Logo Doing Business
Doing Business
Laatste update: 31 januari 2012. Aantal bezoekers op deze pagina sinds 31 juli 2008:
6,743 bezoekers (4 vandaag, 45 deze week, 21 deze maand, 261 dit jaar)

Bedrijfseconomische-begrippen.nl

bedrijfseconomische-begrippen.nl / bedrijfseconomischebegrippen.nl

Synoniemen - Homoniemen - Misconcepties - Anglicismen - Afkortingen

 
  A     B     C     D     E     F     G     H     I     J     K     L     M     N     O     P     Q     R     S     T     U     V     W     X     IJ     Z  
 
Portals   /   Onderwijsportaal.nl   /   Universiteit.nl   /   Vacatures
Zie ook:   bedrijfseconomische-modellen.nl   en:   vakdidactiek-bedrijfseconomie.nl
 
 
logo Vacatures en Advertenties
Overzicht vacatures
Homepage

Garantievermogen

Geconsolideerde jaarrekening

Geld

Geldmarkt

Geïnduceerd vermogen

Geplaatst aandelenvermogen

Gewone bedrijfsuitoefening

Gezin

Giraal geld

Godzilla grant

Goodwill

Groep

Grootboek

Vakdidactische termen
Gegevensadagium

Grootheid

Afkortingen
GAAP

GBC
Omschrijving van de begrippen met een G
Garantievermogen
Vermogen dat garant staat voor de voldoening van de verplichtingen aan de reguliere schuldeisers. Het garantievermogen is opgebouwd uit het aandelenvermogen, de reserves en de achtergestelde leningen. De voorziening vallen er niet onder, want die worden gerekend tot het vreemde vermogen.

Geconsolideerde jaarrekening
Een jaarrekening waarin de activa, de passiva en de baten en lasten van de rechtspersonen die een groep vormen, als een geheel worden opgenomen.

Geld
  1. Betaalmiddelen in handen van het publiek, onder te verdelen in chartaal en giraal geld {Statistische definitie}.
  2. Betaalmiddelen ongeacht wie ze in handen heeft (zie Geldmarkt) {Monetaire Economie} .
Geldmarkt
  1. (In ruime zin) Vraag naar en aanbod van liquide middelen waarbij zowel het publiek als banken en overheid partij zijn.
  2. (In enge zin)  Vraag naar en aanbod van liquide middelen waarbij uitsluitend de banken en de overheid partij zijn.
Geïnduceerd vermogen
Geïnduceerd vermogen is vermogen dat vanzelf ontstaat, zoals de post crediteuren. Het is vermogen dat voortvloeit uit krediet van leveranciers en andere schuldeisers. De passiva die niet geïnduceerd zijn, vallen onder het financieringsbeleid. {Financiering} Het restant van de vermogensbehoefte moet verzorgd worden via autonoom vermogen.

Geplaatst aandelenvermogen
In de statuten van een NV of BV staat de maximale omvang van het aandelenvermogen (het maatschappelijk aandelenvermogen). Van dit vermogen is een deel in omloop gebracht via verkoop en dit heet het geplaatste aandelenvermogen.

Gewone bedrijfsuitoefening
Het primaire proces dat een onderneming uitvoert. Onder het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening verstaat de wetgever de winst of het verlies als gevolg van de productie of dienstverlening die het bedrijf verzorgt. Winst op verkoop van gebouwen of verliezen door deelneming in andere ondernemingen, bijvoorbeeld, vallen hier buiten. Deze staan apart vermeld in het resultatenoverzicht.

Gezin
  1. Een groepje mensen dat meestal bestaat uit vader, moeder en een of meer kinderen. {Volksmond}.
  2. Consumptiehuishouding: een persoon of meer personen die met elkaar een economische eenheid vormen. Zij vormen de basis van de de vraagzijde in de handel in goederen en diensten. Tegenover de consumptiehuishoudingen staan de productiehuishoudingen (bedrijven of producenten) die ervoor zorgen dat er goederen en diensten worden gemaakt. {Micro-economie}.
    Synoniem: consument.
Giraal geld
  1. Tegoed bij de Postbank of de andere banken waarmee betalingen verricht kunnen worden. Giraal geld en chartaal geld vormen samen de contante betaalmiddelen, ook wel als ‘ cash’ aangeduid. 
  2. Misconcepties: cash, kasgeld of kas [euro] {Financiering}. 
Godzilla grant
Toekennen van nieuwe opties op aandelen van het eigen bedrijf met behoud van de oude opties in situaties waarin de beurskoers aanzienlijk gedaald is onder de uitoefenprijs door oorzaken die buiten de invloed van een directie liggen {Externe Verslaggeving}. Deze variant van Repricing (Herwaardering opties) bestaat naast option swap en option regrant.

Goodwill
  1. Algemene (= connotatieve) definitie
    Meerwaarde van een onderneming vanwege de inkomsten die verwacht mogen worden dankzij de klantenbinding die is opgebouwd in de loop van een aantal jaren. Het gaat dus feitelijk om de economische waarde van de reputatie die een bedrijf heeft opgebouwd. Het gebruik van de term goodwill hangt af van de persoon en de situatie waarin deze persoon zich bevindt. Daardoor zijn er een groot aantal operationele definities van goodwill.
     
  2. Eigen goodwill: meerwaarde van de onderneming bekeken vanuit de eigenaar
    1. Schatting van de tijd en investering die nodig was om het huidige bestand aan klanten op te bouwen, ervanuit gaande dat deze klantenkring gehandhaafd blijft (retrospectief) [euro].
       
    2. Schatting van de waarde van een onderneming op basis van de contante waarde van de overwinst (prospectief, dus vooraf te bepalen) [euro]. Dit bedrag is de uitgangssituatie bij de overname van een bedrijf, maar zal nooit helemaal verdisconteerd worden in de prijs, want anders heeft de koper geen voordeel aan de overname.
       
    3. Balanswaarde van de klantenbinding die vertegenwoordigd is in de netwerken die het bedrijf heeft opgebouwd. Deze is per definitie € 0,- , want het is wettelijk niet toegestaan om de eigen goodwill te activeren op de balans
       
  3. Verwachte goodwill: meerwaarde die een potentiële koper van een onderneming verwacht te behalen
    1. Een schatting van de tijd en energie die iemand zich bespaart door een bestaande zaak over te nemen, in plaats van een nieuwe zaak op te bouwen [euro].
       
    2. Schatting van de eigen goodwill, maar gecorrigeerd voor het mogelijke klantenverlies door de verandering van eigenaar en aangevuld met opties voor mogelijke extra winst uit projecten of opties voor voordelen uit de synergie (meer omzet of minder kosten door samenvoeging van bedrijven) [euro].
       
  4. Vraagprijs voor de eigen goodwill in geval een onderneming te koop staat
    1. De meerwaarde van de onderneming boven het ‘aanwezige’ eigen vermogen van de onderneming. Anders gezegd de prijs die betaald moet worden voor de verwerving van een onderneming voor zover die hoger is dan de waarde van de actief- minus passiefbestanddelen van de verworven onderneming  [euro].
      In dit geval vindt eerst een herwaardering van de activa en passiva plaats, zodat er een juiste schatting is van het aanwezige eigen vermogen van de onderneming. Het is een benadering van de methode die onder 1 genoemd staat. (Ex ante, dus vooraf te bepalen)
       
    2. De meerwaarde van de onderneming boven het ‘zichtbare’ eigen vermogen van de onderneming op de balans. Anders gezegd de prijs die betaald moet worden voor de verwerving van een onderneming voor zover die hoger is dan de waarde van de actief- minus passiefbestanddelen van de verworven onderneming [euro]. In dit geval speelt de waardering van de activa een grote rol in de vaststelling van de goodwill, want de stille reserves worden zo onderdeel van de goodwill. Het is een slordige benadering van de methode die onder 1 genoemd staat, omdat er mogelijk afwijkingen zijn tussen de reële waarde van de balansposten en de boekwaarde. (Ex ante, dus vooraf te bepalen)
       
  5. Gekochte goodwill, zoals die na de overname uit de overeenkomst blijkt
    1. Bedrag dat een onderneming bij fusie of overname heeft betaald om gebruik te mogen maken van de activa, de naam en de reputatie van een ander bedrijf [euro per gebeurtenis] {Kostencalculatie en Externe Verslaggeving}. Volgens de IFRS-regelgeving moet er een herwaardering van alle balansposten op basis van de reële waarde (fair value) plaatsvinden voordat het bedrag van de goodwill als resultante van Eigen Vermogen na herwaarderingen en overnameprijs wordt vastgesteld. (Ex post, dus een boekhoudkundige constructie die achteraf is vast te stellen).
       
    2. Verschil tussen de waardering op basis van de verwervingsprijs van de aandelen (en dus niet de activa en passiva uit de balans) en de nettovermogenswaarde [euro] {Externe Verslaggeving}. Dit saldo kan zowel positief als negatief zijn. (Ex post, dus achteraf vast te stellen)
       
    3. Bedrag dat bij de immateriële vaste activa op de balans is opgenomen om de waarde uit te drukken die nog bestaat voor de overname die in het verleden heeft plaatsgevonden van een ander bedrijf. [euro]. Oorspronkelijk vond jaarlijks een afschrijving plaats op dit bedrag, zodat de betaalde goodwill in de loop van een paar jaar via de Winst- en Verliesrekening werd weggeboekt (zie de wettelijke balansmodellen: bedrijfseconomische-modellen.nl) {Externe Verslaggeving}. Sinds de invoering van IFRS is dat niet meer toegestaan voor beursgenoteerde onderneming, maar moet de betaalde goodwill omgerekend worden naar de waarde die zij alsnog heeft in het maatschappelijk verkeer (impairment toets). (Ex post, dus achteraf vast te stellen)
Groep
Een groep is een economische eenheid waarin rechtspersonen organisatorisch verbonden zijn, bijvoorbeeld via deelnemingen of via dochtermaatschappijen.

Grootboek
Onderdeel van de boekhouding, waarbij de balansposten elk een eigen overzicht in scontrolvorm krijgen om alle wijzigingen in die balansposten vast te leggen. Ter ondersteuning vindt een uitsplisting plaats van grootboekrekeningen in hulprekeningen die uiteindelijk weer samenkomen in de balansposten.

Belangrijk hulprekeningen zijn de rekeningen die betrekking hebben op de opbrengsten en kosten van een periode en die gezamenlijk de resultatenrekening bepalen. Het saldo van de resultatenrekening komt als mutatie bij het eigen vermogen op de eindbalans.

Vakdidactische termen
Gegevensadagium
De veronderstelling dat alle gegevens die je nodig hebt ook beschikbaar zijn en dat alle beschikbare gegevens nodig zijn bij het oplossen van een vraagstuk. Met dit adagium kun je soms vraagstukken oplossen die eigenlijk onoplosbaar zijn, omdat belangrijke gegevens ontbreken.

Als je toch langs deze weg problemen oplost, vind je wel een uitkomst, maar is de kans klein dat je economisch inzicht ontwikkelt. Als strategie om je uitkomst te controleren is het gegevensadagium wel geschikt.

Eigenlijk is het gegevensadagium een stilzwijgende afspraak tussen auteur en studenten: als jullie niet moelijk doen over gegevens die ontbreken, zal ik het jullie niet moeilijk maken door gegevens toe te voegen die overbodig zijn.
Grootheid
“Ik heb wel een getal uit deze som, maar ik heb geen idee wat ik uitgerekend heb.” Grootheden zijn begrippen met een naam, een waarde en een dimensie. De naam zegt iets over de betekenis van de grootheid. De waarde is een getal dat net zo goed een ander getal kan zijn. De dimensie is de maatstaf die betekenis geeft aan het getal. Zonder vermelding van de naam en de dimensie weet je eigenlijk niet wat het getal voorstelt.

Economen gebruiken twee soorten grootheden: voorraadgrootheden en stroomgrootheden. De balans bijvoorbeeld geeft een beeld van de situatie op een bepaald moment en dus staan daar voorraadgrootheden op. De resultatenrekening geeft een beeld over een periode en dus staan daar stroomgrootheden op.

Afkortingen
GAAP
GAAP staat voor Generally Accepted Accounting Principles. Meestal gaat het dan over de US-GAAP, maar dat zijn slechts de GAAP die in de VS gelden en uit dien hoofde voor internationale bedrijven aantrekkingskracht hebben, omdat daarmee opname op de VS-effectenbeurzen mogelijk is. Eigenlijk heeft ieder land zijn eigen systeem van GAAP. Dit staat dan als local-GAAP te boek. Binnen Europa is een sterke ontwikkeling aan de gang om grote beursfondsen naar een gezamenlijke set van standaarden te brengen: IFRS (International Financial Reporting Standards). Deze ontwikkeling is zo sterk dat zij de aanpak via EG-richtlijnen inmiddels verdrongen heeft.

GBC
GBC staat voor Gedrags- en Beroepscode (voor accountants).

 
Begin   |    Universiteit.nl   |    Onderwijsportaal.nl   |    Vacatures-in-het-onderwijs.nl
 
De bedoeling van deze website
Deze pagina is onderdeel van de website bedrijfseconomische-begrippen.nl. Dit is een website die gekoppeld is aan www.bedrijfseconomische-modellen.nl en geeft inzicht in de manier waarop economen werken met homoniemen, synoniemen en misconcepties. Vooral opgaven in bedrijfseconomische leerboeken bevatten vaak simpele en daardoor onjuiste begrippenstructuren. Het motto van deze site is dan ook: "Leren omgaan met slordig woordgebruik".

De site bedrijfseconomische-modellen.nl biedt een overzicht van fundamentele en consistente begrippenstructuren en relateert die aan subdisciplines in de bedrijfseconomie. Ook staan er complicaties vermeld die samenhangen met homoniemen en synoniemen die eigen zijn aan de taal. Economen zijn ze echter slecht bewust van die homoniemen en synoniemen, waardoor allerlei modellen door elkaar gehaald worden.

De site bedrijfseconomische-begrippen.nl is ook onderdeel van het Onderwijsportaal. Uitgangspunt van het onderwijsportaal is dat u sites rechtstreeks kunt benaderen door trefwoorden in te tikken met www. ervoor en .nl erachter. Vaak zijn er meer URL’s beschikbaar om een pagina te benaderen. Zo kunt u deze site niet alleen via www.bedrijfseconomische-begrippen.nl bereiken, maar ook via www.bedrijfseconomischebegrippen.nl.

Mocht u tips of hints hebben dan ontvangen wij die graag via webmaster onderwijsportaal
 
Copyright © 1998 by Stichting Onderwijsportaal, Adviesbureau CASA en anderen
Wij volgen het privacy-beleid van Google en zijn niet verantwoordelijk voor het selecteren van de advertenties in de Google vakken.
Registratienummer Adviesbureau CASA: KvK Rijnland: 28083873 / BTW NL0698.39.517.B01
Dossiernummer Stichting Onderwijsportaal: KvK Rijnland: 28092786 / BTW-nummer 8106.36.025
Webmaster: Fons Vernooij
Leveringsvoorwaarden: zie bijgaand document