Homepage Portal
logo-FV
Persoonlijke homepage
Leren Leren
Proefschrift
Vakdidactiek BE
Artikelen en boeken
Bedrijfseconomie algemeen
M&O
Algemene economie
Overzicht publicaties
Historische boeken
Leermiddelen
Publications in English
Adviesbureau CASA
Laatste update fons-vernooij.nl: 10 mei 2017.
Fons Vernooij
FONS-VERNOOIJ.NL

Vakdidactiek M&O /

Bedrijfseconomie, ondernemerschap en financiële zelfredzaamheid

 

Artikelen van Fons Vernooij

Zie ook: Vakdidactiek bedrijfseconomie

Overzicht van onderwerpen waar artikelen u artikelen van kunt downloaden

  Vernieuwing van M&O / Bedrijfseconomie: ondernemen staat centraal
  Economische noties en misconcepten
  Goed lezen als vaardigheid
  Dimensies en eenheden
  Boekhouden of informatie-analyse
  Nieuwe media in het onderwijs
  De ontwikkeling van M & O als vak
  Baten en Lasten

Vernieuwing van M&O / Bedrijfseconomie: ondernemen staat centraal

  1. Bedrijfseconomie, Ondernemerschap & Financiële zelfredzaamheid:
    Terug naar de vorige eeuw?

    (2015). Tijdschrift voor het Economisch Onderwijs, nr 1.

    Bespreking van het definitieve advies voor de verandering van het vak M&O. De eerste aanblik biedt een boeket aan disciplines. Dat lijkt aantrekkelijk. Een beetje financiering, een stukje kostencalculatie, een vleugje marketing, een snufje externe verslaggeving, aangevuld met persoonlijke financiën, wat ondernemersdenken, een scheutje micro-economie en het ineen schuiven van commerciële en niet-commerciële organisaties. Een compleet programma voor de algemene ontwikkeling van leerlingen. Bedrijfseconomie als algemeen vormend vak.

    Mooier kan toch niet? Helaas, elke discipline heeft zijn eigen jargon en die jargons botsen met elkaar. Homoniemen en synoniemen gaan weer voor verwarring zorg dragen. De bijlage met modellen uit het leerplan Management & Organisatie is door de commissie geschrapt. Deze modellen hebben niet alleen tot doel om consistentie aan te brengen tussen al die begrippenapparaten, maar ook om een logische samenhang aan te brengen binnen de verschillende disciplines.

    De begripsverwarring uit de tijd van de oude vakken Handelswetenschappen en Economische Wetenschappen II keert terug. Leerlingen haken weer gedesillusioneerd af. „Ja maar mijnheer, in het vorige hoofdstuk hebben we toch geleerd dat …” „Niets mee te maken, leren omgaan met slordig woordgebruik”, dat oude motto dreigt weer het nieuwe motto van het vak te worden.
     
  2. Bedrijfseconomie & Ondernemerschap: What's in a name?
    (2014). Tijdschrift voor het Economisch Onderwijs, nr 6.

    De vernieuwingscommissie M&O heeft niet alleen een voorstel voor een aangepast programma ontwikkeld, maar ook een nieuwe naam bedacht. Inmiddels heeft ze die naam al gewijzigd. In het concept-advies ging het om Bedrijfseconomie & Ondernemerschap, maar in het definitieve advies is dat Bedrijfseconomie, ondernemerschap en finciële zelfredzaamheid geworden. Volgens de voorzitter van de commissie, de heer Arnoud Boot dekt de naam M&O de lading niet en bovendien zal dit vak al snel Bedrijfseconomie gaan heten. Maar waarom zou je het vak niet gewoon Ondernemen noemen? Dat verbindt alle elementen.

    Maar What's in a name? Er zit veel in een naam, maar er zit ook heel veel in de historie van een naam. Bedrijfseconomie, lijkt heel aantrekkelijk, maar bij de invoering van de tweede fase is in de Tweede kamer een motie met algemene stemmen aangenomen die een einde maakte aan het vak Bedrijfseconomie. Herinvoering van die naam zou wel eens tot onverwachte en ongewenste resultaten kunnen leiden als een kamerlid die motie weer ophaalt. Het lijkt goed om eerst even stil te staan bij de totstandkoming van de naam M&O voordat de knoop wordt doorgehakt. Ook over de invulling met keuze-onderwerpen is discussie mogelijk op basis van historische argumenten.
     

Economische noties en misconcepten

  1. Over het begrijpen van begrippen
    Economische noties en misconcepten
    (2015). Factor D. 33e jaargang, nummer 1.

    In nummer 3 van de 32e jaargang van Factor D stonden twee artikelen met dezelfde ondertitel: "Over het begrijpen van begrippen". Dan moeten die twee artikelen wel iets met elkaar te maken hebben. Wat is het verband tussen 'Economische noties' en 'Conceptual change'? Wat is de betekenis van misconcepten in de vakdidactiek voor de economische vakken?

    Mijn definitie van misconcept zou zijn: “Een misconcept is het oordeel van een deskundige dat iemand anders het concept (c.q. de grootheid) toepast op een manier die in de gegeven situatie niet correct is”. In andere woorden, een deskundige is van mening dat er een mis-fit bestaat tussen enerzijds de naam, de berekeningswijze en/of de eenheid die hoort bij een grootheid en anderzijds de economische notie die in de gegeven situatie van belang is. Het gaat dus om een driehoeksverhouding tussen de grootheid in gebruik, de economische notie en de situatie.

    Conceptual change; 'Een kwestie van tijd?'
    Over het begrijpen van begrippen
    Marcel Hazewindus, Dick Sablerolle en Wim Vis. (2014). Factor D. 32e jaargang, nummer 3.
     
  2. Economische noties
    (2014). Factor D. Tweeëndertigste jaargang, nummer 3.

    "Ach wat maakt het uit of er omzet staat of verkoopprijs, als je maar begrijpt wat ze bedoelen". Dit is een van de meest opmerkelijke uitspraken geweest die ik opving tijdens het afnemen van hardop-denk-protocollen tijdens mijn promotie-onderzoek.

    Kennelijk gaat het voor deze leerling niet om de naam van de grootheid, maar om iets wat achter de naam schuil gaat. Iets wat mede afhankelijk is van de context. Iets wat begrip van de situatie vereist om tot de juiste interpretatie van een term te komen. Kennelijk gaat het om een economische notie. Het denken vanuit deze invalshoek leidde mij ertoe mijn inzichten over begrippen te herzien.
     
    Nog een keer over begrippen, afspraken en boekhouden
    Frank Hordijk
    (2014). Factor D. Tweeëndertigste jaargang, nummer 1.
    Dit is de reactie van Frank op het artikel over Begrippen: per stuk of in paren en daarmee de inleiding tot het stuk over Economische noties.
     
  3. Begrippen: per stuk of in paren?
    (2013). Factor D. Eenëndertigste jaargang, nummer 2.

    "Het examenprogramma voor M&O is terzake duidelijk genoeg, maar brengt tegelijk een bijna bizarre begripsverwarring tot stand". Zo schreef Frank Hordijk in zijn voortreffelijke artikel 'Boekhouden - als basis voor een betere toepassing van begrippen'. En hij gaat daarna in op citaten als: "inkomsten en uitgaven herleiden tot een staat van baten en lasten" en "uitgaven en ontvangsten herleiden tot kosten en opbrengsten ...." Echter, zoals uit de tekst al blijkt, gaat het niet om losse begrippen, maar om begrippenparen. Het is aardig om te kijken hoe dit perspectief nader is uit te werken.

    Voor de handelsondernemingen was het volgende stelsel van basisbegrippen afgesproken:
    - uitgaven en ontvangsten;
    - betalingen en inkomsten;
    - kosten en opbrengsten in ongedateerde perioden (dus als rekengrootheden);
    - kosten en opbrengsten in gedateerde perioden (dus gekoppeld aan een kalenderjaar).

    Nu is het vreemde dat iedereen van een auteur verwacht dat hij zijn begrippen eenduidig definieert en vervolgens zo gebruikt. Maar het aandragen van eenduidige definities in een leerplan leidt tot fel verzet. Desalniettemin wil ik toch een poging wagen om aan te geven waarom deze indeling nuttig is.

Goed lezen als vaardigheid

  1. Onwrikbare fenomenen
    (2011). Tijdschrift voor het Economisch Onderwijs, nr 6.

    Onderwijs bestaat uit meer dan het overdragen van logische kennis. Onderwijs bestaat ook uit het reproduceren van eeuwenoude onlogische gedachtengangen. Die komen niet voort uit wetenschappelijke overwegingen, maar uit didactische: het is niet logisch, maar wel praktisch. In een vorige bijdrage is het onwrikbare fenomeen besproken dat een percentage een 'deel van het geheel' zou zijn. In dit artikel staan nog enkele andere voorbeelden.

    De enige manier om goed om te gaan met dit soort onwrikbare fenomenen is 'goed lezen'. Goed lezen bestaat uit drie onderdelen: waarnemen wat op papier staat, aanvullen met informatie die er niet staat en vervolgens interpreteren wat de spreker of schrijver bedoelt met de gegeven tekst in de gegeven situatie.
     
  2. Zelfstandig leren lezen
    (2012). Factor D. Dertigste jaargang, nummer 2.

    Vraagstukken zijn allemaal gebaseerd op een begrippennetwerk. Er is een reeks data die samengevoegd moet worden tot de waarde van de gevraagde grootheid. Soms zijn tussenstappen nodig, soms zijn de netwerken onderdeel van grotere netwerken en soms zijn de relaties vastgelegd in formules, zodat tussenstappen verdwijnen. Dat vereist een actieve vorm van goed lezen.

    Eerst moet voor de leerlingen duidelijk zijn om welke begrippen het gaat: wat zijn de data en welke grootheid moet berekend worden (waarnemen). Als er tussenstappen nodig zijn, moeten zij de namen van die tussenstappen toevoegen (aanvullen), Ook de relaties tussen de grootheden moeten zij vaststellen (aanvullen). Tot slot moeten de leerlingen een inschatting maken van de situatie (interpreteren) en de betekenis vaststellen van de begrippen in de gegeven situatie (interpreteren). Daarna kunnen zij aan de oplossing van het vraagstuk beginnen.
     
  3. Workshop Zelfstandig leren lezen
    Workshop op de studiedag voor economie en M&O op 16 november 2012.
    De presentatie is ook beschikaar als PowerPoint-2007-presentatie of als Keynote-presentatie

    Goed lezen bestaat eruit dat leerlingen (1) moeten waarnemen welke data beschikbaar zijn en wat de gevraagde grootheid is. Vervolgens moeten zij (2) deze termen aanvullen met de namen van de tussenresultaten en daarvoor is nodig dat zij (3) de situatie zo interpreteren dat zij samenhang ontdekken tussen alle grootheden. Daarna kunnen zij het juiste model formuleren voor de berekening van de uitkomst.

    Via aanschouwelijk onderwijs laat de workshop ervaren wat het is om een vraagstuk op te lossen als je nog niet weet hoe je het moet uitwerken en als je geen docentenhandleiding bij de hand hebt om de uitwerking op te zoeken. Verschillende typen vraagstukken komen aan de orde, onder andere de eendenhoeder die zijn waggel wil berekenen.
     
  4. Homoniemen
    (2012). Factor D. Dertigste jaargang, nummer 4.

    In nummer 3 van Factor D in 2012 schreef Wim van Kleef een stukje over synoniemen. Terecht merkt hij op dat dit verwarring oproept bij leerlingen. Tegelijk geeft hij aan dat slordig woordgebruik ook problemen geeft, maar dat homoniemen in de vakken economie en M&O nauwelijks voorkomen. Maar management is al een homoniem, want het kan slaan op de directie, maar ook op het leiden van een bedrijf. Ook organisatie is een homoniem, want het kan slaan op een instelling, maar ook op het organiseren van een instelling.

    Kijk ook eens naar het woord 'Economie', zoals dat in de krant en op televisie gebruikelijk is. Het schoolvak economie beslaat allemaal onderwerpen die in de economiebijlage van een krant niet voorkomen, terwijl de bijlage Economie van alles bevat dat thuis hoort in het vak management & organisatie. Homoniemen spelen wel degelijk een grote rol, maar het is onze vaardigheid in het interpreteren van woorden in hun context die ervoor zorgt dat we niet in de gaten hebben dat het homoniemen zijn. Die onbewuste kennis veroorzaakt verwarring bij de leerlingen.

Dimensies en eenheden

  1. Dimensieanalyse als basis voor een betere toepassing van begrippen
    (2013). Factor-D, 31e jaargang, 2013, nr 1.

    De oorzaak van de verwarring bij fundamentele begrippen als kosten en uitgaven zou wel eens kunnen liggen in een groot taboe onder bedrijfseconomen. Een taboe dat is samen te vatten in één term: dimensie-analyse. Docenten bedrijfseconomie plaatsen bij hun grootheden niet de eenheden die daarbij horen. Daardoor creëren zij zelf de verwarring bij leerlingen waar ze later tegen vechten moeten om het onderscheid tussen de resultatenrekening en de liquiditeitsbegroting helder te krijgen.
     
  2. De toetsende tucht van de dimensieanalyse
    (1993). Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie 67e jaargang, 1993, nr 10.

    Dit artikel gaat in op de wijze waarop bedrijfseconomen hun begrippenapparaat definiëren en hanteren. De invalshoek is de dimensieanalyse, zoals die door De Jong (1962) is uitgevoerd voor de algemene economie en door Finney (1997) voor de statistiek. Deze beide auteurs gebruiken de dimensionele analyse om na te gaan of gehanteerde formules consistent zijn en of gangbare redeneringen kloppen.
     
  3. Dimensieloos denken
    (1994). Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie, 68(9), 506-516.

    Citaat van een leerling waar de geheime taalvaardigheid van economen uit blijkt:
    "Ja, op een gegeven moment, ik bedoel als je die som maakt en je hebt een bedrag uitgerekend dan weet je uit jezelf gewoon waar het in het schema hoort. Dus het maakt voor jou niet uit of daar ‘verkoopprijs’ staat of ‘opbrengst verkopen’ of wat er dan ook staat, als je maar weet op welk plekje in het schema het staat en wat daar bij hoort. Dan kom je er vanzelf wel uit, denk ik."
     
  4. Zie ook: bedrijfseconomische-begrippen.nl
    Net als bij de natuurkunde zijn hier consequent eenheden toegevoegd aan de grootheden.

Boekhouden of informatie-analyse

  1. Boekhouden of informatie-analyse?
    (2012). Tijdschrift voor het Economisch Onderwijs. nr. 5.

    Een informatieproces begint bij het formuleren van vragen. Vervolgens bekijkt een informatie-analist welke data nodig zijn om die informatie te produceren. Dat leidt tot een proces van (1) verzameling van gegevens, (2) opslag van data, (3) verwerking van data en (4) comprimering van data tot informatie. Boekhouden is een proces waarbij de opbouw van het informatieproces in de loop der eeuwen tot stand is gekomen. Maar het boekhoudonderwijs identificeert zich teveel met de rol van boekhouder die de stappen (3) en (4) uitvoert. Beter zou zijn om het hele informatieproces te bestuderen en aan te geven welk boekhoudkundig inzicht noodzakelijk is om de financiele overzichten te begrijpen.
     
  2. Boekhoudonderwijs in havo en vwo?
    (2002). Lezing van Fons Vernooij op 16 mei 2002 in Ede voor de Vereniging van Leraren in de Handelswetenschappen. Geplaatst in Associatief in 2 delen: 2002, nr.4, blz. 8-9 en 2002, nr.5, blz. 12-13.

    Om de modernisering van de comptabele vakken ter hand te nemen zijn er vijf perspectieven:
    1. Aanpassingen in het huidige programma M&O
    2. Boekhouden als extra keuzemodule in de vrije ruimte
    3. Ondernemerschap als oriëntatie in de les
    4. Het invoeren van een financieel economisch management game
    5. De herinterpretatie van de leraar als ondernemende leraar
     
  3. Een project ‘beginselen van de administratieve verwerking’
    (1998) Tijdschrift voor het Economisch Onderwijs, jaargang 98, nr.4.

    In dit artikel wil ik een herhaalde poging wagen om een voorstel te doen voor een project van circa 40 uur waarin de beginselen van de administratieve verwerking aan bod komen in de vorm van een zelfstandig project ter verdieping van de bestaande stof. Alleen zal er wel een herbezinning nodig zijn op de doelstellingen van de bedrijfsadministratie als bron van informatieverzorging. Ook zal het nodig zijn om het boekhouden van zijn strakke keurslijf te verlossen en zo de essenties van de administratieve verwerking naar voren te halen.

Nieuwe media in het onderwijs

  1. Virtueel leren in het voortgezet onderwijs
    (2001). Tijdschrift voor het Economisch Onderwijs, nr.6, onder de titel: 'Nieuwe media in het Onderwijs'

    Het gebruik van nieuwe media zoals internet, e-mail en spreadsheets maakt het mogelijk om nieuwe leerdoelen binnen bereik te brengen. Het onderwijs kan gevarieerder worden, omdat meer leeractiviteiten aan bod kunnen komen. Die leeractiviteiten kunnen bestaan uit kennisverwerving en onderlinge communicatie, maar ook uit planning van het leerproces en motivering van de leerlingen.

    Voor het stimuleren van elk van die leeractiviteiten kan de docent nieuwe media inzetten. Maar het gaat dan niet zozeer om de media zelf, als wel om de functies die zij kunnen vervullen en om de complicaties die zij met zich meebrengen. Eigenlijk moet een docent zich bij elk medium voortdurend afvragen welke functies actief in gebruik zijn en welke ongebruikt blijven. Een soortgelijk onderscheid geldt voor de complicaties, want dat zich nieuwe complicaties kunnen voordoen is zeker. Het is beter daarop voorbereid te zijn, dan er door overvallen te worden.
     
  2. ICT en het onderwijs van de toekomst.
    Een toekomstperspectief aan de hand van de Johan Cruijff Academy
    (2000). Tijdschrift voor het Economisch Onderwijs, nr.1.
     
    De rol van ICT in het voortgezet onderwijs zal de komende jaren steeds belangrijker worden. Dat blijkt uit de ontwikkelingen die gaande zijn in het HBO. Vooral het studeren op afstand met behulp van de computer wint aan kracht dankzij de snelle groei die Internet doormaakt. De ontwikkelingen in het HBO zijn het voorland voor het voortgezet onderwijs. Vernooij beschrijft in dit artikel ontwikkelingen die zich voltrekken aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA).
     
  3. Introductie spreadsheets
    (1993). Lesmateriaal om de meest elementaire handelingen met spreadsheets te kunnen verrichten.
     
  4. De meerwaarde van spreadsheets in het economisch onderwijs
    (1991). Tijdschrift voor het Economisch Onderwijs, nr.10.
    Spreadsheets nemen het rekenen van de leerlingen over. Daardoor komen andere vaardigheden centraal te staan in de oplossing van vraagstukken. Die vaardigheden zij vooral gericht op het leren analyseren van een opgave en op het formuleren van een oplossing in algemene bewoordingen. In feite verschuift de opdracht aan leerlingen om het rekenen te vervangen door het leggen van de goede relaties tussen de onbekende en de gegevens die beschikbaar zijn.
     
  5. Spreadsheets as a medium to conceptualize mental models
    Fons Vernooij and Eric Visch, (1993). Paper presented at the 5th conference of the European Association for Research on Learning and Instruction, Aix en Provence

    While solving problems in business administration, students develop a mental model of these problems. Spreadsheets can be used to conceptualize these mental models, as the computer performs the calculations once the students have formulated the relationships between the data and the unknown. Investigations of these mental models showed mental processes, that are crucial in understanding the difficulties many students have in acquiring skills in business administration. They make it possible as well to predict the mistakes students make.

De ontwikkeling van M & O als vak

  1. De toekomst van het vak M&O
    (2003). Tijdschrift voor het Economisch Onderwijs. nr. 6.

    Vernooij gaat in dit artikel in op de kritiek op het programma M & O en geeft aan waarom naar zijn mening de problematiek van niet-commerciële organisaties van belang is. Hoe verleidelijk de verzoeken om meer bedrijfseconomie ook klinken, zij verliezen de rationale voor het vak M&O als vak binnen het algemeen vormend onderwijs uit het oog. (Zie voor de uitgebreide discussie het thema Baten en Lasten in een van de onderstaande blokken.)
     
  2. E-business: De leraar als internetondernemer
    (2001). Tijdschrift voor het Economisch Onderwijs Nr 1.

    Dankzij de komst van nieuwe media in het onderwijs kunnen docenten zichzelf meer gaan zien als ondernemer in educatieve diensten, dan als ambtenaar met een vast programma aan eenzelfde school. Internet biedt de mogelijkheid om een eigen raam naar de wereld te creëren en naast lesactiviteiten ook cursussen te verzorgen of lesmateriaal aan te bieden.
     
  3. De aanvaardbaarheidsvraag, een nieuw fenomeen
    Aanzet tot een discussie over de voorbeeldexamens M&O.
    (1999). Tijdschrift voor het Economisch Onderwijs, nr.2.

    Met tien vraagtypen heeft de CEVO gekozen voor een insteek via uniforme vraagstellingen voor alle gammavakken inclusief M&O. Een van de meest opvallende vraagtypen is de aanvaardbaarheids-vraag. Die toetst of leerlingen voldoende kritisch inzicht ontwikkeld hebben, maar dat vraagtype eist ook van docenten een kritische opstelling.
     
  4. Management en Organisatie, een nieuw vak
    (1998). Tijdschrift voor het Economisch Onderwijs, nr. 5.

    Fons Vernooij was zowel lid van de vakontwikkelgroep Economie als van de expliciterings-commissie Management & Organisatie. Hij geeft een toelichting op de inhoud van het nieuwe vak en op de wijze waarop dit tot stand is gekomen.

Baten en Lasten

  1. Baten en lasten bij een vereniging
    Fons Vernooij, (2003). Tijdschrift voor het Economisch Onderwijs. nr.1, blz. 45 e.v.

    De belangrijkste bedoeling van het examenprogramma M&O was om leerlingen economisch inzicht bij te brengen van organisaties uit hun directe omgeving. Bij de niet-commerciële-organisaties gaat het in eerste instantie om sportverenigingen en om stichtingen die geld inzamelen voor goede doelen. In tweede instantie om de subsidierichtlijnen die de overheid uitvaardigt en die van belang zijn om te begrijpen hoe verenigingen en stichtingen aanvragen kunnen indienen en hun administratie moeten inrichten om zich te conformeren aan de gewoontes en gebruiken bij de overheid.

    Quintus, een cluster van non-profit-centra
    Fons Vernooij,(2003). Tijdschrift voor het Economisch Onderwijs. nr.1, blz. 45 e.v. Uitvoerige bijlage.

    In het artikel 'Baten en lasten bij een vereniging' is een uitvoerige bijlage opgenomen over de studentenvereniging Quintus uit Leiden die drie stichtingen beheert.
     
  2. Baten en lasten bij de overheid
    Jorica Temmerman en Fons Vernooi,j (2003). Tijdschrift voor het Economisch Onderwijs. nr.2, blz. 139 e.v.

    In dit artikel gaat hij samen met Jorica Temmerman nader in op de ontwikkelingen rond de baten en lasten zoals die zich de laatste jaren voltrokken hebben bij de overheid. Jorica is recent afgestudeerd aan de Erasmus Universiteit en heeft een scriptie geschreven over de toenemende belangstelling voor toepassing van het stelsel van baten en lasten bij de rijksoverheid.. De bedoeling van dit artikel is om docenten meer achtergrond te geven bij de ontwikkelingen in het denken over baten en lasten bij de rijksoverheid vanwege de subsidieproblematiek waar verenigingen en stichtingen mee te maken kunnen krijgen.
     
  3. Baten en lasten in het examenprogramma M & O.
    Gief van Schijndel & Ton Verwey, (2003). Tijdschrift voor het Economisch Onderwijs. nr.3, blz. 302 e.v.

    In aflevering 1 en 2 van deze jaargang van dit tijdschrift pleiten Fons Vernooij en Jorica Temmerman voor een 'back to basics' voor het examenprogramma M&O. Wat hen betreft, komt dat neer op een benadrukken van twee eindtermen uit het subdomein 'Financieel beleid in niet-commerciële organisaties'. Wij vinden het een onzalige gedachte om het onderwijs op te zadelen met begrippen als 'kapitaaldienst' en 'gewone dienst'. Gief van Schijndel en Ton Verwey pleiten er juist voor bij een eerstvolgende herziening het programma van deze begrippen te zuiveren.
     
  4. De toekomst van het vak M&O
    Fons Vernooij, (2003). Tijdschrift voor het Economisch Onderwijs. nr.6

    In hun artikel over ‘Baten en Lasten in het examenprogramma M&O’ reageren Gief van Schijndel en Ton Verwey heftig op de artikelen van Vernooij en Temmerman over de positie van de niet commerciële organisaties binnen het programma voor Management en Organisatie. Zij beweren dat de verschillen tussen commerciële en niet-commerciële organisaties steeds meer vervagen. Vernooij zet uiteen waarom deze aanpak naar zijn mening gebaseerd is op een onjuiste interpretatie van de problematiek van niet-commerciële organisaties. Hoe verleidelijk de voorgestelde weg ook klinkt, zij verliest de rationale voor het vak M&O als vak binnen het algemeen vormend onderwijs uit het oog.
     
  5. Hoe slepende penningmeesters M&O slopen
    Gief van Schijndel en Ton Verwey, (2004). Tijdschrift voor het Economisch Onderwijs. nr.1

    In een uitgebreid artikel onder de kop ‘De toekomst van M&O’ gaat Fons Vernooij op ons artikel. Ondanks de vele woorden die Vernooij gebruikt, heeft hij ons niet overtuigd. De richting die Vernooij voorstaat, zal het vak M&O uiteindelijk marginaliseren. Leerlingen, docenten en maatschappij zullen de relevantie van het vak niet onderkennen. Ter wille van de leesbaarheid van deze reactie beperken we ons tot slechts enkele kanttekeningen bij het laatste artikel van Vernooij.
Begin  |  Sitemap  |  Universiteit.nl  |  Onderwijsportaal.nl  
  Vacatures-in-het-onderwijs.nl  |  Vacature-gezocht.nl  |  Banen-per-stad.nl

Informatie over Fons Vernooij

Ik ben in 1975 begonnen als docent economie aan het Zaanlands Lyceum in Zaandam en later het Rijnlands Lyceum in Sassenheim. In 1980 maakte ik de overstap naar de Haagse Hogeschool en in 1987 naar Courseware Midden Nederland een experimenteel bedrijf dat Computer Ondersteund Onderwijs voor het hoger onderwijs ging maken. Daar leerde ik dat de didactiek afhankelijk is van het medium.

Vanaf 1988 was ik als vakdidacticus voor Bedrijfseconomie verbonden aan het Instituut voor de Lerarenopleiding van de UvA. Vanaf 2000 was ik voor een deel van mijn tijd als onderwijskundige verbonden aan de innovatieve HEAO van de Hogeschool van Amsterdam, waarvan de Johan Cruijff Academy een onderdeel is.

Vanaf maart 2002 tot november 2010 ben ik als universitair hoofddocent werkzaam geweest bij de Vrije Universiteit. Daar besteedde ik de helft van mijn tijd aan projecten bij de Digitale Universiteit. Nu ben ik met pensioen en kan ik terugkijken op een boeiende reeks van activiteiten in het onderwijs. Steeds heb ik gewerkt op het raakvlak van (bedrijfs)economie, onderwijskunde en inzet van computers in het onderwijs.
Copyright © 1998 by Fons Vernooij en anderen.

Wij volgen de Google-policy (kijk op Hoe Google uw gegevens gebruikt) en zijn niet verantwoordelijk
voor het selecteren van de advertenties van Google en de verwerking van de informatie.

Registratienummer VOF Adviesbureau CASA: KvK Rijnland: 58884114 / BTW 8532.22.848
Dossiernummer Stichting Onderwijsportaal: KvK Rijnland: 28092786 / BTW 8106.36.025

Webmaster: Fons Vernooij

Info over privacy en cookies: zie Privacybeleid
Leveringsvoorwaarden: zie bijgaand document

 
logo-OWP
Tips of hints?
Stuur een e-mail