primaire en secundaire betalingsmiddelen {Algemene economie}
  4. Maatstaf voor de mogelijkheid van een onderneming om op korte termijn (< enkele maanden) aan haar betalings- en aflossingsverplichtingen te kunnen voldoen {Externe verslaggeving}. Instrumenten zijn:
    - current ratio
    - quick ratio
Limiet-order
Type order binnen de effectenhandel waarbij de opdracht wordt gegeven om de beursorder uit te voeren zodra de koers op een vooraf vastgestelde prijs (de trigger) komt. Bij de koop van effecten geeft de limiet het maximum aan waarvoor de order uitgevoerd mag worden. Bij verkoop van effecten geeft de limiet het minimumbedrag aan waarbij een transactie mag plaatsvinden.

Andere typen van orders zijn: bestens-order, stoploss-order en stoplimiet-order.
 
Logistiek
Activiteiten die gericht zijn op opslag van grondstoffen en gereed product, transport, dienstverlening aan klanten en management om de activiteiten efficiënt en effectief te laten verlopen. Kortom alle activiteiten om de keten van grondstof in huis halen tot producten afleveren bij de klanten te beheersen.

Lump sum financiering
Financiële regeling van de overheid waarbij instellingen (bijvoorbeeld voortgezet onderwijs), die gefinancierd worden door de overheid, jaarlijks een bedrag krijgen op basis van het aantal prestaties (bijvoorbeeld aantal leerlingen dat ingeschreven staat bij de onderwijsinstelling) waarmee zij alle activiteiten moeten financieren. Er is dus geen aparte pot voor deelterreinen zoals huisvesting, ict en personeelslasten, maar de middelen zij voor alle deelterreinen samengevoegd. De directie heeft daardoor de vrijheid om te beslissen over de verdeling van de middelen over de deelterreinen. Zie ook: outputfinanciering.

Vakdidactische termen
Leerstijlen
Je natuurlijke aanleg om kennis te verwerven. In extrema zijn er vier vormen waarmee kennisoverdracht tot stand kan komen. In werkelijkheid zul je van alle vier wat mee moeten nemen om de juiste studiehouding te vinden:
  1. gericht op reproductie van kennis: je denkt dat je de stof kent als je kunt herhalen wat er in de paragraaf staat die je zojuist bekeken hebt;
  2. gericht op de betekenis: je denkt dat je de stof kent als je snapt wat er staat en als je verbanden kunt leggen met dingen die je eerder leerde;
  3. gericht op toepassing van kennis: je denkt dat je de stof kent als je verwacht dat je alle vragen kunt beantwoorden die de docent op het tentamen kan stellen;
  4. ongerichte leerstijl: je hebt geen idee hoe je de stof moet leren, je experimenteert wat of je vraagt de docent steeds wat belangrijk is en twijfelt dan nog.
Binnen het probleem-oplossingsproces komen de eerste drie vaardigheden terug:
  • de oriëntatie is gericht op reproductie van kennis,
  • de vaststelling van de oplossingsstructuur op het achterhalen van de betekenis en de verbanden tussen grootheden,
  • de formulering van een oplossingspad door de toepassing van de verworven kennis in een praktische situatie.
En als je vastgelopen bent en niet meer weet hoe je verder moet, kun je altijd nog wat gaan experimenteren of kun je de docent om ingangen vragen.

Leren leren
Leren is een vaardigheid waar je over na kunt denken. Hoe moet je leren en hoe moet je studeren? Welke strategieën pas je toe? Moet je een tekst tweemaal doorlezen voor je hem kent? Moet je zelf een samenvatting maken of werkt een samenvatting die je koopt net zo goed?

Het gaat erom dat je je bewust bent van de manier waarop je een tekst leert. En hoe gaat het bij het maken van vraagstukken? Begin je direct met rekenen, of neem je de tijd om te lezen? Lees je het hele vraagstuk voor je begint te werken, of lees je niet verder dan de eerste vraag? Neem je de tijd voor de analyse van het vraagstuk of begin je eerst te rekenen en ga je pas nadenken als je vastgelopen bent?

Leren leren begint bij het nadenken over de manier waarop je studeert. Daarna kijk je hoe je je aanpak kunt verbeteren en of je systematiek kunt brengen in je werkwijze.

Lezen
‘Kijk toch wat er staat’, is een gevleugelde uitspraak van docenten, terwijl zij wijzen naar de letters op papier. Maar dezelfde letters roepen bij de docent andere associaties en andere beelden op dan bij de student. Lezen bestaat namelijk uit drie elementen: waarnemen, interpreteren en aanvullen.
  • waarnemen: kijken naar de woorden die op papier staan of naar de lijnen die in een grafiek getekend zijn;
  • interpreteren: vaststellen wat voor type situatie er is en vanuit welke subdiscipline je werkt, waardoor je de betekenis van de woorden kunt vaststellen;
  • aanvullen: ontbrekende stukjes tekst toevoegen of impliciete vooronderstellingen expliciet maken.
Een goede oriëntatie bestaat voor een groot deel uit goed lezen.

Afkortingen
LBO (Anglicisme)
LBO staat voor: Leveraged Buy-Out. In een LBO wordt de onderneming die overgenomen wordt als onderpand gebruikt bij leningen om de overname te financieren.

LIFO (Anglicisme): Last In, First Out
Een methode van voorraadregistratie waarbij de goederen waarvoor als eerste een factuur is ontvangen ook als eerste in de boeken komen te staan bij verkoop. Dit kan leiden tot verschillen tussen de economische voorraad en de technische voorraad, omdat vaak toch de exemplaren die het laatst binnengekomen zijn vooraan komen te staan in magazijn en als eerste worden uitgeleverd. Deze methode staat tegenover de FIFO-methode: First In First Out.

LTIP (Anglicisme)
Long-Term Incentive Plan: een beloningssysteem om werknemers te motiveren door beloningen op de lange termijn.
 
Begin   |    Universiteit.nl   |    Onderwijsportaal.nl   |    Vacatures-in-het-onderwijs.nl
 
De bedoeling van deze website
Deze pagina is onderdeel van de website bedrijfseconomische-begrippen.nl. Dit is een website die gekoppeld is aan www.bedrijfseconomische-modellen.nl en geeft inzicht in de manier waarop economen werken met homoniemen, synoniemen en misconcepties. Vooral opgaven in bedrijfseconomische leerboeken bevatten vaak simpele en daardoor onjuiste begrippenstructuren. Het motto van deze site is dan ook: "Leren omgaan met slordig woordgebruik".

De site bedrijfseconomische-modellen.nl biedt een overzicht van fundamentele en consistente begrippenstructuren en relateert die aan subdisciplines in de bedrijfseconomie. Ook staan er complicaties vermeld die samenhangen met homoniemen en synoniemen die eigen zijn aan de taal. Economen zijn ze echter slecht bewust van die homoniemen en synoniemen, waardoor allerlei modellen door elkaar gehaald worden.

De site bedrijfseconomische-begrippen.nl is ook onderdeel van het Onderwijsportaal. Uitgangspunt van het onderwijsportaal is dat u sites rechtstreeks kunt benaderen door trefwoorden in te tikken met www. ervoor en .nl erachter. Vaak zijn er meer URL’s beschikbaar om een pagina te benaderen. Zo kunt u deze site niet alleen via www.bedrijfseconomische-begrippen.nl bereiken, maar ook via www.bedrijfseconomischebegrippen.nl.

Mocht u tips of hints hebben dan ontvangen wij die graag via webmaster onderwijsportaal
 
Copyright © 1998 by Stichting Onderwijsportaal, Adviesbureau CASA en anderen
Wij volgen het privacy-beleid van Google en zijn niet verantwoordelijk voor het selecteren van de advertenties in de Google vakken.
Registratienummer Adviesbureau CASA: KvK Rijnland: 28083873 / BTW NL0698.39.517.B01
Dossiernummer Stichting Onderwijsportaal: KvK Rijnland: 28092786 / BTW-nummer 8106.36.025
Webmaster: Fons Vernooij
Leveringsvoorwaarden: zie bijgaand document