| Balanced Scorecard |
De Balanced Scorecard is een instrument voor prestatiemeting (performance measurement) ontwikkeld door Kaplan en Norton. Het verbindt prestatie-indicatoren direct aan doelen en strategie van de onderneming door prioriteiten te stellen op vier vlakken: klanttevredenheid, interne processen, financiële maatstaven en ontwikkelvermogen (c.q. leervermogen) van een onderneming.
|
| Balans |
- Overzicht van de kapitaalgoederen waar een onderneming over beschikt en de wijze waarop die kapitaalgoederen met behulp van eigen vermogen en vreemd vermogen zijn gefinancierd. De balansposten zijn allemaal in euro uitgedrukt. {Interne en Externe Verslaggeving}.
- Overzicht van bezittingen en schulden, waarbij het eigen vermogen gemakshalve als schuld aan de eigenaar wordt gezien [euro] {Bedrijfsadministratie}.
|
| Balanspost |
Een bestanddeel van de balans. Aan de linkerzijde (debet) staan alle bestanddelen van het kapitaal. Aan de rechterzijde (met de r van credit) staan alle bestanddelen van het vermogen (eigen vermogen en vreemd vermogen).
NB De term post wordt op meer manieren gebruikt in de administratie.
|
| Balanswaarde |
- Waarde waarvoor de activa en de passiva op de balans staan [euro] {Externe verslaglegging}. Wat betreft de vaste activa is de balanswaarde gelijk aan de aanschafwaarde minus de afschrijving op de vaste activa tot het moment waarop de balans wordt opgemaakt. Onder IFRS wordt bij immateriële vaste activa (zoals goodwill, octrooien of licenties) de afboeking op boekwaarde met een ‘ impairment test’ bepaald. Er wordt niet langer op afgeschreven.
- Waarde van activa en de passiva zoals die per saldo op de balans staan [euro] {Interne verslaglegging}. Een interne balans kan meer informatie bevatten dan een externe balans. Zo kan bij de post Debiteuren zowel de totale vordering als de inschatting van de oninbare vorderingen op de balans staan ter informatie van de directie. Maar op een externe balans zal men deze informatie niet graag prijs geven.
Synoniem bij vaste activa: Boekwaarde {Interne verslaglegging}
|
| Baten |
- Alle bedragen die in de loop van het jaar leiden tot een toename van het eigen vermogen van een niet-commerciële organisatie [euro] (vormt een begrippenpaar met lasten) (kameraalstijl).
- I nkomsten van een niet-commerciële organisatie na correctie voor ‘ vooruit ontvangen bedragen’ en ‘nog te ontvangen bedragen’. Dus het bedrag aan inkomsten dat zou ontstaan als iedereen zijn rekening op tijd zou betalen [euro] (kameraalstijl).
- Werkelijke opbrengsten die leiden tot een toename van het eigen vermogen van een onderneming, bijvoorbeeld interestbaten [euro/periode] {Bedrijfsadministratie}.
- Alle werkelijke opbrengsten (dus alle posten aan de creditzijde) in een winst- en verliesrekening die in scontrovorm is opgesteld [euro/periode] {Externe Verslaggeving, zie: model G en model H }. Ook hier staat een specifieke betekenis van de term lasten tegenover.
- Voordelen in materiële of immateriële zin die voortvloeien uit een project [diverse eenheden] (vormt dan een begrippenpaar met kosten) (Openbare financiën).
- Alle posten die mogelijk tot opbrengsten leiden bij verkoop door een curator in het geval van een faillissement {Juridische term}.
-
Misconceptie: de winst die behaald is.
-
Misconceptie: het batig saldo ofwel het saldo van baten en lasten.
|
| Bedrijf |
- Organisatie gericht op het leveren van goederen of diensten die aan de afnemers in rekening kunnen worden gebracht.
- Organisatie gericht op het winstgevend leveren van goederen of diensten.
Synoniem: onderneming.
- Onderdeel van een toneelstuk.
|
| Bedrijfseconomie |
- Verzamelnaam voor alle economische subdisciplines die niet vallen onder de Algemene Economie.
- Studierichting binnen de heao die bestaat naast Commerciële Economie, MER (management, economie en recht) en Accountancy.
- Verzamelnaam voor interne en externe verslaggeving (c,q, management accounting en financial accounting).
N.B. De betekenis van deze term hangt dus sterk af van de overige kostencategorieën die in een casus genoemd staan. Om de term te interpreteren is het dus nodig om eerst te kijken welke andere termen genoemd worden in de casus, om daarna te concluderen wat in die specifieke situatie tot de complementaire kosten gerekend moet worden (Zie ook complementaire kosten).
|
| Bedrijfseconomisch winstbegrip |
Nettowinst van een onderneming nadat de belastingverplichting in mindering is gebracht, maar voordat de aandeelhouders of eigenaren beloond worden (accounting concept of profit). Dit in tegenstelling tot het algemeen economische winstbegrip waar (op grond van opportunity costing) de beloning van de aandeelhouders of eigenaren al in de berekening is betrokken.
|
| Bedrijfskosten |
- Bedragen die op de brutowinst in mindering moet worden gebracht [euro/periode] {Interne Verslaggeving}. Zie ook: bedrijfseconomische-modellen.nl.
Synoniem: kosten, bedrijfslasten.
-
Misconceptie: som van inkoopwaarde van de afzet en de bedragen die op de brutowinst in mindering moeten worden gebracht.
|
| Bedrijfskunde |
- Academische studie die bestaat uit een combinatie van bedrijfseconomische onderdelen zoals interne financiering, organisatie, human resourse management en marketing, maar die daarnaast bedrijfspsychologie en arbeidssociologie omvat.
Synoniem: bedrijfswetenschappen.
- Onderdeel van de bedrijfseconomie dat zich in het bijzonder bezig houdt met interne organisatie, human resource management en marketing.
- Nederlandse benaming voor Angelsaksische term Business Studies. Aan Amerikaanse en Engelse universiteiten staat Business Studies naast Economics in de zin van algemene economie. Het omvat zowel de bedrijfseconomische vakken als de bedrijfskundevakken. Met de invoering van de Master-opleidingen ontstaan in Nederland ook universiteiten (zoals de Universiteit van Maastricht) die zich organiseren op basis van de Angelsaksische benaming.
|
| Bedrijfslasten |
- Bedragen die op de brutowinst in mindering moet worden gebracht [euro/periode] {Interne Verslaggeving}. Zie ook: bedrijfseconomische-modellen.nl.
Synoniem: kosten, bedrijfskosten.
- Som van bedrijfskosten en investeringen in onderhanden werk en gereed product [euro/periode] {Externe Verslaggeving, zie model E, model G en model H }. Tegenover deze post komen de bedrijfsopbrengsten
N.B. Probleem bij 2 is dat een stroomgrootheid en een voorraadgrootheid bij elkaar worden opgeteld en toegerekend aan een periode.
|
| Bedrijfsopbrengsten |
- Waarde van de afzet na aftrek van BTW en kortingen [euro/periode].
Synoniem: omzet {Interne Verslaggeving}, opbrengst verkopen {Bedrijfsadministratie}, totale opbrengsten {Micro-economie}
- Som van netto-omzet, toename voorraad gereed product en andere posten die op de balans geactiveerd zijn [euro/periode] {Externe Verslaggeving, zie: model E, model F, model G en model H }. Tegenover deze post komen de bedrijfslasten.
N.B. Probleem bij model E van betekenis 2 is dat een stroomgrootheid en een voorraadgrootheid bij elkaar worden opgeteld en toegerekend aan een periode.
|
| Bedrijfsresultaat |
- Nettowinst of nettoverlies nadat de interest op het vreemd vermogen is verrekend. [euro/periode] {Interne Verslaggeving}.
- Beloning totale vermogen: nettowinst + interest vreemd vermogen [euro/periode] {Externe Verslaggeving, Financiering}.
-
Misconceptie: ebitda: resultaat voor aftrek van interest vreemd vermogen, belasting, afschrijving op duurzame activa en afschrijving op goodwill [euro/periode] {Externe Verslaggeving}. Het is zowel in gebruik bij handelsondernemingen zie: bedrijfseconomische-modellen.nl als industriële ondernemingen zie: bedrijfseconomische-modellen.nl.
-
Misconceptie: operationeel resultaat (variant 4): resultaat voor aftrek van interest vreemd vermogen, belasting, afschrijving op duurzame activa, afschrijving op goodwill, optiekosten en reorganisatiekosten [euro/periode] {Externe Verslaggeving}. Het is zowel in gebruik bij handelsondernemingen als industriële ondernemingen, waarbij de inhoud van de term ‘operationeel resultaat’ al naar gelang de omstandigheden van betekenis kan verschillen. Heerlijk zo’n losse term die je naar omstandigheden kunt invullen.
|
| Bedrijfstype |
- Volgens de juridische indeling: eenmanszaak, VOF, CV, BV, NV.
- Volgens een indeling in economische sectoren: financiële instelling, handelsonderneming, overheidsbedrijf; productiebedrijf, welzijnsinstelling, zorginstelling, e.d.
|
| Bedrijfswetenschappen |
Officiële benaming voor de studie bedrijfskunde.
|
| Bedrijfswaarde |
- De waarde die een bedrijf kan hebben op basis van toekomstige vrije kasstromen. Deze waarde is te berekenen met de (netto) contante waarde methode, eventueel gecorrigeerd voor reële opties. Volgens Traas moet deze waarde in twee stappen berekend worden, omdat de activa verdisconteerd moeten worden tegen een gewenste rentevoet en de passiva tegen de rentevoet van het vreemd vermogen {Financiering: schatting van de waarde die doorgaans ex ante plaats vindt}.
- De waarde die een bedrijf op een bepaald tijdstip heeft op basis van data uit het verleden. Eigenlijk gaat men er dan vanuit dat het bedrijf in de toekomst dezelfde prestaties blijft leveren als in het verleden. Deze huidige waarde is op veel verschillende manieren te meten: de beurswaarde, de intrinsieke waarde, de nettovermogenswaarde, de rentabtiliteitswaarde en de verwervingsprijs van een deelneming {Financiering: schatting van de waarde die doorgaans ex ante plaats vindt}.
- Binnen de bepalingen van IFRS (International Financial Reporting Standards) is inmiddels het begrip reële waarde (fair value) ingevoerd als een betere manier om de actuele waarde van activa (en dus de intrinsieke waarde van het bedrijf) vast te stellen. Dat is naast de historische waarde een belangrijke grondslag waarop alle activa volgens de nieuwe richtlijnen kunnen worden gewaardeerd. {Externe Verlaggeving, dus ex post}
- Bij woningcorporaties gaat het om de contante waarde van de toekomstige (netto) kasstromen die verwacht mogen worden uit het bezit van onroerende zaken bestemd voor verhuur. {Externe verslaggeving voor niet commerciële organisaties}
|
| Beginbalans |
De balans van een onderneming aan het begin van het boekjaar. In principe is de beginbalans identiek aan de eindbalans van het voorafgaande boekjaar. Maar als een bedrijf net begint, fuseert of overgaat in een andere juridische vorm, kan er een compleet nieuwe balans opgesteld worden.
|
| Begrote kosten |
- Kosten zoals die in een begroting zijn opgenomen. Begrote kosten geven enerzijds een verwachting aan, maar tegelijk zijn ze een norm die niet overschreden mag worden.
Vaak komen de begrote kosten overeen met de verwachte kosten, maar soms bevatten ze een extra norm. Een voorbeeld hiervan is de berekening van het voorcalculatorische bezettingsresultaat als het verschil tussen de begrote en verwachte constante standaardkosten. Kijk voor een toelichting bij: bedrijfseconomische-modellen.nl {Kostencalculatie}.
-
Misconceptie: toegestane kosten en standaardkosten, want die sluiten verspilling uit.
|
| Begroting |
- Schatting vooraf van de inkomsten en uitgaven voor een afdeling of project [euro].
- Toestemming om tot een bepaald bedrag aan uitgaven te doen (’Binnen de begroting blijven’) [euro].
- Schatting vooraf van de kosten en/of opbrengsten voor een afdeling of project [euro/periode].
Synoniem: voorcalculatorisch budget. Kijk voor een toelichting bij: bedrijfseconomische-modellen.nl {Kostencalculatie}.
|
| Begrotingsresultaat |
- Financieel verschil tussen het bedrag dat in de begroting staat en het bedrag dat in werkelijkheid tot stand is gekomen.
- Financieel verschil tussen het bedrag dat volgens de begroting is toegestaan en het bedrag dat men verwacht [euro/periode]. Zie ook: bedrijfseconomische-modellen.nl {Kostencalculatie}.
Synoniem: voorcalculatorisch budgetresultaat.
|
| Belegde middelen |
Tijdelijke overschotten die omgezet zijn in vermogenstitels, maar op een zodanige wijze dat zij weer op korte termijn snel en met gering vermogensverlies in liquide middelen kunnen worden omgezet.
|
| Beleggen |
- Geld uitzetten tegen een vergoeding, zoals rente of dividend (zie belegde middelen).
- Aanschaf van aandelen of obligaties met het idee die voor langere tijd vast te houden.
-
Misconceptie: investeren (want daarvoor krijg iemand geen rente, maar moet geld lenen en dan zelf rente betalen).
-
Misconceptie: speculeren.
- Misconceptie: deelneming in een onderneming.
|
| Belegger |
- Een persoon of organisatie die effecten aanschaft om zijn geld voor langere tijd uit te zetten.
- Elke persoon of organisatie die aandelen of obligaties koopt op de beurs.
- Engelse term: investor.
|
| Belegging |
- Contant geld omzetten in waardepapieren of natura.
- Aanschaf van certificaten, grondstoffen, vast goed, e.d. met het doel op termijn meer geld terug te ontvangen dan is uitgegeven voor de aanschaf.
- Misconceptie: Aanschaf van certificaten, grondstoffen, vast goed, e.d. met het doel op korte termijn meer geld terug te ontvangen dan is uitgegeven voor de aanschaf. Dit is speculatie.
|
| Beleggingsfonds |
Bedrijf dat aandelen naar de beurs brengt om het opgehaalde geld weer uit te zetten in effecten, grondstoffen of vastgoed en daarvoor een lager rendement vergoedt aan haar aandeelhouders, dan het zelf behaalt, dankzij zijn specialistische kennis. Rendement kan bestaan uit cash-dividend, stock-dividend en/of koersstijging van de waarde van het aandeel van het fonds.
Een belggingsfonds dat zich richt op vast goed (woningen, winkels, grond, e.d.l) heet een vastgoedfonds.
|
| Benchmark (Anglicisme) |
Referentiekader om de kwaliteit van een bepaalde prestatie te beoordelen. Vaak worden de prestaties van andere bedrijven uit dezelfde sector als referentiekader gebruikt om bijvoorbeeld de kwaliteit van het directiebeleid te meten: presteert dit bedrijf beter dan andere bedrijven uit dezelfde sector. Die andere bedrijven zijn dan de benchmark.
|
| Berekende interest |
Toegestane interest over het totale vermogen [euro/periode] {Bedrijfsadministratie}.
Synoniem: interestkosten {Kostencalculatie} en vermogenskosten {Management Accounting}.
|
| Besloten Vennootschap |
Juridische rechtsvorm die eigen rechtspersoonlijkheid heeft en waarvan het eigen vermogen is opgebouwd uit aandelen die in handen zijn van de vennoten (daarom heten die aandeelhouders). De aandeelhouders kunnen voor niet meer dan hun aandeel in het eigen vermogen van de vennootschap aansprakelijk gesteld worden voor de financiële verplichtingen van de onderneming.
De BV verschilt van een NVdoordat de aandelen niet aan toonder zijn en dat zij aan minder juridische verplichtingen ten aanzien van de jaarverslaggeving hoeft te voldoen. Een ondernemer kan zijn bedrijf omzetten in een BV en binnen die BV aandeelhouder worden met rechten op de winstverdeling en tevens directeur met een vast salaris.
|
| Bestens-order |
Type order binnen de effectenhandel waarbij de opdracht wordt gegeven om de beursorder uit te voeren tegen de beste prijs van het moment. Bij verkoop zoekt de effectenhandelaar dan de hoogste prijs in de markt en bij aankoop de laagste prijs.
Synoniem: market-order.
Andere typen van orders zijn: limiet-order, stoploss-order en stoplimiet-order.
|
| Betaalde interest |
Interest die werkelijk betaald is in een periode [euro] {Bedrijfsadministratie}.
|
| Betaalde rente |
- Werkelijke interest over het vreemde vermogen toegerekend aan een periode [euro/periode] {Jaarverslagen}.
Synoniemen: interestkosten {Financiering}; interestlasten {Bedrijfsadministratie}; interest vreemd vermogen {Bedrijfsadministratie}; rentelasten {Externe Verslaggeving}, werkelijke interestkosten {Interne Verslaggeving}.
Kijk voor een toelichting bij: bedrijfseconomische-modellen.nl
-
Moet zijn: betaalde interest.
|
| Betaalinstrument |
Wijze van betalen die je ook in het buitenland kunt toepassen: pinpas, credit card, e.d. Zie ook kaartbetaling.
|
| Betaling
|
- Overdracht van geld om aan een financiële verplichting te voldoen [euro] (vormt dan een begrippenpaar met inkomsten).
- Overdracht van geld of natura om aan een schuld te voldoen [euro of natura].
|
| Beurs |
- Bedrag om tegemoet te komen in de kosten van collegegeld of de kosten van levensonderhoud van studenten [euro of euro/periode]. Synoniem: Studiebeurs. Zie ook: stipendium.
- Handig leren zakje om geld in te bewaren. Synoniem: portemonnee.
- Plaats waar mensen samenkomen om goederen of diensten te kopen of te verkopen, zonder dat de goederen aanwezig zijn. Bijvoorbeeld de bloembollenbeurs. De bloembollen worden al verkocht terwijl ze nog in de grond zitten, of in de schuur in bewerking zijn.
- Virtuele markt die voortbouwt op een situatie waarin mensen vroeger samenkwamen om goederen of diensten te kopen of te verkopen, zonder dat de goederen aanwezig waren. Bijvoorbeeld de Bloembollenbeurs.
- Plaats waar mensen samenkomen om goederen of diensten te kopen of te verkopen, terwijl er voorbeelden van de goederen zijn om potentiële kopers te informeren over de kwaliteit van de goederen.
- Synoniem: Effectenbeurs.
- Misconceptie: Plaats waar mensen samenkomen om goederen of diensten te kopen of te verkopen, terwijl de goederen aanwezig zijn en ook direct geleverd worden. Bijvoorbeeld de jaarlijkse Huishoudbeurs. In feite is dit economisch gezien een markt waar iedereen spullen kan komen en direct kan meenemen.
|
| Beursbedrijf |
Handelaar in effecten die toegang heeft tot de effectenbeurs. Dit is dus een andere kwalificatie dan beursgenoteerd bedrijf. Dit laatste gaat over een bedrijf met aandelen die op de beurs verhandeld worden.
|
| Beursexit |
Moment waarop de notering van de aandelen van een NV op een effectenbeurs wordt gestaakt, vanwege faillissement, fusie of overname.
|
| Beursgang |
- Moment waarop aandelen van een NV voor de eerste keer naar de effectenbeurs worden gebracht.
- Moment waarop voor het eerst beursnotering bij een bepaalde effectenbeurs wordt verkregen en toegepast.
|
| Beurskoers |
- Prijs waarvoor aandelen of obligaties op de effectenbeurs verhandeld worden [euro per aandeel, euro per obligatie] {Financiering}.
- Verhouding tussen de bestaande prijs en de oorspronkelijke prijs [%] . Bij obligaties ligt het meer voor de hand dan bij aandelen om deze aanduiding te gebruiken.
- Synoniem: beursnotering
|
| Beursnotering |
- Vermelding van de koerswaarde van aandelen op de lijst met fondsen waarvoor een officiële beurskoers wordt vastgesteld door een bepaalde effectenbeurs. (In: een beursnotering aanvragen)
- De beurskoers die daadwerkelijk tot stand is gekomen op een effectenbeurs.
|
| Beurswaarde |
Waarde van een NV op basis van de koers van de aandelen op de effectenbeurs: aantal aandelen in omloop maal de beurskoers op een bepaald moment [euro] {Financiering}. Deze waarde kan afwijken van de intrinsieke waarde, de nettovermogenswaarde, de rentabiliteitswaarde en de verwervingsprijs van een deelneming.
|
| Bezittingen |
- Goederen die iemand onder zijn beheer heeft, onafhankelijk van de vraag of die goederen zijn of haar eigendom zijn {Juridische betekenis}.
- Bedrijfsmiddelen die eigendom zijn van de onderneming en die als activa op de balans staan vermeld [euro] {Bedrijfsadministratie}.
|
| Bezuinigen |
- Minder geld uitgeven dan oorspronkelijk het plan was.
- Het saldo van ontvangsten en uitgaven verkleinen.
- Meer inkomsten genereren (bijvoorbeeld belastingen innen) om tekorten te verkleinen.
|
| Biedprijs |
- Bedrag dat een potentiële koper bereid is te betalen voor een huis, een tweedehands auto of anderszins [euro/stuk; et cetera, maar nooit euro].
- Synoniem: prijs
|
| Big Bath accounting (Angliscisme) |
Maatregelen om in negatieve resultaten te versterken door toekomstige verliezen (bijvoorbeeld waardedaling activa) en kosten (versnelde afboeking van R&D) te nemen, waardoor de mogelijkheid bestaat om in de toekomst winststijgingen te laten zien. Dit komt vooral voor bij wisseling van de bestuurders, die zo met een slechte uitgangssituatie kunnen beginnen, opties krijgen en daarna naar goede resultaten kunnen groeien. Big Bath accounting is dus de tegenhanger van winstegalisatie.
|
| Boedelvorderingen |
Vorderingen op een ondernemer of onderneming die voortvloeien uit een faillissementsprocedure als gevolg van activiteiten van de curator om het faillissement ten uitvoer te brengen.
|
| Boekdatum of boekingsdatum |
- De dag waarop een financieel feit in de boekhouding wordt vastgelegd: de dag van registratie.
- De dag waarop de registratie van een storting bij de bank plaats vindt. Meestal begint de rentevergoeding een of enkele dagen later. De dag waarop de rentevergoeding begint, heet valuta.
|
| Boekhouding |
- Systeem om de financiële feiten te registreren.
- Synoniem: administratie, dus de vastlegging van financiële en niet-financiële feiten.
- Afdeling die tot taak heeft om de administratie te verzorgen.
|
| Boekhoudkundige voorraad |
- Het aantal stuks dat een bedrijf volgens de administratie op een bepaald tijdstip in het magazijn heeft. Dit aantal kan door bederf of diefstal afwijken van de technische voorraad en door koop- en verkooptransacties afwijken van de economische voorraad [stuks].
- De waarde van de goederen die volgens de boekhouding op een bepaald tijdstip aanwezig is in het magazijn [euro].
- Synoniem: voorraad.
|
| Boekingspost |
- Bedrag dat in de boekhouding staat vermeld.
Synoniem: post
- Bedrag dat nog vermeld moet worden in de boekhouding.
|
| Boekjaar |
Periode van 12 maanden die de basis is voor het uitbrengen van een jaarrekening. Deze periode van 12 maanden valt doorgaans samen met een kalenderjaar, maar dat hoeft niet.
Soms zijn er redenen om een boekjaar op een ander tijdstip dan 1 januari te laten beginnen, bijvoorbeeld om het gelijk op te laten lopen met een schooljaar of een academisch jaar. Studentenverenigingen doen dat bijvoorbeeld omdat er per academisch jaar een wisseling van het bestuur is.
|
| Boekwaarde |
| Waarde waarvoor de activa in de boeken staan en waarvoor ze vervolgens op de balans worden gezet [euro] {Interne verslaglegging}.
|
| Brutobedrijfsresultaat |
Resultaat in een dienstverlenend bedrijf (bijv. effectenhandelaar) voor aftrek van de bedrijfskosten [euo/jaar] {Financiering}. Het equivalent van deze term bij handelsondernemingen is brutowinst.
|
| Brutomarge |
- Brutomarge per stuk: brutowinstpercentage per eenheid product [procenten van de inkoopprijs excl. BTW of de verkoopprijs excl. BTW] (CK).
- Brutomarge per transactie: brutowinstpercentage per partij [procenten van de inkoopwaarde excl. BTW of de verkoopwaarde excl. BTW] (CK).
- Brutomarge per periode: brutowinstpercentage van de omzet [procenten van de omzet excl. BTW] (CK).
- Brutowinst minus inkoopkosten: [euro/periode] {Externe Verslaggeving, zie: model I en model J).
Synoniem: bruto-omzetresultaat.
-
Misconceptie: brutowinst.
|
| Bruto-omzet |
Omzet voor de aftrek van rabatten en kortingen: afzet x adviesprijs excl. BTW {Bedrijfsadministratie}.
Synoniemen: opbrengst verkopen en omzet.
|
| Bruto-omzetresultaat |
- Het saldo van de netto-omzet en de kostprijs van de omzet bij een bedrijf met stukproductie [euro/periode] {Externe Verslaggeving, zie model F }.
- Het saldo van de brutowinst en de inkoopkosten bij een handelsonderneming.
Synoniem: brutomarge [euro/periode] {Externe Verslaggeving, zie: model I bedrijfseconomische-modellen.nl).
|
| Brutowinst |
- Brutowinst per periode: verschil dat een handelaar berekent tussen de afzet tegen verkoopprijs en de afzet tegen inkoopprijs bij een handelsonderneming [euro/periode]. Kijk voor een toelichting bij: bedrijfseconomische-modellen.nl
- Brutowinst per periode: verschil dat een handelaar berekent tussen de afzet tegen verkoopprijs en de afzet tegen inkoopprijs (inclusief directe inkoopkosten) bij een handelsonderneming [euro/periode].
- Brutowinstopslag per eenheid product: bedrag waarmee de inkoopprijs verhoogd wordt om de verkoopprijs te verkrijgen [euro/stuk].
- Brutowinstopslag per eenheid product: bedrag waarmee de inkoopprijs (inclusief directe inkoopkosten) verhoogd wordt om de verkoopprijs te verkrijgen [euro/stuk].
-
Misconceptie: ebitda.
-
Misconceptie: brutomarge.
-
Misconceptie: dekkingsbijdrage.
|
| Brutowinstopslag |
- Bedrag dat een handelsonderneming optelt bij de inkoopprijs van de handelsproducten zodat er een marge ontstaat om een brutowinst te behalen [euro/stuk] {Kostencalculatie}. Kijk voor een toelichting bij:
.
- Percentage dat een handelsonderneming over de inkoopprijs legt om zijn verkoopprijs (ex BTW) te berekenen [%/stuk] {Kostencalculatie}.
- Brutowinstopslag in geld dat uitgedrukt wordt als percentage van de verkoopprijs (ex BTW) [%/stuk] {Kostencalculatie}.
|
| Budget |
- Bedrag dat vooraf (voorcalculatorisch) als norm is gegeven voor een afdeling of een bedrijf [euro/periode]. Zie ook: bedrijfseconomische-modellen.nl {Kostencalculatie}.
Synoniem: begroting.
- Bedrag dat achteraf (nacalculatorisch) wordt vastgesteld op basis van een tarief en een werkelijk geleverde prestatie [euro/periode]. Zie ook: bedrijfseconomische-modellen.nl {Kostencalculatie}. Dit betekent dat een nacalculatorisch budget toch altijd een voorcalculatorisch element bevat, namelijk het tarief.
|
| Budgetresultaat |
- Verschil tussen het bedrag dat vooraf (voorcalculatorisch) als norm is gegeven voor een afdeling of een bedrijf en het te verwachten bedrag aan kosten [euro/periode]. Zie ook: bedrijfseconomische-modellen.nl {Kostencalculatie}.
Synoniem: begrotingsresultaat
- Verschil tussen het bedrag dat achteraf (nacalculatorisch) als norm is vastgesteld op basis van een tarief en een werkelijk geleverde prestatie en de werkelijke kosten die gemaakt zijn [euro/periode]. Zie ook: bedrijfseconomische-modellen.nl {Kostencalculatie}.
|
| Buitengewone baten |
Baten die ontstaan zijn buiten de gewone bedrijfsuitoefening om, zoals winst bij afstoten van vaste activa (gebouwen, deelnemingen) of een herziening van het boekhoudkundige stelsel [euro/periode] {Externe Verslaggeving, zie de modellen E t/m J: bedrijfseconomische-modellen.nl }.
|
| Buitengewone lasten |
Lasten die ontstaan zijn buiten de gewone bedrijfsuitoefening om, zoals verlies bij afstoten van vaste activa (gebouwen, deelnemingen) of een herziening van het boekhoudkundige stelsel [euro/periode] {Externe Verslaggeving, zie de modellen E t/m J: bedrijfseconomische-modellen.nl }.
|
| Buitengewoon resultaat |
Het saldo van de buitengewone baten en de buitengewone lasten [euro/periode] {Externe Verslaggeving, zie de modellen E t/m J: bedrijfseconomische-modellen.nl }. Doel is om gebruikers van de jaarrekening een juist beeld te laten krijgen van het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening door incidentele posten apart weer te geven in de jaarrekening.
|
| Vakdidactische termen |
| Bedrijfseconomisch model |
Het netwerk van relaties tussen een aantal bedrijfseconomische grootheden. Boven aan het netwerk, dat in schemavorm is weer te geven, staat de centrale grootheid, de grootheid die voor een ondernemer van groot belang is bij het voeren van een bedrijfsbeleid. Voorbeelden zijn: de nettowinst, de verkoopprijs, de kostprijs of onderdelen daarvan. Voor elk type bedrijf kun je afzonderlijke modellen opzetten en vaak zijn er weer variaties op mogelijk voor afzonderlijke subdisciplines binnen de bedrijfseconomie.
|
| Begrippenpaar (taalmechanisme) |
| Begrippen die logischerwijze samenhangen met elkaar, maar daardoor ook een specifieke betekenis krijgen als ze in samenhang gebruikt worden, omdat ze dan een tegengestelde betekenis moeten hebben:
|
| Bewerking |
De bewerking van een opgave houdt de planning in van de tussenresultaten en de berekening van de uitkomst. Als de analyse van het vraagstuk is uitgevoerd, zodat het PAD bekend is, kan de bewerking beginnen.
Soms is het nodig eerst de oplossingsstructuur te achterhalen door een redenering op te zetten die bij de gevraagde grootheid begint en de weg beschrijft naar de gegevens toe. Daarna volgt de vaststelling van het oplossingspad. Als het oplossingspad eenmaal vaststaat kun je de berekeningen uitvoeren en de uitkomst vaststellen.
Natuurlijk is het ook mogelijk om een deelprobleem te onderkennen en de bewerking hiervan uit te voeren voordat de rest van het probleem wordt aangepakt.
|
| Bot: als voorbeeld van een homoniem |
Bot is een woord met veel verschillende betekenissen in de Nederlandse taal. Bijvoorbeeld: Het kan een soort platvis zijn, of een jonge loot aan de stam, of een knekel of een kluif.
Maar het kan ook betrekking hebben op nurks gedrag of op een mes dat niet snijdt. Je schijnt het zelfs te kunnen vangen.
Bot heeft veel betekenissen en de Dikke Van Dale somt ze netjes en genummerd op. Economische termen kunnen ook zeer uiteenlopende betekenissen hebben, maar toch zijn er steeds weer mensen die trachten om alle betekenissen van één woord in één definitie te vangen.
|
| Afkortingen |
| BBSH: Besluit Beheer Sociale Huursector |
De BBSH bevat dewetgeving met betrekking tot de sociale volkshuisvesting, dus de regels waar de woningcorporaties en hun verbindingen zich aan moeten houden.
|
| BSC (Anglicisme): Balanced Scorecard |
BSC staat voor: Balanced Scorecard. Dit is een instrument voor prestatiemeting (performance measurement) ontwikkeld door Kaplan en Norton. Het verbindt prestatie-indicatoren direct aan doelen en strategie van de onderneming door prioriteiten te stellen op vier vlakken: klanttevredenheid, interne processen, financiële maatstaven en ontwikkelvermogen (c.q. leervermogen) van een onderneming.
|
| BV:zie bij Besloten Vennootschap |