Logo Doing Business
Doing Business
Laatste update: 31 januari 2012. Aantal bezoekers op deze pagina sinds 31 juli 2008:
15,383 bezoekers (9 vandaag, 117 deze week, 59 deze maand, 667 dit jaar)

Bedrijfseconomische-begrippen.nl

bedrijfseconomische-begrippen.nl / bedrijfseconomischebegrippen.nl

Synoniemen - Homoniemen - Misconcepties - Anglicismen - Afkortingen

 
  A     B     C     D     E     F     G     H     I     J     K     L     M     N     O     P     Q     R     S     T     U     V     W     X     IJ     Z  
 
Portals   /   Onderwijsportaal.nl   /   Universiteit.nl   /   Vacatures
Zie ook:   bedrijfseconomische-modellen.nl   en:   vakdidactiek-bedrijfseconomie.nl
 
 
logo Vacatures en Advertenties
Overzicht vacatures
Homepage

Value driver

Valuta

Valutaswap

Valutawinst/ verlies

Variabele kosten

Variabele kostencalculatie

Vaste activa

Vaste kosten

Vaste lasten

Vaste verrekenprijs

Vastgoed

Vastgoedfonds

Verbinding

Verdienen

Verfijnde opslagmethode

Verkoop

Verkoopkosten

Verkoopprijs

Verkoopresultaat

Verkoopwaarde

Verkopen

Verkrijgingsprijs

Verlengstukwinst

Verlies

Vermogen

Vermogensbehoefte

Vermogenskosten

Vermogenskostenvoet

Vermogensmarkt

Vermogensverwerving

Verspilling

Vervangingswaarde

Verwachte kosten

Verwervingsprijs

Verzekerde waarde

Verzelfstandigde winst

Vesting periode

Vinken

Vinkje

Vlottende activa

Vlottende passiva

Volatiliteit

Volkshuisvestingsverslag

Voorcalculatorisch

Voorraad

Voorziening

Vorderingen

Vraag

Vraagprijs

Vreemd vermogen

Vrije kasstroom

Vakdidactische termen
Vaardigheid

Verkeersregels

Voorcalculatie

Voorraadgrootheid

Afkortingen
VBM

VEB

VOF

VVP
Omschrijving van de begrippen met een V
Value driver (Anglicisme)
Factor die in belangrijke mate de waarde van een onderneming bepaalt of beïnvloedt. Zie ook cost driver.

Valuta
  1. Geldsoort, meestal gebruikt in de betekenis van een vreemde valuta, dus een geldsoort van een ander land.
  2. Meervoudsvorm van geldsoort, dus geldsoorten van andere landen.
  3. De eerste dag waarop een bedrag dat bij de bank is gestort een rentevergoeding ontvangt. Dit kan een of een paar dagen na de boekingsdatum zijn.
    Synoniem: rentedatum.
Valutaswap
Overeenkomst om een bepaald bedrag in een valuta (geldsoort) uit te ruilen tegen een andere valuta met de afspraak om over een vastgestelde periode een tegenovergestelde transactie uit te voeren. Als beide partijen er belang bij hebben kan dat zonder verdere onderlinge vergoeding. Als één partij belang heeft en de ander is bemiddelaar, dan zal de bemiddelaar een vergoeding vragen voor zijn diensten.

Valutawinst / verlies
Winst of verlies, behaald bij de handel in vreemde valuta, dan wel ontstaan door veranderingen in de wisselkoersen van valuta die men in beheer heeft [euro/periode] {Financiering}. Het gebruik van de termen -winst en -verlies wijkt hier af van de effectenhandel: zie koerswinst/verlies.

Variabele kosten
  1. Kosten die afhangen van de omvang van de productie [euro/periode]. Zie ook: bedrijfseconomische-modellen.nl {Kostencalculatie}. Zie ook: constante kosten.
  2. Kosten die afhangen van de omvang van de afzet [euro/periode]. Zie ook: bedrijfseconomische-modellen.nl {Kostencalculatie}. Zie ook: constante kosten.
  3. Misconceptie: kosten die per eenheid product niet veranderen, want als ze afhangen van bijvoorbeeld de omvang van de voorraad, voldoen ze niet aan de definities onder 1 of 2.
Variabele kostencalculatie
Systeem van interne kostenbeheersing en bewaking die zich beperkt tot de variabele kosten. Met name in de VS is deze aanpak populair omdat men hiermee managers van afdelingen alleen aanspreekt op kostencomponenten waarop zij invloed kunnen hebben.
Synoniem: direct costing.

Indien naast de variabele kosten ook de vaste kosten deel uitmaken van de kostencalculaties, spreekt met van integrale kostencalculatie.

Vaste activa
  1. Kapitaalgoederen die langer meegaan dan één jaar. De vaste activa staan naast de vlottende activa en zij worden nader ingedeeld in materiële, immateriële en financiële vaste activa.
  2. Kapitaalgoederen die langer meegaan dan één productieproces. Meestal houdt men om pragmatische redenen aan dat de kapitaalgoederen langer dan een jaar in gebruik zijn, voordat ze gebruikt of economisch verouderd zijn.
  3. Activa die bestemd zijn om de uitoefening van de werkzaamheden van de rechtspersoon duurzaam te dienen (art 2:364 lid 1 BW).
Vaste kosten
  1. Kosten die niet veranderen als gevolg van de omvang van de productie of de omvang van de afzet.
    Synoniem: constante kosten [euro/periode].
  2. Misconceptie: vaste lasten [euro].
Vaste lasten
Bedragen die elke maand betaald moeten worden, bijvoorbeeld vanwege verzekering of elektriciteit (spreektaal) [euro].
Misconceptie: vaste kosten c.q. constante kosten.

Vaste verrekenprijs (VVP)
Bijzondere vorm van een standaardprijs, omdat naast de inkoopprijs ook opslagen voor inkoopkosten zijn opgenomen in het bedrag waarvoor de goederen of grondstoffen in de boekhouding worden opgenomen. Kijk voor een toelichting bij: bedrijfseconomische-modellen.nl {Kostencalculatie}.

Vastgoed
  1. Bedrijfspanden, kantoorpanden, e.d. die geschikt zijn om in te investeren als kapitaalgoed om een bedrijf in uit te oefenen.
  2. Woningen, bedrijfspanden, kantoorpanden, e.d. die geschikt zijn om aan te schaffen als object voor het beleggen van geld.
     
Vastgoedfonds
Beleggingsfonds dat aandelen naar de beurs brengt om het opgehaalde geld weer uit te zetten in vastgoed en daarvoor een lager rendement vergoedt aan haar aandeelhouders, dan het zelf behaalt, dankzij zijn specialistische kennis. Rendement kan bestaan uit cash-dividend, stock-dividend en/of koersstijging van de waarde van het aandeel van het fonds.
 
Verbinding
Term uit de wereld van woningcorporaties die samenwerkingsverbanden aangeeft tussen woningcorporaties, BV’s, Stichtingen, CV’s en VOF’s. Woningcorporaties zonderen hun vaste activa vaak af in aparte juridische constructies om het onderhoud en het beheer van deze vaste activa te regelen. Om die reden vraagt het ministerie van VROM niet alleen een jaarrekening van de woningcorporaties maar ook een volkshuisvestingsverslag waarin het eigen vermogen en de jaaromzet van de hele verbinding is verantwoord. Het CFV berekent op basis van dit verslag het weerstandsvermogen.
 
Verdienen
  1. Werkelijke ontvangst van geld voor het leveren van arbeid. Een werknemer levert arbeid en krijgt als beloning een salaris.
  2. Het bedrag dat iemand zou behoren te krijgen voor het leveren van arbeid. “Ik verdien veel, maar ik krijg het niet.”.
  3. Geld dat een ondernemer overhoudt aan het voeren van zijn bedrijf. In principe is het geld dat overblijft de nettowinst, maar bij een eenmanszaak of VOF rekent een ondernemer ook de beloning voor zijn arbeid en het inzetten van zijn eigen vermogen tot de verdiensten.
  4. Brutowinst die een handelaar of winkelier overhoudt aan de verkoop van producten. “Je verdeint er zo weinig aan dat je na aftrek van de kosten niets overhoudt.”
Verdisconteren
  1. Rekening houden met de waarde van een onderdeel op factor bij de berekening van een prijs die men bereid is te betalen voor een goed of een bedrijf. Zo verdisconteert men de klantenbinding bij de berekening van de bedrijfswaarde door een bedrag te betalen voor de goodwill.
  2. De invloed van de tijd in mindering brengen op de waarde van een goed of bedrijf door de geschatte waarde in de toekomst te verminderen met een rentefactor: zie disconto.
Verfijnde opslagmethode
Opslagmethode waarbij de opslag voor de indirecte kosten is uitgesplitst over afzonderlijke opslagen, waarbij de ene opslag gekoppeld kan zijn aan de grondstofkosten, de andere aan de arbeidskosten en weer een andere aan de som van beide {Kostencalculatie}.

Verkoop c.q. verkopen
  1. Het aanbieden van een product aan een klant.
  2. Onderdeel van het bedrijfsproces waarin het verkopen van de producten centraal staat.
  3. Onderdeel van het bedrijfsproces waarin de marketing en het verkopen van de producten centraal staan (verkoop staat dan naast productie).
Verkoopkosten
  1. Werkelijke kosten voor de verkoop van de afzet [euro/periode] {Interne Verslaggeving}. Zie ook: bedrijfseconomische-modellen.nl, {Externe Verslaggeving}. Zie ook: bedrijfseconomische-modellen.nl en model F, model H en model J).
  2. Toegestane kosten voor de verkoop van de afzet [euro/periode] {Bedrijfsadministratie}.
  3. Werkelijke kosten voor de marketing en verkoop van de afzet [euro/periode] (Marketin).
  4. Misconceptie: toegestane kosten voor de marketing en verkoop van de afzet [euro/periode].
  5. Som van de toegestane algemene kosten, marketingkosten en verkoopkosten [euro/periode] {Kostencalculatie}.
  6. Misconceptie: som van de werkelijke algemene kosten, marketingkosten en verkoopkosten [euro/periode].
Verkoopprijs
  1. Bedrag per eenheid dat de verkoper vraagt als tegenprestatie voor de levering van een product [euro/stuk; euro/kg.; euro/liter; euro/uur; et cetera, maar nooit euro].
    Synoniemen: prijs, consumentenprijs of gewenste verkoopprijs.
    Kijk voor een toelichting bij: opbouw verkoopprijs bij bedrijfseconomische-modellen.nl.
  2. Bedrag per eenheid dat de koper en verkoper daadwerkelijk zijn overeengekomen als betaling voor een product. [euro/stuk; euro/kg.; euro/liter; euro/uur; et cetera, maar nooit euro].
Verkoopresultaat
Het verschil tussen de omzet (dus de afzet tegen de verkoopprijs) en de afzet tegen de commerciële kostprijs. Het is het resultaat dat een bedrijf zou kunnen behalen als alles volgens de vooraf vastgestelde normen verloopt, dus als er geen positieve of negatieve budgetresultaten zouden zijn.

Het voorcalculatorische en het nacalculatorische verkoopresultaat kunnen van elkaar afwijken door verschillen in verkoopprijs en/of afzet.

Zie ook: uitsplitsing bedrijfsresultaat bij bedrijfseconomische-modellen.nl
Verkoopwaarde
  1. De totale omvang van de waarde van de verkochte eenheden: afzet x verkoopprijs [stuks per periode x euro per stuk = euro per periode]
  2. De verkoopprijs van een gebouw of machine in de staat waarin het verkeert [euro per stuk]. De verkoopwaarde kan vastgesteld zijn op basis van een schatting of op basis van een gerealiseerde verkooptransactie.
  3. De schatting van de waarde van voorraden handelsgoederen of effecten op basis van de prijs die actueel is in het handelsverkeer.
  4. De schatting van de waarde van effecten of opties op basis van hun beurskoers.
Verkopen
  1. Aantal verkochte eenheden in een periode [stuks/periode].
    Synoniem: afzet.
  2. Waarde van de verkochte eenheden in een periode [euro/periode].
    Synoniem: omzet.
  3. Het aanbieden van producten aan de potentiële afnemers.
Verkrijgingsprijs
  1. Bedrag per aandeel dat een NV betaald heeft bij de inkoop van eigen aandelen [euro/aandeel] {Externe Verslaggeving}. In principe zou de onderneming deze eigen aandelen in mindering kunnen brengen op het geplaatste aandelenvermogen, maar vooral als de onderneming van plan is om later de aandelen in omloop te brengen, dan wil de wetgever dat dit tot uitdrukking komt in de toelichting op de balans.
    Deze eigen aandelen moeten dus een aparte vermelding krijgen hoe zij in mindering komen op het eigen vermogen en wel voor het bedrag dat de NV heeft betaald voor die eigen aandelen.
  2. Bedrag per aandeel dat een NV betaald voor deelname in een andere onderneming [euro/aandeel]. Synoniem: verwervingsprijs.
  3. Bedrag dat een bedrijf betaalt om een bedrijf op te kopen en dat te splitsen is in een deel netto-vermogenswaarde van de activa en goodwill [euro/bedrijf].
  4. Bedrag dat een bedrijf betaalt aan goodwill om een bedrijf op te kopen [euro/bedrijf].
  5. Synoniem: prijs of aanschafprijs
Verlengstukwinst
Deel van de winst van een coöperatie die toegerekend kan worden aan de activiteiten van de leden. In feite zijn het de opportunity kosten van de arbeid die de leden van de coöperatie leveren. Het andere deel van de winst heet verzelfstandigde winst en is fiscaal onderhevig aan de vennootschapsbelasting  [euro/periode].

Verlies
  1. Bedrijfsresultaat dat ontstaat als de kosten hoger zijn dan de opbrengsten, c.q. als de kosten hoger zijn dan de brutowinst [euro per periode].
  2. Resultaat als een product tegen een lagere prijs verkocht wordt dan de kostprijs [euro per stuk].
  3. Nadelig resultaat op een afdeling of productiecentrum [euro per periode].
  4. Nadelig resultaat op een project of incidentele transactie [euro].
Vermogen
  1. Het totaal van de posten aan de creditzijde van de balans, opgebouwd uit eigen vermogen en vreemd vermogen [alle posten zijn uitgedrukt in euro] {Interne Verslaggeving en Externe Verslaggeving} (tegenhanger van kapitaal).
  2. Het eigen vermogen in een niet-commerciële organisatie (Kameraalstijl).
  3. De persoonlijke financiële middelen waar iemand over beschikken kan (Volksmond). Meestal is dit vermogen niet opgebouwd uit een banktegoed, maar uit beleggingen. Pensioenaanspraken vallen doorgaans niet onder deze interpretatie van vermogen.
  4. Alle eigendommen waar iemand over beschikt minus de schulden of verplichtingen die iemand heeft {Juridische term} [in natura] . Bij trouwen op huwelijkse voorwaarden of bij het afsluiten van een samenlevingsovereenkomst kan iedere partner een eigen vermogen vaststellen, maar die omvat een opsomming van de goederen (en eventueel de giro- en kassaldi) die eigendom blijven van elk van de partijen. Bij faillissement wordt er beslag gelegd op het vermogen van iemand, maar de facto wordt er beslag gelegd op alle zaken waarvan juridisch gezien het eigendomsrecht ligt bij degene die failliet gaat.
  5. De waarde van alle eigendommen waar iemand over beschikt, verminderd met de waarde van de schulden of verplichtingen. {Juridische term}[euro] .
Vermogensbehoefte
Het bedrag aan vermogen dat nodig is om alle activa te financieren. Voor een deel vindt die financiering plaats door krediet van leveranciers en andere schuldeisers. Dan vindt financiering met geïnduceerd vermogen plaats. Voor een ander deel moet een actief financieringsbeleid plaatsvinden om aandeelhouders, banken of derden bereid te vinden deel te nemen in eigen of vreemd vermogen. In dat geval is sprake van autonoom vermogen {Financiering}.
Synoniemen: werkzaam vermogen

Vermogenskosten
  1. De som van interest vreemd vermogen en het vereiste rendement op het eigen vermogen. Voor de constatering van waardecreatie (EVA) is van essentieel belang dat de nettowinst gecorrigeerd is voor dit vereiste rendement op het eigen vermogen.
  2. Een bedrag aan standaardkosten dat berekend wordt door het hele vermogen van een onderneming te vermenigvuldigen met een rendementseis (c.q. vermogenskostenvoet).
    Synoniemen: interestkosten volgens de kostencalculatie en berekende interest volgens de bedrijfsadministratie.

Vermogenskostenvoet
De rendementseis die de bedrijfsleiding stelt ten aanzien van het totale vermogen. Dus het rentepercentage dat de bedrijfsleiding gebruikt om een redelijke vergoeding voor het totale vermogen van de onderneming vast te stellen. Dit rentepercentage werkt goed zolang de interest op het vreemde vermogen lager is dan de rendementseis. Anders schiet de onderneming er bij in.

Vermogensmarkt
  1. De combinatie van geldmarkt en kapitaalmarkt {Monetaire Economie}.
  2. Het geheel van financiële markten en financiële instellingen. Zij omvat de markt voor kort vreemd vermogen (de geldmarkt) en de markt voor lang vermogen (de markt voor middellang krediet en de kapitaalmarkt). De kapitaalmarkt omvat hier vraag en aanbod van krediet langer dan 10 jaar en vraag en aanbod van aandelenvermogen {Financiering}.
Vermogensverwerving
Aantrekken van vermogen om te kunnen investeren.
Synoniem: financiering.

Verspilling
De kosten die niet noodzakelijk zijn om de productie uit te voeren. De werkelijke kosten die een ondernemer maakt, vallen dus uiteen in toegestane kosten en verspilling. Om vast te stellen wat noodzakelijk is, moet de ondernemer redeneren vanuit het perspectief van concurrenten, die op de markt zijn of komen. Zij zullen trachten hun prijs laag te houden, en om dat te bereiken zullen zij proberen hun kosten te minimaliseren. Wat de concurrenten onvermijdelijk aan kosten zullen hebben, is de norm voor de ondernemer.

Vervangingswaarde
Een inschatting van de prijs waarvoor een kapitaalgoed op de inkoopmarkt kan worden aangeschaft. Als het gaat om de inschatting van de waarde op de verkoopmarkt, dan spreekt men van de opbrengstwaarde. Waardering tegen vervangingswaarde betekent dus dat men gebouwen, machines of voorraden regelmatig herwaardeert op basis van de actuele waarde, c.q. prijsontwikkeling. Probleem is dat goederen ook technische veranderingen ondergaan en dat maakt het vooral voor kapitaalgoederen vaak moeilijk om vast te stellen wat de actuele prijs geweest zou zijn.

Verwachte kosten
De werkelijke kosten die een ondernemingverwacht te gaan maken. Het gaat dus om een voorcalculatie. Waar mogelijk zal verspilling in de berekeningen vooraf worden uitgesloten, maar soms zijn meerjarige contracten aangegaan, waardoor verspilling onvermijdelijk is. Bijvoorbeeld als er machines gekocht zijn die groter blijken te zijn, dan noodzakelijk.
Misconcepties: begrote kosten, toegestane kosten en standaardkosten.

Verwervingsprijs
  1. Bedrag per aandeel dat een NV betaald heeft bij de inkoop van aandelen van een andere onderneming [euro/aandeel] {Externe Verslaggeving}.
  2. Waarde van een deelneming in een onderneming op basis van de verwervingsprijs per aandeel. Deze waarde kan afwijken van de beurswaarde, de intrinsieke waarde, de nettovermogenswaarde, de rentabiliteitswaarde en de verwervingsprijs van een deelneming.
  3. Bedrag per aandeel dat een NV betaald voor deelname in een andere onderneming. Synoniem: verkrijgingsprijs.
  4. Synoniem: prijs
Verzekerde waarde
Waarde van roerende of onroerende goederen op basis van de verzekeringsovereenkomst die gesloten is en waarin het bedrag is bepaald dat uitgekeerd wordt bij een calamiteit.

Verzelfstandigde winst
Het deel van de winst van een coöperatie dat overblijft nadat een rechtmatige beloning van de activiteiten van de leden van de coöperatie in mindering is gebracht op de totale winst die behaald is [euro/periode]. Het bedrag dat in mindering komt op de winst heet de verlengstukwinst.

Vesting periode ( Anglicisme)
Wachttijd voordat het personeel of een lid van de directie een optie op aandelen kan verzilveren of het verkregen recht op aandelen kan uitoefenen.

Vinken
  1. Vinkjes zetten in een kolom zodra een boekingspost op juistheid is gecontroleerd.
    Synoniem: afvinken.
  2. De meisjes van plezier bezoeken (volgens van Dale).
Vinkje
  1. V-teken dat in de kantlijn geplaatst wordt zodra een post gecontroleerd is.
  2. Portemonnaie nadat deze gerold is (volgens van Dale).
Vlottende activa
  1. Alle activa met een looptijd korter dan een jaar, zoals voorraden, vorderingen, effecten (als kortlopende belegging van overtollig kasgeld) en liquide middelen {Externe Verslaggeving}. Zie ook: bedrijfseconomische-modellen.nl.
  2. Alle activa met een looptijd korter dan een productiecyclus, zoals voorraden, vorderingen, effecten (als kortlopende belegging van overtollig kasgeld) en liquide middelen {Externe Verslaggeving}. Zie ook: bedrijfseconomische-modellen.nl.
  3. Alle activa met een looptijd korter dan een jaar, zoals voorraden en vorderingen. De liquide middelen blijven buiten beschouwing {Financiering en Interne Verslaggeving}.
  4. Alle activa met een looptijd korter dan een productiecyclus, zoals voorraden en vorderingen. De liquide middelen blijven buiten beschouwing {Financiering en Interne Verslaggeving}.
Vlottende passiva
Kort vreemd vermogen dat voor een deel ontstaat door afspraken met banken en andere financiers en voor een deel voortvloeit uit het primaire proces, zoals crediteuren die krediet verstrekken doordat ze uitstel van betaling geven.

Volatiliteit
  1. De mate van schommelingen in het bedrijfresultaat van de onderneming.
  2. De mate van schommelingen in de waarde van obligaties als gevolg van veranderingen in het rentepercentage.
  3. De beweeglijkheid in de koersen van financiële instrumenten. Bij historische volatiliteit meet men de standaarddeviatie in verhouding tot de gemiddelde koersbeweging uit het verleden. Bij impliciete volatiliteit gaat het om de optieprijzen die een indicatie geven van de verwachtingen rond de koersontwikkelingen.
  4. Gestandaardiseerde verwachte fluctuaties in de afzonderlijke koersen, berekend via standaarddeviaties die op jaarbasis zijn uitgedrukt.
Volkshuisvestingsverslag
Jaarverslag van een verbinding van juridisch zelfstandige organisaties waarvan een woningcorporatie deel uitmaakt. Woningcorporaties splitsen vaak vaste activa af in Stichtingen of vennootschappen voor het beheer en onderhoud. Om toch een beeld te krijgen van o.a. het totale eigen vermogen en de jaaromzet van deze verbinding, moet de accountant ook het algehele overzicht beoordelen. Dit volkshuisvestingsverslag is de basis voor het CFV om het weerstandsvermogen te berekenen. {Externe verslaggeving voor niet commerciële organisaties}

Voorcalculatorisch
Calculaties (dus berekeningen) die plaatsvinden voordat de goederen verkocht zijn. Dus bijvoorbeeld een berekening van de winst die men denkt te gaan halen. Het zijn dus eigenlijk schattingen vooraf, waarvan achteraf (nacalculatorisch) nog maar moet blijken of ze ook echt zo uit komen.

Voorraad
  1. Het aantal stuks dat een bedrijf volgens de telling op een bepaald tijdstip in het magazijn heeft (de technische voorraad) [stuks].
  2. Het aantal stuks dat een bedrijf volgens de administratie op een bepaald tijdstip in het magazijn heeft (boekhoudkundige voorraad). Dit aantal kan door bederf of diefstal afwijken van de technische voorraad ([stuks].
  3. Het aantal stuks waar een bedrijf prijsrisico over loopt (economische voorraad), dus als er prijsveranderingen zijn die  doorwerken in de boekhouding en voor rekening komen van de onderneming [stuks]. Als een bedrijf goederen heeft verkocht, maar nog niet geleverd, dan loopt ze geen prijsrisico meer maar heeft ze de goederen nog wel in magazijn.
  4. De waarde van de hoeveelheid goederen die op een bepaald tijdstip in het magazijn aanwezig is [euro].
Voorziening
Bedrag dat credit op de balans apart is gezet voor verplichtingen die te verwachten zijn. Bijvoorbeeld een garantievoorziening die aangeeft welke bedrag aan schadeclaims met in de toekomst verwacht voor producten die reeds afgeleverd zijn. De voorzieningen vallen onder het vreemd vermogen, omdat het claims van derden zijn op het bedrijf. Voorziening behoren dus niet tot de reserves, want die maken deel uit van het eigen vermogen.

Vorderingen
  1. Bedragen die een onderneming tegoed heeft van afnemers of andere relaties en die op korte of lange termijn opvorderbaar zijn. {Bedrijfseconomie}
  2. Verplichtingen aan derden in geval van faillissement. Er zijn boedelvorderingen, preferente vorderingen en concurrente vorderingen. {Juridische term}
Vraag
  1. Goederenmarkt: Hoeveelheid goederen die mensen, bedrijven of organisaties willen aanschaffen, omdat zij ze nog niet hebben (vb televisies).
  2. Arbeidsmarkt: Hoeveelheid arbeidskrachten die bedrijven of organisaties willen inzetten in het arbeidsproces, ongeacht of zij die mensen al in dienst hebben of dat zij vacatures hebben.
  3. Vermogensmarkt: Hoeveelheid geld dat mensen in hun bezit hebben vanwege transactie-, voorzorg- of speculatiemotief.
    Zie voor vergelijkbare betekenissen: het aanbod.
Vraagprijs
  1. Bedrag dat de verkoper van een huis, tweedehands auto of anderszins vraagt om de eigendom van een goed over te dragen [euro/stuk; et cetera, maar nooit euro].
  2. Synoniem: prijs
Vreemd vermogen
  1. Het vermogen waarmee de onderneming is gefinancierd, met uitsluiting van het eigen vermogen [euro].
  2. Geld dat van buitenstaanders is aangetrokken om de onderneming te financieren, nader uitgesplitst in Lang Vreemd Vermogen (looptijd meer dan een jaar) en Kort Vreemd Vermogen (looptijd korter dan een jaar) [euro].
  3. Misconceptie: Schulden, want dat is een juridische term die bovendien duidt op betalingsachterstand.
Vrije kasstroom
  1. Saldo van de verwachte ingaande en uitgaande kasstromen in een periode {Financiering}. De vrije kasstromen zijn van belang voor de inschatting van de bedrijfswaarde indien men overweegt het bedrijf te kopen. Zij zijn de basis voor de vaststelling van de goodwill die men bereid is te betalen.
  2. Saldo van de werkelijke kasstroom die is ingegaan of uitgegaan in een periode.
  3. Schatting van het te verwachten saldo van de ingaande en uitgaande kasstromen in een periode op basis van de resultatenrekening van een periode {Externe verslaggeving}:
    nettowinst uit operationele activiteiten na belasting + afschrijvingen - investering in vaste en vlottende activa.
     
Vakdidactische termen
Vaardigheid
De automatisering van een bepaalde handelwijze, waarbij de meest geschikte strategie of tactiek zonder verder nadenken wordt gebruikt. Vaardigheden zijn een belangrijke doelstelling van het onderwijs, maar ze zijn ongrijpbaar voor de docent, omdat de student zelf bepaalt of hij beschikbare strategieën en tactieken wil toepassen.

Het tragische van onderwijs gericht op vaardigheden is, dat het succes verbleekt naarmate het succes groter is. Als iemand vaardigheden ontwikkelt en die automatiseert, dan komen ze via bewuste acties in het gedrag en veranderen in onbewuste acties. Uiteindelijk lijkt het dan of een expert veel kennis heeft, terwijl de vaardigheden als iets vanzelfsprekends worden gezien. Zelf is hij zich er vaak niet van bewust.

Verkeersregels (externe verslaggeving versus interne verslaggeving)
Tegenstrijdige aanwijzingen hoe je je dient te gedragen in het verkeer. ‘Rechts verkeer gaat voor.’ ‘Rechtdoorgaand verkeer gaat voor afslaand verkeer.’ ‘Voorrangsweg gaat voor verkeer van rechts.’‘Voetgangers op de zebra gaan voor’. Enzovoort.

Toch kun je er mee leven, althans de meesten van ons, omdat je leert om te gaan met tegenstrijdige regels. Bij elk tweetal regels kun je aangeven welk de voorkeur heeft boven de ander. Ooit geprobeerd om een samenhangende prioriteitsstelling van verkeersregels te maken?

Hetzelfde geldt voor het opstellen van journaalposten en het bijhouden van een grootboek in de boekhouding.

Voorcalculatie
Dit is een berekening die op voorhand wordt gemaakt. Alle grootheden die in de berekening zijn opgenomen zijn schattingen van de waarden die op kunnen treden in de toekomst. Achteraf moet nog maar blijken of het allemaal zo uitkomt.

Voorcalculatie is een signaalwoord dat een reeks van ideeën, procedures en tradities activeert. Dat geldt ook voor de term nacalculatie. Dergelijke termen moet je dik onderstrepen en je moet er even de tijd voor nemen om vast te stellen, wat je allemaal verwachten kunt, wanneer je verder gaat met een vraagstuk. Dergelijke verwachtingen zijn belangrijk bij het controleren van je aanpak.

Voorraadgrootheid
Grootheid die aangeeft wat de waarde is op een bepaald tijdstip. Deze grootheid is de tegenhanger van de stroomgrootheid. Bijvoorbeeld de balansposten. Deze geven allemaal de stand per balansdatum.

Tegenover de voorraadgrootheden staan de stroomgrootheden, zoals alle grootheden op de resultatenrekening.
Afkortingen
VBM (Anglicisme)
VBM staat voor Value Based Management. Dit is een wijze van leiding geven, waarbij het creeren van waarde binnen de onderneming centraal staat. Als waardemaatstaf dient dan niet de nettowinst, maar de Economic Value Added, ofwel de economische waarde die het management aan het bedrijf toevoegt. VBM is dus geen strategie, maar de operationalisering (de invulling dus) van de ondernemingsdoelstellingen die in het management control systeem gestalte moeten krijgen.

VEB
VEB staat voor Vereniging van Effectenbezitters. Dit is een vereniging van mensen en organisaties die aandelen of obligaties bezitten en hun gemeenschappelijke belangen laten behartigen door een vereniging die actief is op aandeelhoudersvergaderingen e.d.

VOF
VOF staat voor Vennootschap Onder Firma. Dit is een juridische vorm om de samenwerking en het vermogen van partijen te regelen die gezamenlijk een bedrijf voeren.

VVP
VVP staat voor: vaste verrekenprijs. Bijzondere vorm van een standaardprijs, omdat naast de inkoopprijs ook opslagen voor inkoopkosten zijn opgenomen in het bedrag waarvoor de goederen of grondstoffen in de boekhouding worden opgenomen. Kijk voor een toelichting bij: bedrijfseconomische-modellen.nl {Kostencalculatie}.

 
Begin   |    Universiteit.nl   |    Onderwijsportaal.nl   |    Vacatures-in-het-onderwijs.nl
 
De bedoeling van deze website
Deze pagina is onderdeel van de website bedrijfseconomische-begrippen.nl. Dit is een website die gekoppeld is aan www.bedrijfseconomische-modellen.nl en geeft inzicht in de manier waarop economen werken met homoniemen, synoniemen en misconcepties. Vooral opgaven in bedrijfseconomische leerboeken bevatten vaak simpele en daardoor onjuiste begrippenstructuren. Het motto van deze site is dan ook: "Leren omgaan met slordig woordgebruik".

De site bedrijfseconomische-modellen.nl biedt een overzicht van fundamentele en consistente begrippenstructuren en relateert die aan subdisciplines in de bedrijfseconomie. Ook staan er complicaties vermeld die samenhangen met homoniemen en synoniemen die eigen zijn aan de taal. Economen zijn ze echter slecht bewust van die homoniemen en synoniemen, waardoor allerlei modellen door elkaar gehaald worden.

De site bedrijfseconomische-begrippen.nl is ook onderdeel van het Onderwijsportaal. Uitgangspunt van het onderwijsportaal is dat u sites rechtstreeks kunt benaderen door trefwoorden in te tikken met www. ervoor en .nl erachter. Vaak zijn er meer URL’s beschikbaar om een pagina te benaderen. Zo kunt u deze site niet alleen via www.bedrijfseconomische-begrippen.nl bereiken, maar ook via www.bedrijfseconomischebegrippen.nl.

Mocht u tips of hints hebben dan ontvangen wij die graag via webmaster onderwijsportaal
 
Copyright © 1998 by Stichting Onderwijsportaal, Adviesbureau CASA en anderen
Wij volgen het privacy-beleid van Google en zijn niet verantwoordelijk voor het selecteren van de advertenties in de Google vakken.
Registratienummer Adviesbureau CASA: KvK Rijnland: 28083873 / BTW NL0698.39.517.B01
Dossiernummer Stichting Onderwijsportaal: KvK Rijnland: 28092786 / BTW-nummer 8106.36.025
Webmaster: Fons Vernooij
Leveringsvoorwaarden: zie bijgaand document