Laatste update van deze site: 21 juli 2017. Aantal bezoekers op deze pagina sinds 16 februari 2017:
873 bezoekers (1 vandaag, 1 deze week, 56 deze maand, 867 dit jaar)

Bedrijfseconomische-begrippen.nl

Synoniemen - Homoniemen - Misconcepties - Anglicismen - Afkortingen

bedrijfseconomische-begrippen.nl

voor smartphones: bedrijfseconomischebegrippen.nl
  A    B    C    D    E    F    G    H    I    J    K    L    M    N    O    P    Q    R    S    T    U    V    W   X/Y    Z    Portals
Zie ook:   bedrijfseconomische-modellen.nl   en:   vakdidactiek-bedrijfseconomie.nl
Sites voor Smartphones
 
Home: Fons Vernooij

Mail: Fons Vernooij

Indexpagina

Langlopende schulden

Lasten

Lastendruk

Lening

Leveranciers

Licentie

Limiet-order

Liquidatie

Liquidatiekas

Liquide

Liquide middelen

Liquideren

Liquiditeit

Logistiek

Lucratief

Lump sum

  Top Omhoog Top
 

Vakdidactische termen     

Leerstijl

Leren

Leren leren

Lezen

Zie ook:Vakdidactiek-
bedrijfseconomie.nl

 
  Top Omhoog Top
 

Afkortingen                        

LBO

LIFO

LTIP



  Top Omhoog Top
 

Omschrijving van de begrippen met een L

Langlopende schulden
  1. Verkregen krediet of geleend geld waarvan de verplichting tot terugbetaling langer is dan een jaar {Externe Verslaggeving}.

  2. Verkregen krediet of geleend geld waarvan de verplichting tot terugbetaling langer is dan vijf jaar {Externe Verslaggeving}. Dit geldt met name als er ook middellange leningen in het geding zijn.

  3. Synoniem: lang vreemd vermogen {Interne Verslaggeving}.
Lasten  Top
  1. Alle bedragen die in de loop van het jaar leiden tot een afname van het eigen vermogen van een niet-commerciële organisatie [euro] (vormt dan een begrippenpaar met baten) (kameraalstijl). De lasten staan credit in de boekhouding, net zoals de betalingen per kas of giro.

  2. Betalingen van een niet-commerciële organisatie na correctie voor ‘ vooruit betaalde bedragen’ en ‘nog te betalen bedragen’. Dus het bedrag aan betalingen dat zou ontstaan als iedereen zijn rekening op tijd zou betalen [euro] (kameraalstijl).

  3. Fictieve geldoverdrachten van de gewone dienst naar de kapitaaldienst bij niet-commerciële organisaties ten einde de afschrijving op vaste activa te simuleren [euro] (nieuwe kameraalstijl).

    Deze betalingen zijn geen kosten, want net als kasuitgaven worden ze credit in de boekhouding opgenomen, terwijl kosten debet staan.

  4. Werkelijke kosten die in mindering komen op het eigen vermogen van een onderneming, bijvoorbeeld interestlasten [euro/periode] {Bedrijfsadministratie}

    De term lasten vormt enerzijds een begrippenpaar met (interest-) baten, maar anderzijds ook een begrippenpaar met (interest-) kosten).

  5. Alle kosten in een winst- en verliesrekening die in scontrovorm is opgesteld [euro/periode] {Externe Verslaggeving, zie: model G en model H).

    Ook hier staat een specifieke betekenis van de term baten tegenover, waardoor er sprake is van een begrippenpaar.

    Synoniemen: kosten {Interne Verslaggeving}, werkelijke kosten {Kostencalculatie}.

  6. Uitgaven die periodiek plaats vinden [euro] (juridisch en volksmond), zoals woonlasten (vormt dan een begrippenpaar met kosten in de betekenis van ‘overige uitgaven’ die gedaan worden).
Lastendruk (c.q. collectieve lastendruk)  Top
  1. Geheel van belastingen en premies voor de sociale verzekeringen (dus de collectieve lasten) als percentage van het Bruto Binnenlands Product. [euro’s als % van euro’s]

  2. Als synoniem voor belastingdruk: de totale belasting als percentage van het Bruto Binnenlands Product. [euro’s als % van euro’s]

  3. Geheel van belastingen, premies en enkele niet-belastingontvangsten als percentage van het Bruto Binnenlands Product. [euro’s als % van euro’s]

  4. Geheel van belastingen, premies en huren als percentage van het Bruto Binnenlands Product. [euro’s als % van euro’s]

  5. Totaal aan belastingen en premies die (zou moeten) betaald worden door de gehele bevolking. [euro’s]

N.B. In plaats van het Bruto Binnenlands Product worden ook het Besteedbaar inkomen, of het Nationaal Inkomen in een of andere vorm als basis genomen.

Lening  Top
Afspraak over het gebruik van geld (chartaal of giraal) voor een bepaalde tijd, tegen een vaste vergoeding (= de rente op de lening) [euro].

Na verloop van de afgesproken tijd moet het geleende geld terugbetaald zijn en de rente moet ook betaald zijn.

Leveranciers  Top
Leveranciers zijn personen of bedrijven waar je goederen (of diensten) kunt bestellen die zij aan jou leveren. Op de balans staan ze als Handelscrediteuren of vallen ze onder de meer algemene post Crediteuren.

Licentie  Top
Het recht om een product of dient waar een andere rechtspersoon octrooi of eigendomsrechten op heeft, commercieel te gebruiken op basis van een financiële of materiële vergoeding.

Licenties behoren tot de immateriële vaste activa.

Limiet order  Top
Type order binnen de effectenhandel waarbij de opdracht wordt gegeven om de beursorder uit te voeren binnen de opgegeven limiet voor de prijs.

Bij verkoop gaat de effectenhandelaar tot verkoop over zolang de prijs boven de opgegeven limiet ligt en bij aankoop gaat de effectenhandelaar tot koop over zolang de prijs onder de opgegeven limiet ligt.
 
Liquidatie  Top
  1. Verrekening of afwikkeling van een transactie die is afgesloten (o.a. termijnmarkt).

  2. Opheffing van een zaak door deze liquide te maken, d.w.z om te zetten in liquide middelen.

  3. Opruimen van een tegenstander (niet economische betekenis).
Liquidatiekas  Top
Kas die gebruikt wordt om transacties in de termijnmarkt af te wikkelen door gebruik te maken van onderlinge verrekeningen.

Liquide  Top
  1. Contant, opvorderbaar.

  2. In staat om direct aan betalings- en aflossingsverplichtingen te voldoen.

  3. Vloeibaar (niet economische betekenis).
Liquide middelen  Top
Betalingsmiddelen, zoals contant geld (kas) of giraal tegoed (banktegoed of girotegoed) die onder de activa op de balans staan.

Bij de Externe Verslaggeving vallen de liquide middelen onder de vlottende activa. Kijk voor een toelichting bij: bedrijfseconomische-modellen.nl, maar bij de interne verslaggeving staan ze als aparte post op de balans.

Liquideren  Top
  1. Verrekenen of vereffenen van vorderingen.

  2. Een onderneming opheffen met onmiddellijke ingang: omzetten in liquide middelen.

  3. Uit de weg ruimen, omleggen (niet economische betekenis).
Liquiditeit  Top
  1. De mate waarin een onderneming in staat is om op korte termijn (< enkele maanden) aan haar betalings- en aflossingsverplichtingen te voldoen.

  2. De mate waarin een vordering opeisbaar is.

  3. Som van de primaire en secundaire betalingsmiddelen {Algemene economie}

  4. Maatstaf voor de mogelijkheid van een onderneming om op korte termijn (< enkele maanden) aan haar betalings- en aflossingsverplichtingen te kunnen voldoen {Externe verslaggeving}.

    Instrumenten zijn:
    - current ratio
    - quick ratio
Limiet-order  Top
Type order binnen de effectenhandel waarbij de opdracht wordt gegeven om de beursorder uit te voeren zodra de koers op een vooraf vastgestelde prijs (de trigger) komt.

Bij de koop van effecten geeft de limiet het maximum aan waarvoor de order uitgevoerd mag worden. Bij verkoop van effecten geeft de limiet het minimumbedrag aan waarbij een transactie mag plaatsvinden.

Andere typen van orders zijn: bestens-order, stoploss-order en stoplimiet-order.
 
Logistiek  Top
Activiteiten die gericht zijn op opslag van grondstoffen en gereed product, transport, dienstverlening aan klanten en management om de activiteiten efficiënt en effectief te laten verlopen.

Kortom alle activiteiten om de keten van grondstof in huis halen tot producten afleveren bij de klanten te beheersen.

Lucratief  Top
  1. Voordelig: de baten van een project zijn groter dan de lasten van een project [euro].

  2. Winstgevend: de opbrengsten van een activiteit zijn groter dan de kosten van die activiteit [euro / project].

  3. Winstgevend: de opbrengsten in een periode van bijvoorbeeld een jaar of een maand zijn groter dan de kosten in die periode [euro/periode].

  4. Misconceptie: de baten van een activiteit zonder dat die afgezet worden tegen de lasten [euro].

  5. Misconceptie: de opbrengsten van een activiteit of in een periode zonder dat die afgezet worden tegen de kosten van die activiteit of die periode [euro/periode].
Voorbeeld misconceptie (Leidsch Dagblad 11 januari 2017):

"EK Lucratief voor Frankrijk
De organisatie van het Europees kampioenschap voetbal heeft de Franse economie vorig jaar 1,2 miljard euro opgeleverd. Iets meer dan de helft van het bedrag kwam van uitgaven van bezoekers. ....

De organisatie van het toernooi heeft echter ook heel veel gekost. Er was 20 miljoen nodig voor de beveiliging, maar er is daarbij niet bekend gemaakt wat de inzet van extra politie heeft gekost. Daarnaast is er voor 1,7 miljard euro in stadions geïnvesteerd."
 
Lump sum financiering  Top
Financiële regeling van de overheid waarbij instellingen, die gefinancierd worden door de overheid, jaarlijks een bedrag krijgen op basis van vooraf vastgestelde criteria waarmee zij al hun activiteiten moeten financieren.

Er is dus geen aparte pot voor deelterreinen zoals huisvesting, ict en personeelslasten, maar de middelen voor alle deelterreinen zijn samengevoegd. De directie heeft daardoor de vrijheid om te beslissen over de verdeling van de middelen over de deelterreinen.

Deze vorm van financiering is te combineren met: input financiering en/of output financiering.
 

Vakdidactische termen

Leerstijlen  Top
Je natuurlijke aanleg om kennis te verwerven. In extrema zijn er vier vormen waarmee kennisoverdracht tot stand kan komen.

In werkelijkheid zul je van alle vier wat mee moeten nemen om de juiste studiehouding te vinden:
  1. gericht op reproductie van kennis: je denkt dat je de stof kent als je kunt herhalen wat er in de paragraaf staat die je zojuist bekeken hebt;

  2. gericht op de betekenis: je denkt dat je de stof kent als je snapt wat er staat en als je verbanden kunt leggen met dingen die je eerder leerde;

  3. gericht op toepassing van kennis: je denkt dat je de stof kent als je verwacht dat je alle vragen kunt beantwoorden die de docent op het tentamen kan stellen;

  4. ongerichte leerstijl: je hebt geen idee hoe je de stof moet leren, je experimenteert wat of je vraagt de docent steeds wat belangrijk is en twijfelt dan nog.
Binnen het probleem-oplossingsproces komen de eerste drie vaardigheden terug:
  • de oriëntatie is gericht op reproductie van kennis,

  • de vaststelling van de oplossingsstructuur op het achterhalen van de betekenis en de verbanden tussen grootheden,

  • de formulering van een oplossingspad door de toepassing van de verworven kennis in een praktische situatie.
En als je vastgelopen bent en niet meer weet hoe je verder moet, kun je altijd nog wat gaan experimenteren of kun je de docent om ingangen vragen.

Zie ook: Vakdidactiek Bedrijfseconomie - Leerstijlen.

Leren  Top
  1. Kennis verwerven: betekenis geven aan de wereld om je heen. Er zijn twee vormen van leren: natuurlijk leren, zoals ieder vanaf de babytijd doet en schools leren, zoals het programma van onderwijsinstellingen voorschrijft.

  2. Kennis overdragen: anderen helpen om betekenis te geven aan de wereld om hen heen.
    Synoniem: doceren.
Leren leren  Top
Leren is een vaardigheid waar je over na kunt denken.

Hoe moet je leren en hoe moet je studeren? Welke strategieën pas je toe? Moet je een tekst tweemaal doorlezen voor je hem kent? Moet je zelf een samenvatting maken of werkt een samenvatting die je koopt net zo goed?

Het gaat erom dat je je bewust bent van de manier waarop je een tekst leert. En hoe gaat het bij het maken van vraagstukken? Begin je direct met rekenen, of neem je de tijd om te lezen?

Lees je het hele vraagstuk voor je begint te werken, of lees je niet verder dan de eerste vraag? Neem je de tijd voor de analyse van het vraagstuk of begin je eerst te rekenen en ga je pas nadenken als je vastgelopen bent?

Leren leren begint bij het nadenken over de manier waarop je studeert. Daarna kijk je hoe je je aanpak kunt verbeteren en of je systematiek kunt brengen in je werkwijze.

Zie ook: Vakdidactiek Bedrijfseconomie - Namen leren.

Lezen  Top
‘Kijk toch wat er staat’, is een gevleugelde uitspraak van docenten, terwijl zij wijzen naar de letters op papier. Maar dezelfde letters roepen bij de docent andere associaties en andere beelden op dan bij de student.

Lezen bestaat namelijk uit drie elementen: waarnemen, interpreteren en aanvullen.
  • waarnemen: kijken naar de woorden die op papier staan of naar de lijnen die in een grafiek getekend zijn;

  • interpreteren: vaststellen wat voor type situatie er is en vanuit welke subdiscipline je werkt, waardoor je de betekenis van de woorden kunt vaststellen;

  • aanvullen: ontbrekende stukjes tekst toevoegen of impliciete vooronderstellingen expliciet maken.
Een goede oriëntatie bestaat voor een groot deel uit goed lezen.

Zie ook: Vakdidactiek Bedrijfseconomie - Goed lezen.

Afkortingen
 
LBO (Anglicisme)  Top
LBO staat voor: Leveraged Buy-Out. In een LBO wordt de onderneming die overgenomen wordt als onderpand gebruikt bij leningen om de overname te financieren.

LIFO (Anglicisme): Last In, First Out  Top
Een methode van voorraadregistratie waarbij de goederen waarvoor als eerste een factuur is ontvangen ook als eerste in de boeken komen te staan bij verkoop.

Dit kan leiden tot verschillen tussen de economische voorraad en de technische voorraad, omdat vaak toch de exemplaren die het laatst binnengekomen zijn vooraan komen te staan in magazijn en als eerste worden uitgeleverd.

Deze methode staat tegenover de FIFO-methode: First In First Out.

LTIP (Anglicisme)  Top
Long-Term Incentive Plan: een beloningssysteem om werknemers te motiveren door beloningen op de lange termijn.
 
De bedoeling van deze website
Deze pagina is onderdeel van de website bedrijfseconomische-begrippen.nl. Dit is een website die gekoppeld is aan bedrijfseconomische-modellen.nl en geeft inzicht in de manier waarop economen werken met homoniemen, synoniemen, misconcepties, anglicismen en afkortingen.

Vooral opgaven in bedrijfseconomische leerboeken bevatten vaak simpele en daardoor onjuiste begrippenstructuren. Het motto van deze site is dan ook: "Leren omgaan met slordig woordgebruik".

De site bedrijfseconomische-begrippen.nl is ook onderdeel van het Onderwijsportaal. Op deze portal kunt u sites rechtstreeks benaderen door trefwoorden in te tikken met .nl erachter. Zo kunt u deze portal via bedrijfseconomische-begrippen.nl bereiken.

De smartphone-versie kunt u direct bereiken via bedrijfseconomischebegrippen.nl. Om te zorgen dat de tekst op de smartphone goed leesbaar is, staan op deze versie veel witte regels in de tekstfragmenten.

Mocht u tips of hints hebben dan ontvangen wij die graag via de webmaster
 
Informatie over opleidingen en banen
Onderwijsportaal | Universiteiten
Banen-per-stad | Vacatures-onderwijs
 
Website van Fons Vernooij: fons-vernooij.nl
Copyright © 1998 by Fons Vernooij en anderen.

Wij volgen de Google-policy (kijk op Hoe Google uw gegevens gebruikt) en zijn niet
verantwoordelijk voor de advertenties van Google en de verwerking van de informatie.

Registratienummer V.O.F. Adviesbureau CASA: KvK Rijnland: 58884114 / BTW 8532.22.848
Webmaster: Fons Vernooij

Info over privacy en cookies: zie Privacybeleid
Leveringsvoorwaarden zie bijgaand document

 
Logo Onderwijs-En-Banen.nl
 
 
Logo Onderwijs-En-Banen.nl
Info studie en werk