Laatste update van deze site: 28 mei 2017.
BedrijfseconomischeBegrippen.nl
BedrijfseconomischeBegrippen.nl
Synoniemen, homoniemen,
misconcepties, en anglicismen
  A     B     C     D     E     F     G     H     I  
  J     K     L     M     N     O     P     Q  
  R     S     T     U     V     W    X/Y     Z    

Bedrijfseconomische termen: B

  
Indexpagina

Balanced scorecard

Balans

Balanswaarde

Baten

Bedrijf

Bedrijfseconomie

Bedrijfseconomische winst

Bedrijfskosten

Bedrijfskunde

Bedrijfslasten

Bedrijfsopbrengsten

Bedrijfsresultaat

Bedrijfstype

Bedrijfswaarde

Beginbalans

Beginwaarde

Begrote kosten

Begroting

Begrotingsresultaat

Belegde middelen

Beleggen

Belegger

Belegging

Beleggingsfonds

Beleggingskosten

Benchmark

Berekende interest

Besloten vennootschap

Bestens-order

Betaalde interest

Betaalde rente

Betaalinstrument

Betaling

Betrouwbaarheid

Beurs

Beursbedrijf

Beursfonds

Beursgang

Beursindex

Beurskapitalisatie

Beurskoers

Beursnotering

Beurswaarde

Bezittingen

Bezuinigen

Biedprijs

Big Bath accounting

Boedelvorderingen

Boekhoudkundige voorraad

Boek(ings)datum

Boekhouding

Boekingspost

Boekjaar

Boekwaarde

Brutobedrijfsresultaat

Brutomarge

Bruto-omzet

Bruto-omzetresultaat

Brutorendement

Brutowinst

Brutowinstopslag

Budget

Budgetresultaat

Buitengewone baten

Buitengewone lasten

Buitengewoon resultaat

BTW

  Top Omhoog Top
 

Vakdidactische termen     

Bedrijfseconomisch model

Begrippenpaar

Bewerking

Bot

  Top Omhoog Top
 

Afkortingen                        

BBSH

BSC

BV

  Top Omhoog Top
 
  

Omschrijving begrippen met een B

Balanced Scorecard  Top
De Balanced Scorecard is een instrument voor prestatiemeting (performance measurement) ontwikkeld door Kaplan en Norton. Het verbindt prestatie-indicatoren direct aan doelen en strategie van de onderneming.

Dit gebeurt door prioriteiten te stellen op vier vlakken: klanttevredenheid, interne processen, financiële maatstaven en ontwikkelvermogen (c.q. leervermogen) van een onderneming.

Balans  Top
  1. Overzicht van de kapitaalgoederen waar een onderneming over beschikt en de wijze waarop die kapitaalgoederen met behulp van eigen vermogen en vreemd vermogen zijn gefinancierd.

    De balansposten zijn allemaal in euro uitgedrukt. {Interne en Externe Verslaggeving}.

  2. Overzicht van bezittingen en schulden, waarbij het eigen vermogen gemakshalve als schuld aan de eigenaar wordt gezien [euro] {Bedrijfsadministratie}.
Balanspost  Top
Een bestanddeel van de balans. Aan de linkerzijde (debet) staan alle bestanddelen van het kapitaal.

Aan de rechterzijde (met de r van credit) staan alle bestanddelen van het vermogen (eigen vermogen en vreemd vermogen).

NB De term post wordt op meer manieren gebruikt in de administratie.

Balanswaarde  Top
  1. Waarde waarvoor de activa en de passiva op de balans staan [euro] {Externe verslaglegging}. Wat betreft de vaste activa is de balanswaarde gelijk aan de aanschafwaarde minus de afschrijving op de vaste activa tot het moment waarop de balans wordt opgemaakt.

    Onder IFRS wordt bij immateriële vaste activa (zoals goodwill, octrooien of licenties) de afboeking op boekwaarde met een ‘ impairment test’ bepaald. Er wordt niet langer op afgeschreven.

  2. Waarde van activa en de passiva zoals die per saldo op de balans staan [euro] {Interne verslaglegging}. Een interne balans kan meer informatie bevatten dan een externe balans.

    Zo kan bij de post Debiteuren zowel de totale vordering als de inschatting van de oninbare vorderingen op de balans staan ter informatie van de directie. Maar op een externe balans zal men deze informatie niet graag prijs geven.

    Synoniem bij vaste activa: Boekwaarde {Interne verslaglegging}
Baten  Top
  1. Alle bedragen die in de loop van het jaar leiden tot een toename van het eigen vermogen van een niet-commerciële organisatie [euro] (vormt een begrippenpaar met lasten) (kameraalstijl).

  2. I nkomsten van een niet-commerciële organisatie na correctie voor ‘ vooruit ontvangen bedragen’ en ‘nog te ontvangen bedragen’. Dus het bedrag aan inkomsten dat zou ontstaan als iedereen zijn rekening op tijd zou betalen [euro] (kameraalstijl).

  3. Werkelijke opbrengsten die leiden tot een toename van het eigen vermogen van een onderneming, bijvoorbeeld interestbaten [euro/periode] {Bedrijfsadministratie}.

  4. Alle werkelijke opbrengsten (dus alle posten aan de creditzijde) in een winst- en verliesrekening die in scontrovorm is opgesteld [euro/periode] {Externe Verslaggeving, zie: model G en model H }. Ook hier staat een specifieke betekenis van de term lasten tegenover.

  5. Voordelen in materiële of immateriële zin die voortvloeien uit een project [diverse eenheden] (vormt dan een begrippenpaar met kosten) (Openbare financiën).

  6. Alle posten die mogelijk tot opbrengsten leiden bij verkoop door een curator in het geval van een faillissement {Juridische term}.

  7. Misconceptie: de winst die behaald is.

  8. Misconceptie: het batig saldo ofwel het saldo van baten en lasten.
Bedrijf  Top
  1. Organisatie gericht op het leveren van goederen of diensten die aan de afnemers in rekening kunnen worden gebracht.

  2. Organisatie gericht op het winstgevend leveren van goederen of diensten.
    Synoniem: onderneming.

  3. Onderdeel van een toneelstuk.
Bedrijfseconomie  Top
  1. Verzamelnaam voor alle economische subdisciplines die niet vallen onder de Algemene Economie.

  2. Studierichting binnen de heao die bestaat naast Commerciële Economie, MER (management, economie en recht) en Accountancy.

  3. Verzamelnaam voor interne en externe verslaggeving (c,q, management accounting en financial accounting).

    N.B. De betekenis van deze term hangt dus sterk af van de overige kostencategorieën die in een casus genoemd staan.

    Om de term te interpreteren is het dus nodig om eerst te kijken welke andere termen genoemd worden in de casus, om daarna te concluderen wat in die specifieke situatie tot de complementaire kosten gerekend moet worden (Zie ook complementaire kosten).
Bedrijfseconomisch winstbegrip  Top
Nettowinst van een onderneming nadat de belastingverplichting in mindering is gebracht, maar voordat de aandeelhouders of eigenaren beloond worden (accounting concept of profit).

Dit in tegenstelling tot het algemeen economische winstbegrip waar (op grond van opportunity costing) de beloning van de aandeelhouders of eigenaren al in de berekening is betrokken.

Bedrijfskosten  Top
  1. Bedragen die op de brutowinst in mindering moet worden gebracht [euro/periode] {Interne Verslaggeving}.

    Zie ook: “Interne winstberekening” op bedrijfseconomische-modellen.nl.
    Synoniem: kosten, bedrijfslasten.

  2. Misconceptie: som van inkoopwaarde van de afzet en de bedragen die op de brutowinst in mindering moeten worden gebracht.
Bedrijfskunde  Top
  1. Academische studie die bestaat uit een combinatie van bedrijfseconomische onderdelen zoals interne financiering, organisatie, human resourse management en marketing, maar die daarnaast bedrijfspsychologie en arbeidssociologie omvat.

    Synoniem: bedrijfswetenschappen.

  2. Onderdeel van de bedrijfseconomie dat zich in het bijzonder bezig houdt met interne organisatie, human resource management en marketing.

  3. Nederlandse benaming voor Angelsaksische term Business Studies. Aan Amerikaanse en Engelse universiteiten staat Business Studies naast Economics in de zin van algemene economie.

    Het omvat zowel de bedrijfseconomische vakken als de bedrijfskundevakken. Met de invoering van de Master-opleidingen ontstaan in Nederland ook universiteiten (zoals de Un. van Maastricht) die zich organiseren op basis van de Angelsaksische benaming.
Bedrijfslasten  Top
  1. Bedragen die op de brutowinst in mindering moet worden gebracht [euro/periode] {Interne Verslaggeving}.

    Zie ook: Zie ook: “Interne winstberekening” op bedrijfseconomische-modellen.nl.
    Synoniem: kosten, bedrijfskosten.

  2. Som van bedrijfskosten en investeringen in onderhanden werk en gereed product [euro/periode] {Externe Verslaggeving, zie model E, model G en model H }. Tegenover deze post komen de bedrijfsopbrengsten
N.B. Probleem bij 2 is dat een stroomgrootheid en een voorraadgrootheid bij elkaar worden opgeteld en toegerekend aan een periode.

Bedrijfsopbrengsten  Top
  1. Waarde van de afzet na aftrek van BTW en kortingen [euro/periode].
    Synoniem: omzet {Interne Verslaggeving}, opbrengst verkopen {Bedrijfsadministratie}, totale opbrengsten {Micro-economie}

  2. Som van netto-omzet, toename voorraad gereed product en andere posten die op de balans geactiveerd zijn [euro/periode] {Externe Verslaggeving, zie: model E, model F, model G en model H }. Tegenover deze post komen de bedrijfslasten.
N.B. Probleem bij model E van betekenis 2 is dat een stroomgrootheid en een voorraadgrootheid bij elkaar worden opgeteld en toegerekend aan een periode.

Bedrijfsresultaat  Top
  1. Nettowinst of nettoverlies nadat de interest op het vreemd vermogen is verrekend. [euro/periode] {Interne Verslaggeving}.

  2. Beloning totale vermogen: nettowinst + interest vreemd vermogen [euro/periode] {Externe Verslaggeving, Financiering}.

  3. Misconceptie: ebitda: resultaat voor aftrek van interest vreemd vermogen, belasting, afschrijving op duurzame activa en afschrijving op goodwill [euro/periode] {Externe Verslaggeving}.

    Het is zowel in gebruik bij handelsondernemingen zie: bedrijfseconomische-modellen.nl als industriële ondernemingen zie: bedrijfseconomische-modellen.nl.

  4. Misconceptie: operationeel resultaat (variant 4): resultaat voor aftrek van interest vreemd vermogen, belasting, afschrijving op duurzame activa, afschrijving op goodwill, optiekosten en reorganisatiekosten [euro/periode] {Externe Verslaggeving}.

    Het is zowel in gebruik bij handelsondernemingen als industriële ondernemingen, waarbij de inhoud van de term ‘operationeel resultaat’ al naar gelang de omstandigheden van betekenis kan verschillen.

    Heerlijk zo’n losse term die je naar omstandigheden kunt invullen.
Bedrijfstype  Top
  1. Volgens de juridische indeling: eenmanszaak, VOF, CV, BV, NV.

  2. Volgens een indeling in economische sectoren: financiële instelling, handelsonderneming, overheidsbedrijf; productiebedrijf, welzijnsinstelling, zorginstelling, e.d.
Bedrijfswetenschappen  Top
Officiële benaming voor de studie bedrijfskunde.

Bedrijfswaarde  Top
  1. De waarde die een bedrijf kan hebben op basis van toekomstige vrije kasstromen. Deze waarde is te berekenen met de (netto) contante waarde methode, eventueel gecorrigeerd voor reële opties.

    Volgens Traas moet deze waarde in twee stappen berekend worden, omdat de activa verdisconteerd moeten worden tegen een gewenste rentevoet en de passiva tegen de rentevoet van het vreemd vermogen {Financiering: schatting van de waarde die doorgaans ex ante plaats vindt}.

  2. De waarde die een bedrijf op een bepaald tijdstip heeft op basis van data uit het verleden. Eigenlijk gaat men er dan vanuit dat het bedrijf in de toekomst dezelfde prestaties blijft leveren als in het verleden.

    Deze huidige waarde is op veel verschillende manieren te meten: de beurswaarde, de intrinsieke waarde, de nettovermogenswaarde, de rentabtiliteitswaarde en de verwervingsprijs van een deelneming {Financiering: schatting van de waarde die doorgaans ex ante plaats vindt}.

  3. Binnen de bepalingen van IFRS (International Financial Reporting Standards) is inmiddels het begrip reële waarde (fair value) ingevoerd als een betere manier om de actuele waarde van activa (en dus de intrinsieke waarde van het bedrijf) vast te stellen.

    Dat is naast de historische waarde een belangrijke grondslag waarop alle activa volgens de nieuwe richtlijnen kunnen worden gewaardeerd. {Externe Verlaggeving, dus ex post}

  4. Bij woningcorporaties gaat het om de contante waarde van de toekomstige (netto) kasstromen die verwacht mogen worden uit het bezit van onroerende zaken bestemd voor verhuur.  {Externe verslaggeving voor niet commerciële organisaties}
Beginbalans  Top
  1. De balans zoals die is vastgelegd bij de opening van het boekjaar. Doorgaans de eindbalans van het voorafgaande boekjaar..

  2. De balans bij de oprichting van een onderneming of bij het opstarten van een BV of NV.
Beginwaarde  Top
De waarde van een reeks bedragen aan het begin van de reeks van jaren of periodes [euro] {Financiëe Rekenkunde}.

Synoniem: Contante waarde
Begrote kosten  Top
  1. Kosten zoals die in een begroting zijn opgenomen. Begrote kosten geven enerzijds een verwachting aan, maar tegelijk zijn ze een norm die niet overschreden mag worden.
    Vaak komen de begrote kosten overeen met de verwachte kosten, maar soms bevatten ze een extra norm.

    Een voorbeeld hiervan is de berekening van het voorcalculatorische bezettingsresultaat als het verschil tussen de begrote en verwachte constante standaardkosten. Kijk voor een toelichting bij: bedrijfseconomische-modellen.nl {Kostencalculatie}.

  2. Misconceptie: toegestane kosten en standaardkosten, want die sluiten verspilling uit.
Begroting  Top
  1. Schatting vooraf van de inkomsten en uitgaven voor een afdeling of project [euro].

  2. Toestemming om tot een bepaald bedrag aan uitgaven te doen (’Binnen de begroting blijven’) [euro].

  3. Schatting vooraf van de kosten en/of opbrengsten voor een afdeling of project [euro/periode].

    Synoniem: voorcalculatorisch budget. Kijk voor een toelichting bij: bedrijfseconomische-modellen.nl {Kostencalculatie}.
Begrotingsresultaat  Top
  1. Financieel verschil tussen het bedrag dat in de begroting staat en het bedrag dat in werkelijkheid tot stand is gekomen.

  2. Financieel verschil tussen het bedrag dat volgens de begroting is toegestaan en het bedrag dat men verwacht [euro/periode].

    Zie ook: bedrijfseconomische-modellen.nl {Kostencalculatie}.
    Synoniem: voorcalculatorisch budgetresultaat.
Belegde middelen  Top
Tijdelijke overschotten die omgezet zijn in vermogenstitels, maar op een zodanige wijze dat zij weer op korte termijn snel en met gering vermogensverlies in liquide middelen kunnen worden omgezet.

Beleggen  Top
  1. Geld uitzetten tegen een vergoeding, zoals rente of dividend, dan wel een mogelijke koerswinst (zie belegde middelen).

  2. Aanschaf van aandelen of obligaties met het idee die voor langere tijd vast te houden.

  3. Misconceptie: investeren (want daarvoor krijg iemand geen rente, maar moet geld lenen en dan zelf rente betalen).

  4. Misconceptie: speculeren.

  5. Misconceptie: deelnemen in een onderneming.

  6. Misconceptie: investeren in een onderneming.
Belegger  Top
  1. Een persoon of organisatie die overweegt om effecten aan te schaffen om zijn geld voor kortere of langere tijd uit te zetten en daarmee een vergoeding of een koerstwinst te boeken.

  2. Een persoon of organisatie die effecten heeft aangeschaft en zo zijn geld voor langere tijd heeft uitgezet.

  3. Misconceptie: speculant.

  4. Engelse term: investor.
Belegging  Top
  1. Contant geld omzetten in waardepapieren of natura.

  2. Aanschaf van certificaten, grondstoffen, vast goed, e.d. met het doel op termijn meer geld terug te ontvangen dan is uitgegeven voor de aanschaf.

  3. Misconceptie: Aanschaf van certificaten, grondstoffen, vast goed, e.d. met het doel op korte termijn meer geld terug te ontvangen dan is uitgegeven voor de aanschaf. Dit is speculatie.
Beleggingsfonds  Top
  1. Een door een vermogensbeheerder samengesteld pakket van aandelen, obligaties, liquiditeiten en/of vastgoed.

  2. Een beleggingsfonds is een collectieve belegging in diverse effecten, afhankelijk van de doelstelling van het fonds. Een fonds kan beleggen in aandelen, vastrentende waarden of onroerend goed, of in een combinatie van deze categorieën.

    Een dergelijk fonds kan ‘open’ of ‘gesloten’ zijn. In het eerste geval zijn de participaties (deelnemingen) vrij verhandelbaar, in het tweede zijn ze op naam en alleen met toestemming van de andere participanten te verhandelen.

  3. Bedrijf dat aandelen naar de beurs brengt om het opgehaalde geld weer uit te zetten in effecten, grondstoffen of vastgoed en daarvoor een lager rendement vergoedt aan haar aandeelhouders, dan het zelf behaalt, dankzij zijn specialistische kennis.

    Rendement
    kan bestaan uit cash-dividend, stock-dividend en/of koersstijging van de waarde van het aandeel van het fonds.

    N.B. Een beleggingsfonds dat zich richt op vast goed (woningen, winkels, grond, e.d.l) heet een vastgoedfonds.
Beleggingskosten  Top
De kosten voor het beheer van een vermogen, belegd in effecten of vast goed, worden omgerekend tot beleggingskosten.

Deze komen ten last van het totale rendement dat de belegger (pensioenfonds of andere beheerder) behaalt op het belegde vermogen.

Aangezien het rendement is uitgedrukt als [% / periode] worden de beleggingskosten ook uitgedrukt als percentage per periode. Zij vormen het verschil tussen het brutorendement en het nettorendement.

Berekening eenheid beleggingskosten: ( (euro / periode) / euro ) x 100% = 1/periode x % = % / periode (met verschuiving van de komma twee plekken naar rechts).

Benchmark  Top (Anglicisme)
Referentiekader om de kwaliteit van een bepaalde prestatie te beoordelen. Vaak worden de prestaties van andere bedrijven uit dezelfde sector als referentiekader gebruikt.

Bijvoorbeeld het meten van de kwaliteit van het directiebeleid: presteert dit bedrijf beter dan andere bedrijven uit dezelfde sector? Die andere bedrijven zijn dan de benchmark.

Berekende interest  Top
Toegestane interest over het totale vermogen [euro/periode] {Bedrijfsadministratie}.

Synoniem: interestkosten {Kostencalculatie} en vermogenskosten {Management Accounting}.

Besloten Vennootschap  Top
Juridische rechtsvorm die eigen rechtspersoonlijkheid heeft en waarvan het eigen vermogen is opgebouwd uit aandelen die in handen zijn van de vennoten (daarom heten die aandeelhouders).

De aandeelhouders kunnen voor niet meer dan hun aandeel in het eigen vermogen van de vennootschap aansprakelijk gesteld worden voor de financiële verplichtingen van de onderneming.

De BV verschilt van een NV doordat de aandelen niet aan toonder zijn en dat hij aan minder juridische verplichtingen ten aanzien van de jaarverslaggeving hoeft te voldoen. Een ondernemer kan zijn bedrijf omzetten in een BV en binnen die BV aandeelhouder worden met rechten op de winstverdeling en tevens directeur met een vast salaris.

Tot 1 oktober 2012 kon men alleen een BV starten met een startkapitaal van 18 duizend euro. Na die datum is deze eis vervallen. Men spreekt ook wel van een Flex-bv.

Schuldeisers hebben dus geen financiële zekerheid meer, omdat de kapitaalbescherming niet meer vereist is.

Voorts is er vanaf die datum meer ruimte om aandelen over te dragen, aandelen zonder stemrecht uit te brengen en aandelen zonder recht op winstdeling uit te brengen.

Bestens-order  Top
Type order binnen de effectenhandel waarbij de opdracht wordt gegeven om de beursorder uit te voeren tegen de beste prijs van het moment. Bij verkoop zoekt de effectenhandelaar dan de hoogste prijs in de markt en bij aankoop de laagste prijs.

Synoniem: market-order.

Andere typen van orders zijn: limiet-order, stoploss-order en stoplimiet-order.
 
Betaalde interest  Top
Interest die werkelijk betaald is in een periode [euro] {Bedrijfsadministratie}.

Betaalde rente  Top
  1. Werkelijke interest over het vreemde vermogen toegerekend aan een periode [euro/periode] {Jaarverslagen}.

    Synoniemen:
    interestkosten {Financiering};
    interestlasten {Bedrijfsadministratie};
    interest vreemd vermogen {Bedrijfsadministratie};
    rentelasten {Externe Verslaggeving},
    werkelijke interestkosten
    {Interne Verslaggeving}.

    Kijk voor een toelichting bij de externe resultatenrekening op bedrijfseconomische-modellen.nl

  2. Moet zijn: betaalde interest.
Betaalinstrument  Top
Wijze van betalen die je ook in het buitenland kunt toepassen: pinpas, credit card, e.d. Zie ook kaartbetaling.

Betaling   Top
  1. Overdracht van geld om aan een financiële verplichting te voldoen [euro] (vormt dan een begrippenpaar met inkomsten).

  2. Overdracht van geld of natura om aan een schuld te voldoen [euro of natura].
Betrouwbaarheid  Top
Betrouwbaarheid houdt in dat een jaarverslag voldoet aan de vier fundamentele gedragsregels voor de verslaglegging: consistentie, tijdigheid, voorzichtigheid en significantie. Onder invloed van IFRS vindt een verschuiving plaats naar “relevantie”.

Bij verslaggeving volgens het Besluit Modellen Jaarrekening werkt men van consistente boekhoudregels (zoals afschrijvingen) via de resultatenrekening naar waardering van balansposten.

Onder IFRS werkt men vanuit een inschatting van de reële waarde (fair value) van de activa en passiva naar wijzigingen in deze balansposten en daarmee naar aanpassingen die in de resultatenrekening tot uiting moeten komen. {Externe verslaggeving}.

Beurs  Top
  1. Bedrag om tegemoet te komen in de kosten van collegegeld of de kosten van levensonderhoud van studenten  [euro of euro/periode]. Synoniem: Studiebeurs.

    Zie ook: stipendium.

  2. Handig leren zakje om geld in te bewaren. Synoniem: portemonnee.

  3. Plaats waar mensen samenkomen om goederen of diensten te kopen of te verkopen, zonder dat de goederen aanwezig zijn. Bijvoorbeeld de bloembollenbeurs. De bloembollen worden al verkocht terwijl ze nog in de grond zitten, of in de schuur in bewerking zijn.

  4. Virtuele markt die voortbouwt op een situatie waarin mensen vroeger samenkwamen om goederen of diensten te kopen of te verkopen, zonder dat de goederen aanwezig waren. Bijvoorbeeld de Bloembollenbeurs.

  5. Plaats waar mensen samenkomen om goederen of diensten te kopen of te verkopen, terwijl er voorbeelden van de goederen zijn om potentiële kopers te informeren over de kwaliteit van de goederen.

  6. Synoniem: Effectenbeurs.

  7. Misconceptie: Plaats waar mensen samenkomen om goederen of diensten te kopen of te verkopen, terwijl de goederen aanwezig zijn en ook direct geleverd worden.

    Bijvoorbeeld de jaarlijkse Huishoudbeurs. In feite is dit economisch gezien een markt waar iedereen spullen kan kopen en direct kan meenemen.
Beursbedrijf  Top
Handelaar in effecten die toegang heeft tot de effectenbeurs.

Dit is dus een andere kwalificatie dan beursgenoteerd bedrijf. Dat gaat over een bedrijf met aandelen die op de beurs verhandeld worden.

Beursexit  Top
Moment waarop de notering van de aandelen van een NV op een effectenbeurs wordt gestaakt, vanwege faillissement, fusie of overname.

Beursfonds  Top
Een beursfonds is een bedrijf met de NV als rechtspersoon, waarvan de aandelen op de effectenbeurs verhandeld worden.

Beursgang  Top
  1. Moment waarop aandelen van een NV voor de eerste keer naar de effectenbeurs worden gebracht.

  2. Moment waarop voor het eerst beursnotering bij een bepaalde effectenbeurs wordt verkregen en toegepast.
Beursindex  Top
Een beursindex is een gewogen gemiddelde van de koersen van een reeks aandelen die verhandelbaar zijn op een bepaalde aandelenbeurs.

Het bestuur van een aandelenbeurs bepaalt welke aandelen opgenomen of vervangen worden in het mandje dat gebruikt wordt om de index te berekenen.

Het kan ook gebeuren dat een beursbestuur meerdere aandelenindeces opstelt, bijvoorbeeld de AEX en de AMX aan de NYSE / Euronext.
In principe zijn er twee vormen van indices: een marktwaardegewogen-index of een prijsgewogen-index.

Synoniem: aandelenindex, maar eigenlijk is een aandelenindex een algemenere term, want iedereen kan zijn eigen index van aandelen opstellen. Een beursindex is specifiek voor een bepaalde aandelenbeurs.

Beurskapitalisatie  Top
De berekening van de waarde van een beursfonds door het aantal uitstaande aandelen te vermenigvuldigen met de beurskoers van dat moment. Het resultaat is de beurswaarde van de onderneming.

Aangezien de koers van aandelen voortdurend fluctueert, zal de beurswaarde van de aandelen dus ook voortdurend veranderen.

Synoniem: marktkapitalisatie
Beurskoers  Top
  1. Prijs waarvoor aandelen, obligaties, opties of termijncontracten op de effectenbeurs verhandeld worden [euro per aandeel, euro per obligatie] {Financiering}.

  2. Verhouding tussen de bestaande prijs en de oorspronkelijke prijs [%] . Bij obligaties ligt het meer voor de hand dan bij aandelen om deze aanduiding te gebruiken.

  3. Synoniem: beursnotering
Beursnotering  Top
  1. Vermelding van de koerswaarde van aandelen op de lijst met fondsen waarvoor een officiële beurskoers wordt vastgesteld door een bepaalde effectenbeurs. (In: een beursnotering aanvragen)

  2. De beurskoers die daadwerkelijk tot stand is gekomen op een effectenbeurs.
Beurswaarde  Top
Waarde van een NV op basis van de koers van de aandelen op de effectenbeurs: aantal aandelen in omloop maal de beurskoers op een bepaald moment [euro] {Financiering}.

Deze waarde kan afwijken van de intrinsieke waarde, de nettovermogenswaarde, de rentabiliteitswaarde en de verwervingsprijs van een deelneming.

Bezittingen  Top
  1. Goederen die iemand onder zijn beheer heeft, onafhankelijk van de vraag of die goederen zijn of haar eigendom zijn {Juridische betekenis}.

  2. Bedrijfsmiddelen die eigendom zijn van de onderneming en die als activa op de balans staan vermeld [euro] {Bedrijfsadministratie}. 
Bezuinigen  Top
  1. Minder geld uitgeven dan oorspronkelijk het plan was.

    Synoniem: besparen

  2. Het saldo van ontvangsten en uitgaven verkleinen.

  3. Meer inkomsten genereren (bijvoorbeeld belastingen innen) om tekorten te verkleinen.
Biedprijs  Top
  1. Bedrag dat een potentiële koper bereid is te betalen voor een huis, een tweedehands auto of anderszins [euro/stuk; et cetera, maar nooit euro].

  2. Synoniem: prijs
Big Bath accounting (Angliscisme)  Top
Maatregelen om in negatieve resultaten te versterken door toekomstige verliezen (bijvoorbeeld waardedaling activa) en kosten (versnelde afboeking van R&D) te nemen, waardoor de mogelijkheid bestaat om in de toekomst winststijgingen te laten zien.

Dit komt vooral voor bij wisseling van de bestuurders, die zo met een slechte uitgangssituatie kunnen beginnen, opties krijgen en daarna naar goede resultaten kunnen groeien. Big Bath accounting is dus de tegenhanger van winstegalisatie.

Boedelvorderingen  Top
Vorderingen op een ondernemer of onderneming die voortvloeien uit een faillissementsprocedure als gevolg van activiteiten van de curator om het faillissement ten uitvoer te brengen.

Boekdatum of boekingsdatum  Top
  1. De dag waarop een financieel feit in de boekhouding wordt vastgelegd: de dag van registratie.

  2. De dag waarop de registratie van een storting bij de bank plaats vindt. Meestal begint de rentevergoeding een of enkele dagen later. De dag waarop de rentevergoeding begint, heet valuta.
Boekhouding  Top
  1. Systeem om de financiële feiten te registreren.

  2. Synoniem: administratie, dus de vastlegging van financiële en niet-financiële feiten.

  3. Afdeling die tot taak heeft om de administratie te verzorgen.
Boekhoudkundige voorraad  Top
  1. Het aantal stuks dat een bedrijf volgens de administratie op een bepaald tijdstip in het magazijn heeft.

    Dit aantal kan door bederf of diefstal afwijken van de technische voorraad en door koop- en verkooptransacties afwijken van de economische voorraad [stuks].

  2. De waarde van de goederen die volgens de boekhouding op een bepaald tijdstip aanwezig is in het magazijn [euro].

  3. Synoniem: voorraad.
Boekingspost  Top
  1. Bedrag dat in de boekhouding staat vermeld.

    Synoniem: post

  2. Bedrag dat nog vermeld moet worden in de boekhouding.
Boekjaar  Top
Periode van 12 maanden die de basis is voor het uitbrengen van een jaarrekening. Deze periode van 12 maanden valt doorgaans samen met een kalenderjaar, maar dat hoeft niet.

Soms zijn er redenen om een boekjaar op een ander tijdstip dan 1 januari te laten beginnen, bijvoorbeeld om het gelijk op te laten lopen met een schooljaar of een academisch jaar.

Studentenverenigingen doen dat bijvoorbeeld omdat er per academisch jaar een wisseling van het bestuur is.

Boekwaarde  Top
Waarde waarvoor de activa in de boeken staan en waarvoor ze vervolgens op de balans worden gezet [euro] {Interne verslaglegging}.
Brutobedrijfsresultaat  Top
Resultaat in een dienstverlenend bedrijf (bijv. effectenhandelaar) voor aftrek van de bedrijfskosten [euo/jaar] {Financiering}. Het equivalent van deze term bij handelsondernemingen is brutowinst.

Brutomarge  Top
  1. Brutomarge per stuk: brutowinstpercentage per eenheid product [procenten van de inkoopprijs excl. BTW of de verkoopprijs excl. BTW] (CK).

  2. Brutomarge per transactie: brutowinstpercentage per partij [procenten van de inkoopwaarde excl. BTW of de verkoopwaarde excl. BTW] (CK).

  3. Brutomarge per periode: brutowinstpercentage van de omzet [procenten van de omzet excl. BTW] (CK).

  4. Brutowinst minus inkoopkosten: [euro/periode] {Externe Verslaggeving, zie: model I en model J).
    Synoniem: bruto-omzetresultaat.

  5. Misconceptie: brutowinst.
Bruto-omzet  Top
Omzet voor de aftrek van rabatten en kortingen: afzet x adviesprijs excl. BTW {Bedrijfsadministratie}.

Synoniemen: opbrengst verkopen en omzet.

Bruto-omzetresultaat  Top
  1. Het saldo van de netto-omzet en de kostprijs van de omzet bij een bedrijf met stukproductie [euro/periode] {Externe Verslaggeving, zie model F }.

  2. Het saldo van de brutowinst en de inkoopkosten bij een handelsonderneming.
    Synoniem: brutomarge [euro/periode] {Externe Verslaggeving, zie: model I bedrijfseconomische-modellen.nl).
Brutorendement  Top
Het brutorendement op belegd vermogen is het rendement voor aftrek van de beleggingskosten [% per periode].

Na aftrek van de beleggingskosten resteert het nettorendement.

Brutowinst  Top
  1. Brutowinst per periode: verschil dat een handelaar berekent tussen de afzet tegen verkoopprijs en de afzet tegen inkoopprijs bij een handelsonderneming [euro/periode]. Kijk voor een toelichting bij: bedrijfseconomische-modellen.nl

  2. Brutowinst per periode: verschil dat een handelaar berekent tussen de afzet tegen verkoopprijs en de afzet tegen inkoopprijs (inclusief directe inkoopkosten) bij een handelsonderneming [euro/periode].

  3. Brutowinstopslag per eenheid product: bedrag waarmee de inkoopprijs verhoogd wordt om de verkoopprijs te verkrijgen [euro/stuk].

  4. Brutowinstopslag per eenheid product: bedrag waarmee de inkoopprijs (inclusief directe inkoopkosten) verhoogd wordt om de verkoopprijs te verkrijgen [euro/stuk].

  5. Misconceptie: ebitda.

  6. Misconceptie: brutomarge.

  7. Misconceptie: dekkingsbijdrage.
Brutowinstopslag  Top
  1. Bedrag dat een handelsonderneming optelt bij de inkoopprijs van de handelsproducten zodat er een marge ontstaat om een brutowinst te behalen [euro/stuk] {Kostencalculatie}. Kijk hier voor een toelichting.

  2. Percentage dat een handelsonderneming over de inkoopprijs legt om zijn verkoopprijs (ex BTW) te berekenen [%/stuk]  {Kostencalculatie}.

  3. Brutowinstopslag in geld dat uitgedrukt wordt als percentage van de verkoopprijs (ex BTW) [%/stuk]  {Kostencalculatie}.
Budget  Top
  1. Bedrag dat vooraf (voorcalculatorisch) als norm is gegeven voor een afdeling of een bedrijf [euro/periode].

    Zie ook: bedrijfseconomische-modellen.nl {Kostencalculatie}.
    Synoniem: begroting.

  2. Bedrag dat achteraf (nacalculatorisch) wordt vastgesteld op basis van een tarief en een werkelijk geleverde prestatie [euro/periode].

    Zie ook: bedrijfseconomische-modellen.nl {Kostencalculatie}. Dit betekent dat een nacalculatorisch budget toch altijd een voorcalculatorisch element bevat, namelijk het tarief.
Budgetresultaat  Top
  1. Verschil tussen het bedrag dat vooraf (voorcalculatorisch) als norm is gegeven voor een afdeling of een bedrijf en het te verwachten bedrag aan kosten [euro/periode].

    Zie ook: bedrijfseconomische-modellen.nl {Kostencalculatie}.
    Synoniem: begrotingsresultaat

  2. Verschil tussen het bedrag dat achteraf (nacalculatorisch) als norm is vastgesteld op basis van een tarief en een werkelijk geleverde prestatie en de werkelijke kosten die gemaakt zijn [euro/periode].

    Zie ook: bedrijfseconomische-modellen.nl {Kostencalculatie}.
Buitengewone baten  Top
Baten die ontstaan zijn buiten de gewone bedrijfsuitoefening om, zoals winst bij afstoten van vaste activa (gebouwen, deelnemingen) of een herziening van het boekhoudkundige stelsel [euro/periode] {Externe Verslaggeving, zie de modellen E t/m J: bedrijfseconomische-modellen.nl }.

Buitengewone lasten  Top
Lasten die ontstaan zijn buiten de gewone bedrijfsuitoefening om, zoals verlies bij afstoten van vaste activa (gebouwen, deelnemingen) of een herziening van het boekhoudkundige stelsel [euro/periode] {Externe Verslaggeving, zie de modellen E t/m J: bedrijfseconomische-modellen.nl }.

Buitengewoon resultaat  Top
Het saldo van de buitengewone baten en de buitengewone lasten [euro/periode] {Externe Verslaggeving, zie de modellen E t/m J: bedrijfseconomische-modellen.nl }.

Doel is om gebruikers van de jaarrekening een juist beeld te laten krijgen van het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening door incidentele posten apart weer te geven in de jaarrekening.

BTW  Top
Een vorm van omzetbelasting, waarbij feitelijk niet de omzet, maar de toename in de waarde van de netto-omzet als basis voor belastingheffing wordt genomen.
Een ondernemer betaalt BTW over alle goederen en diensten die hij inkoopt en berekent BTW over alle goederen en diensten die hij verkoopt.

Het verschil tussen die twee bedragen draagt hij af aan de belastingdienst. Op die manier vindt belasting-heffing plaats op de som van loon, winst, rente, pacht en huur die de ondernemer doorberekent in de prijs van zijn producten.

Vakdidactische termen

Bedrijfseconomisch model   Top
Het netwerk van relaties tussen een aantal bedrijfseconomische grootheden. Boven aan het netwerk, dat in schemavorm is weer te geven, staat de centrale grootheid, de grootheid die voor een ondernemer van groot belang is bij het voeren van een bedrijfsbeleid.

Voorbeelden zijn: de nettowinst, de verkoopprijs, de kostprijs of onderdelen daarvan. Voor elk type bedrijf kun je afzonderlijke modellen opzetten en vaak zijn er weer variaties op mogelijk voor afzonderlijke subdisciplines binnen de bedrijfseconomie.

Begrippenpaar (taalmechanisme)  Top
Begrippen die logischerwijze samenhangen met elkaar, maar daardoor ook een specifieke betekenis krijgen als ze in samenhang gebruikt worden, omdat ze dan een tegengestelde betekenis moeten hebben:
Bewerking  Top
De bewerking van een opgave houdt de planning in van de tussenresultaten en de berekening van de uitkomst. Als de analyse van het vraagstuk is uitgevoerd, zodat het PAD bekend is, kan de bewerking beginnen.

Soms is het nodig eerst de oplossingsstructuur te achterhalen door een redenering op te zetten die bij de gevraagde grootheid begint en de weg beschrijft naar de gegevens toe.

Daarna volgt de vaststelling van het oplossingspad. Als het oplossingspad eenmaal vaststaat kun je de berekeningen uitvoeren en de uitkomst vaststellen.

Natuurlijk is het ook mogelijk om een deelprobleem te onderkennen en de bewerking hiervan uit te voeren voordat de rest van het probleem wordt aangepakt.

Bot: als voorbeeld van een homoniem  Top
Bot is een woord met veel verschillende betekenissen in de Nederlandse taal. Bijvoorbeeld: Het kan een soort platvis zijn, of een jonge loot aan de stam, of een knekel of een kluif.

Maar het kan ook betrekking hebben op nurks gedrag of op een mes dat niet snijdt. Je schijnt het zelfs te kunnen vangen.

Bot heeft veel betekenissen en de Dikke Van Dale somt ze netjes en genummerd op.

Economische termen kunnen ook zeer uiteenlopende betekenissen hebben, maar toch zijn er steeds weer mensen die trachten om alle betekenissen van één woord in één definitie te vangen.

Afkortingen

BSH: Besluit Beheer Sociale Huursector  Top
De BBSH bevat dewetgeving met betrekking tot de sociale volkshuisvesting, dus de regels waar de woningcorporaties en hun verbindingen zich aan moeten houden.

BSC (Anglicisme): Balanced Scorecard  Top
BSC staat voor: Balanced Scorecard. Dit is een instrument voor prestatiemeting (performance measurement) ontwikkeld door Kaplan en Norton.

Het verbindt prestatie-indicatoren direct aan doelen en strategie van de onderneming door prioriteiten te stellen op vier vlakken: klanttevredenheid, interne processen, financiële maatstaven en ontwikkelvermogen (c.q. leervermogen) van een onderneming.

BV: zie bij Besloten Vennootschap  Top
 
Onderwijs-En-Banen
Portal Onderwijs En Banen
 
Bezoekers op deze pagina sinds 27 mei 2017:
23 bezoekers (1 vandaag, 8 deze week, 16 deze maand, 23 dit jaar)
 
De bedoeling van deze website
De website bedrijfseconomischebegrippen.nl is de smartphone-versie van bedrijfseconomische-begrippen.nl.

Zij is gekoppeld aan bedrijfseconomische-modellen.nl en aan vakdidactiek-bedrijfseconomie.nl, maar die websites zijn meer geschikt voor tablet en lap-top.

Deze site is handig voor leerlingen, docenten en beroepspersonen omdat zij inzicht geeft in de manier waarop economen werken met homoniemen, synoniemen, misconcepties, anglicismen en afkortingen.

Vooral opgaven in bedrijfseconomische leerboeken bevatten vaak simpele en daardoor onjuiste begrippenstructuren. Het motto van deze site is dan ook: "Leren omgaan met slordig woordgebruik".

Mocht u tips of hints hebben dan ontvangen wij die graag via de webmaster.
 
Informatie over opleidingen
Universiteiten | Onderwijsportaal
 
Informatie over banen
Banen Per Stad | Vacatures Onderwijs
 
Site van Fons Vernooij: fons-vernooij.nl
Copyright © 1998 by Fons Vernooij e.a.

Wij volgen de Google-policy en zijn niet
verantwoordelijk voor de advertenties van Google en de verwerking van de informatie
(zie: Hoe Google uw gegevens gebruikt).

Registratienummer V.O.F. Adviesbureau CASA: KvK Rijnland: 58884114 / BTW 8532.22.848

Webmaster: Fons Vernooij

Info over privacy en cookies: Privacy-policy

Leveringsvoorwaarden: bijgaand document