| Waarde |
- Getal, de kwantitatieve betekenis van een grootheid. Elke grootheid bestaat uit een naam, een waarde en een eenheid. De eenheid geeft betekenis aan het getal dat de waarde weergeeft (vaak wordt de eenheid aangeduid als de dimensie). Voor nadere informatie zie de publicatie: De toetsende tucht van de dimensieanalyse.
- In de betekenis van gebruikswaarde: de emotionele betekenis die iemand toekent aan een product of dienst.
- In de betekenis van ruilwaarde:een schatting van het geldbedrag dat een product of dienst in het economisch verkeer kan opbrengen. Bijvoorbeeld: de waarde van een huis in bewoonde staat is anders dan de waarde van een huis dat vrij opleverbaar is [euro/stuk].
- Misconceptie: de prijs. De prijs kan in bepaalde situaties wel een indicatie zijn van de waarde, maar een product kan boven of onder zijn waarde verkocht worden, al naar gelang de situatie. Een gestolen fiets heeft doorgaans een grotere waarde dan een heler er voor betaalt.
|
| Waarde in het vrije economische verkeer |
Waarde die een gebouw heeft in een situatie dat het zonder huurverplichtingen of andere claims verhandeld kan worden op de vrije markt [euro per stuk]. Zodra een gebouw verhuurd is, heeft het ook een huurwaarde. De marktwaarde is dan een afgeleide van zowel huurwaarde als waarde in het vrije verkeer al naar gelang de kracht van de huurrechten.
|
| Waardecreatie Zie ook: economic value added |
- Er is ten principale sprake van waardecreatie als het bedrijfsresultaat positief is na verrekening van zowel het interest vreemd vermogen als een vereist rendement op het eigen vermogen. Dus als alle vermogenskosten (cost of capital) in rekening zijn gebracht.
Synoniem: overwinst (residual income) [euor/periode] {Bedrijfseconomie}
Synoniem: winst [euro/periode] {Micro-economie}
- Echter voor echte waardecreatie zijn nog meer correcties nodig, zoals verwerking van de geldontwaarding, verschillen in boekhoudmethode, risico's e.d.
- Stiojging van de contante waarde van een onderneming.
|
| Waardestuwer (of Value-driver) |
Vairabelen binnen het bedrijfsproces die zowel in financiële als niet-financiële zin invloed hebben op het proces van waardecreatie.
|
| Waardevermindering |
Afname van de waarde van vaste of vlottende activa in het economisch verkeer. Deze waardevermindering kan geconstateerd worden via impairment volgens de regels van IFRS. De waardevermindering moet wel duurzaam zijn, waarbij duurzaam de term is die de RJ gebruikt. In de volksmond gaat het om bijzondere waardeverminderingen.
|
| Weerstandsvermogen |
- Grootheid die het CFV in het leven heeft geroepen om de levensvatbaarheid van een woningcorporatie of verbinding (van een woningcorporatie met andere rechtspersonen) te beoordelen {Externe verslaggeving voor niet commerciële organisaties}. Zij voert deze beoordeling uit met behulp van de ‘Methodiek financiele beoordeling corporaties’ die zich richt op de waardering van de vaste activa en een risico-analyse.
- Het weerstandsvermogen valt uiteen in drie concepten:
- Het gepresenteerde weerstandsvermogen: dat wat voorvloeit uit het volkshuisvestingsverslag van een woningcorporatie of een verbining waar de woningcorporatie deel van uit maakt.
Berekening: Eigen vermogen + egalisatierekening + voorziening onderhoud + overige voorzieningen - immateriele vaste activa - herwaarderingsreserve (= verschil actuele waarde en historische kostprijs).
- Het gecorrigeerde weerstandsvermogen: aanpassingen vanuit het CFV om alle woningscorporaties op eenzelfde vergelijkingsbasis te brengen.
Berekening: Gepresenteerd weerstandsvermogen + of - correcties in de bedrijfswaarde + of - correcties in de rentabiliteitsvoet. Zowel bij de berekening van de bedrijfswaarde als de omvang van de uitstaande verplichtingen kan er een verschil zijn tussen de gehanteerde disconteringsvoet en de rentevoet van leningen, zoals het CFV die hanteert.
- Het minimaal vereiste weerstandsvermogen: op basis van een zestal risicofactoren bepaalt het CFV het weerstandsvermogen dat minimaal noodzakelijk is voor een woningcorporatie of de verbinding waar zij deel van uitmaakt.
- Er is sprake van voldoende weerstandsvermogen als het gecorrigeerde weerstandsvermogen groter is dan het minimaal vereiste weerstandsvermogen.
|
| Werkelijke interestkosten |
Werkelijke interestverplichtingen over het vreemde vermogen toegerekend aan een periode [euro/periode] {Interne verslaggeving}.
Synoniem: betaalde rente {Jaarverslaggeving}; interestkosten {Financiering}; interestlasten {Bedrijfsadministratie}; interest vreemd vermogen {Bedrijfsadministratie}; rentelasten {Externe Verslaggeving}.
|
| Werkelijke kosten |
- Waarde die een ondernemer opoffert tijdens het productieproces uit te drukken in periodekosten [euro/periode] {Kostencalculatie}.
- Synoniem:feitelijke kosten
- Synoniem: kosten (indien er geen sprake is van toegestane kosten, dan is het ook niet zinvol om over werkelijke kosten te praten).
|
| Werkkapitaal |
- (Bruto werkkapitaal): som van alle vlottende activa inclusief de liquide middelen.
- (Netto werkkapitaal): som van alle vlottende activa inclusief de liquide middelen minus alle vlottende passiva {Externe Verslaggeving} (zie balansmodel C van de wettelijke modellen) bij bedrijfseconomische-modellen.nl. Dit bedrag is dus gelijk aan het Eigen Vermogen plus het Lang Vreemd Vermogen minus de vaste activa.
- (Geïnduceerd netto werkkapitaal): som van alle vlottende activa inclusief de liquide middelen minus alle vlottende passiva voor zover die vanuit de omzet geïnduceerd zijn {Financiering}.
|
| Werkzaam vermogen |
- Vermogensbehoefte op basis van het totaal der activa: som van geïnduceerd vermogen en autonoom vermogen.
- Vermogensbehoefte voor zover niet verzorgd door geïnduceerd vermogen, d.w.z. door vermogen dat uit leverancierskrediet is voortgekomen. Deze vermogensbehoefte moet verzorgd worden door autonoom vermogen.
|
| Wettelijke reserve |
Wettelijk (artikel 365 van Titel 9 2BW) voorgeschreven posten die aangeven welk bedrag geactiveerd is voor oprichtingskosten (c.q. uitgaven), emissiekosten (c.q. emissieuitgaven) en R- en D- kosten (c.q. uitgaven). Deze bedragen moeten in maximaal 5 jaar afgeschreven worden, zodat ze geleidelijk verdwijnen van de debet- en creditzijde van de balans.
|
| Winst |
- Algemene term om een positief bedrijfsresultaat te omschrijven [euro/periode] {Financiering}.
Bij de financiering gaat het om winst voordat er een bedrag is berekend als vergoeding voor het eigen vermogen. Dus alleen de interest vreemd vermogen is in mindering gebracht op het resultaat voor aftrek van interest. (Accounting concept of profit)
- Algemene term om een bedrijfsresultaat te omschrijven als het positief is [euro/periode] {Micro-economie}.
Bij de micro-economie gaat het om winst nadat er een bedrag is berekend als vergoeding voor het eigen vermogen. Dus dan zijn de vermogenskosten in volle omvang van het resultaat voor aftrek van interest. (Economic concept of profit)
Synoniem: overwinst, economische waarde, EVA of waardecreatie [euro/periode] {Bedrijfseconomie}
- Algemene term om een bedrijfsresultaat te omschrijven, ongeacht of het positief of negatief is [euro/periode] {Micro-economie}.
Voorbeeld: TW = TO - TK, ofwel de Totale Winst = Totale Opbrengst - Totale Kosten
Synoniem: overwinst, economische waarde, EVA of waardecreatie [euro/periode] {Bedrijfseconomie}
- Synoniem: nettowinst [euro/periode].
- Synoniem: nettowinstopslag [euro/stuk].
- Synoniem: brutowinst [euro/periode].
- Synoniem: brutowinstopslag [euro/stuk].
|
| Winst per aandeel (WPA) |
- Nettowinst per aandeel: nettowinst gedeeld door het gemiddeld aantal uitstaande aandelen. Prestatiemaatstaf (performance criterium) voor de vergelijking van ondernemingen [euro/periode/aandeel, gemakshalve uitgedrukt als: euro/aandeel].
- Synoniem: Earnings per share (EPS). {Externe Verslaggeving}
|
| Winst voor belasting |
Bedrijfsresultaat na verrekening van de rentelasten en rentebaten en voordat de vennootschapsbelasting eraf gaat [euro/jaar] {Financiering}.
Synoniem: resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening {Externe Verslaggeving}. Kijk voor een toelichting bij het eenvoudige model van de resultatenrekening en de wettelijke modellen.
|
| Winstdeling |
- Beloning van werknemers op basis van afspraken vooraf over een percentage in de nettowinst van het bedrijf als aan bepaalde condities is voldaan. Engels equivalent: profit sharing.
- Beloning van werknemers op basis van afspraken vooraf over besparingen op de kosten of andere voordelen die behaald zijn in het productieproces. Engels equivalent: gain sharing.
|
| Winstegalisatie |
Bewuste en vrijwillige acties van het management om de stijgingen en dalingen in de winst te herleiden tot een langzaam stijgend winstverloop. Winstegalisatie is dus de tegenhanger van Big Bath accounting.
|
| Winstmanipulatie |
De keuze van een bestuurder om een beleid te voeren dat voorbij gaat aan de wettelijke regelingen en dat streeft naar het realiseren van een vooropgezet doel, bijvoorbeeld winstegalisatie. Winstmanipulatie is dus een tegenpool van winststuring.
|
| Winststuring |
De keuze van een bestuurder om een beleid te voeren dat binnen de wettelijke regelingen streeft naar het realiseren van een vooropgezet doel, bijvoorbeeld winstegalisatie. Winststuring is dus een tegenpool van winstmanipulatie.
|
| Winstval |
- Afname van de winst in een bepaalde periode, vergeleken met een vorige periode [euro/periode] {Financiering}.
- Omslag van winst naar verlies in een bepaalde periode, vergeleken met een vorige periode [euro/periode] {Financiering}.
|
| Winstwaarschuwing |
- Mededeling van een bedrijf dat de werkelijke winst lager zal uitvallen dan de voorspelde winst {Financiering}.
- Mededeling van een bedrijf dat de verwachte winst waarschijnlijk uitdraait op een verlies {Financiering}.
|
| Woningcorporatie |
Een woningcorporatie is een is een organisatie die zich zonder winstoogmerk richt op het bouwen, beheren en verhuren van betaalbare woonruimte. Zij kunnen de vorm hebben van een vereniging of stichting. De taken van de woningcorporaties zijn door het Ministerie van VROM geregeld in het Besluit Beheer Sociale Huursector (BBSH). Woningcorporaties kunnen verbindingen aangaan en moeten daarom jaarlijks een volkshuisvestingsverslag uitbrengen naast hun eigen jaarverslag.
|
| WOZ-waarde |
Waarde zoals die in de wet WOZ (Waardering Onroerende Zaken) benoemd staat. Gemeenten moeten vanaf 2007 jaarlijks de WOZ-waarde van woonhuizen, kantoorpanden, sportterreinen, e.d. via taxatie vaststellen om een uniforme basis te creëren voor diverse soorten van belastingen. De WOZ-waarde is doorgaans een bepaald percentage (60% tot 80%) van de waarde in het vrije economische verkeer. Daarmee komt de waarde in de buurt van de marktwaarde van gebouwen.
|
| Vakdidactische termen |
| Wiskundige benadering |
Een aanpak waarbij de gevraagde grootheid vervangen wordt door X en waarbij zoveel als mogelijk is substitutie van de tussenresultaten plaatsvindt. Daardoor behoeven deze niet meer berekend te worden. Het PAD levert één vergelijking op met één gevraagde grootheid.
Deze aanpak is vooral effectief bij contraire vraagstukken, omdat door gebruik van de letter X het hele omgekeerde oplossingspad vervangen wordt door die ene vergelijking. De wiskundige benadering levert minder cijferwerk op dan de rekenkundige benadering, maar helaas ook minder inzicht.
De tussenresultaten hebben bedrijfseconomisch meestal ook betekenis. Zo zal een handelaar niet alleen zijn nettowinst willen weten, maar ook zijn brutowinst. En hij wil inzage in zijn kosten, zodat ook de berekening van de bedrijfskosten verloopt via tussenresultaten, die allemaal informatie opleveren over de afzonderlijke kostencategorieën.
|
| Afkortingen |
| WPA: winst per aandeel |
Dat wil zeggen: de nettowinst per aandeel, zie: winst per aandeel.
|
| WSW: Waarborgfonds Sociale Woningbouw |
Fonds dat, om goedkope financiering van de sociale woningbouw mogelijk te maken, borg staat voor de financiering aan woningcorporaties ten behoeve van geldgevers.
Vergelijk: Nationale Hypotheek Garantie (NHG), waarmee particuliere woningbezitters een rentekorting kunnen bedingen.
|