Laatste update van deze site: 21 mei 2017. Aantal bezoekers op deze pagina sinds 16 februari 2017:
727 bezoekers (9 vandaag, 17 deze week, 176 deze maand, 726 dit jaar)

Bedrijfseconomische-begrippen.nl

Synoniemen-Homoniemen-Misconcepties-Anglicismen-Afkortingen

bedrijfseconomische-begrippen.nl / bedrijfseconomischebegrippen.nl
  A    B    C    D    E    F    G    H    I    J    K    L    M    N    O    P    Q    R    S    T    U    V    W   X/Y    Z   Portals
Zie ook:   bedrijfseconomische-modellen.nl   en:   vakdidactiek-bedrijfseconomie.nl
Home: Fons Vernooij

Mail: Fons Vernooij


Homepage

Parallellisatie

Participatie

Participatiemaatschappij

Participatiesamenleving

Passiva

Percentage

Percentage boven het honderd

Percentage onder het honderd

Periodekosten

Post

Preferente vorderingen

Prestatie

Prestatiebeheersing

Prestatiebeheersingssysteem

Prestatiebeloning

Prestatie-indicatoren

Prestatienormen

Prestatieloon

Prijs

Prijsdifferentiatie

Prijsdiscriminatie

Prijsgewogen-index

Prijsverschil

Prijsresultaat

Primaire betalingsmiddelen

Primitieve opslagmethode

Producent

Product

Productief

Productie(proces)

Productiekosten

Productiviteit

Productkosten

Pro-forma winstbegrip

Project

Promillage

Provisie

Put-optie

  Top Omhoog Top
 

Vakdidactische termen

P.A.D.

Parameter

Per

Percentage

Planning

Polya

Preconcept

Probleem

Probleem oplossen

Probleemsituatie

Probleemtypen

  Top Omhoog Top
 

Afkortingen

PFP

PRI

PSP
  Top Omhoog Top
 

Omschrijving van de begrippen met een P

Parallellisatie
Verbreding van het verkoopassortiment (tegenhanger van specialisatie dat versmalling van het assortiment in houdt) {Externe Organisatie} . Zie ook de tegenstelling tussen integratie en differentiatie

Participatie  Top
  1. Deelname van iemand aan iets. Meestal heeft het woord betrekking op eamcipatie of politieke bewustwording.

  2. Deelname van de bevolking in het arbeidsproces: arbeidsparticipatie. Daarbij is nog onderscheid te maken in de deelname in het arbeidsproces en de deelname in het aanbod van arbeid. Dus werklozen vallen wel onder het tweede, maar niet onder het eerste concept.

  3. Deelname van een onderneming in het vermogen van een andere onderneming.
Participatiemaatschappij  Top
  1. Een participatiemaatschappij is een onderneming die zich toelegt op het financieren van bedrijven die door hun kleine omvang niet in staat zijn zelf op te treden als vrager op de kapitaalmarkt. Zij bemiddelen dus bij het aantrekken van vermogen en eisen daarvoor doorgaans naast een financiele vergoeding ook een aandeel in de winst bij een latere beursgang.

  2. Misconceptie: participatiesamenleving. In de bespreking van de participatiesamenleving als alternatief voor de verzorgingsstaat, ging men al snel over op de term participatiemaatschappij, omdat maartschappij doorgaans een synoniem is voor samenleving. Maar een participatiemaatschappij heeft al een specifieke betekenis. Nu zou het niet het eerste synoniem zijn dat in de taal voorkomt, maar toch is het beter de termen uit elkaar te houden.
Participatiesamenleving  Top
Poitiek idee over de deelname van mensen in de verzorging van mensen uit hun omgeving. De term was al eerder in gebruik, maar het kabinet Rutte II presenteerde de participatiesamenleving als alternatief voor de verzorgingsstaat, alwaar het primaat van de verzorging bij de staat ligt.
 
Passiva  Top
  1. Alle posten aan de creditzijde van de balans {Interne Verslaggeving en Externe Verslaggeving}.

    Zie ook: bedrijfseconomische-modellen.nl.

  2. Alleen de posten van het vreemde vermogen (de schulden) op de balans.
Percentage  Top
  1. Verhouding van de ene grootheid tot de andere grootheid, vermenigvuldigd met een factor 100. Om aan te geven dat die vermenigvuldiging heeft plaatsgevonden, gebruikt men de aanduiding %.
    Voorbeeld: Als de inkoopprijs € 40 is en de verkoopprijs is € 50, dan is de inkoopprijs (40/50) x 100% = 80% van de verkoopprijs. De verkoopprijs is dan (50/40) x 100% = 125% van de inkoopprijs.
    De winstopslag van € 10 is dan (10/50) = 20% van de verkoopprijs, maar zij is ook (10/40) = 25% van de inkoopprijs.
    N.B. Het is ook mogelijk om de verhouding met de factor 1000 te vermenigvuldigen, maar dan is er sprake van een promillage.

  2. Misconceptie: Een percentage is een deel van het geheel. (Zie bij betekenis 1.)
Percentage boven het honderd  Top

Vervolgberekening bij percentages, waarbij het eindresultaat van een optelling als uitgangspunt dient bij verdere berekeningen.

In formulevorm is de bijtelling: x% / (100% + x%) deel van het eindresultaat.
In formulevorm is de oorspronkelijke waarde: 100% / (100% + x%) deel van het eindresultaat.

Voorbeeld 1: Als de verkoopprijs 125% van de inkoopprijs is, dan is de winst (25% / (100% + 25%)) = (25/125) deel van de verkoopprijs.
Als de verkoopprijs € 50 is, dan is de winstopslag dus (25/125) x € 50 = € 10.
De inkoopprijs is dan (100% / (100% + 25%)) = (100/125) x € 50 = € 40.

Voorbeeld 2: Als de verkoopprijs inclusief 19% BTW gelijk is aan € 238, dan is de BTW gelijk aan (19/119) x € 238 = € 38. De verkoopprijs exclusief BTW is dan (100/119) x € 238 = € 200. Controle: 19% van € 200 is € 38, dus de berekening klopt.
 

Percentage onder het honderd  Top

Vervolgberekening bij percentages, waarbij het eindresultaat van een optelling op 100% wordt gezet en vervolgens wordt doorgerekend met de oorspronkelijke waarde.

In formulevorm is de bijtelling: x% / (100% - x%) van de oorspronkelijke waarde.
In formulevorm is het eindresultaat dan 100% / (100% - x%) deel van de oorspronkelijke waarde.

Voorbeeld 1: Als de inkoopprijs 80% van de verkoopprijs is, dan is de winst 20/100 deel van de verkoopprijs, maar de winst is ook (20% / (100% -20%)) = (20/80) deel van de inkoopprijs.
Als de inkoopprijs € 40 is, dan is de winstopslag dus (20% / (100% - 20%) = (20/80) x € 40 = € 10.
De verkoopprijs is dan (100% / (100% - 20%)) = (100/80) x € 40 = € 50.

Voorbeeld 2: Als een ondernemer een netto-omzet wil halen van € 7.000 en hij weet dat hij de verkoper een provisie van 30% van de omzet moet geven, Dan moet de verkoper een bruto-omzet halen van (100/70) x € 7.000 = € 10.000. De provisie is dan (30/70) x € 7.000 = € 3.000. Controle: 30% van € 10.000 = € 3.000. Dus de berekening klopt.
 

Periodekosten  Top
  1. Uitgaven toegerekend aan een periode van onbepaalde tijd [euro/periode].
    Bijvoorbeeld: Op 1 oktober 2010 sluit iemand voor € 2400 een verzekering voor twee jaar. Verdeling van deze uitgaven over 2 jaar leidt tot een bedrag aan periodekosten van € 1200 per jaar, ofwel € 100 per maand.

  2. Uitgaven toegerekend aan een periode van bepaalde tijd. [euro/periode van bepaalde tijd].
    Bijvoorbeeld: De bovenstaande verzekering leidt tot een bedrag van € 100 voor de maand oktober van het jaar 2010 en voor € 300 aan kosten voor het jaar 2010.
Het verband tussen periodekosten (onbepaalde tijd) en periodekosten (bepaalde tijd) loopt voor grondstoffen, arbeidskosten, machinekosten, e.d. via het productieproces. De periodekosten (onbepaalde tijd) worden toegerekend aan de productie van een periode en leiden dus tot productkosten.
[euro/maand / stuks/maand = euro/maand x maand/stuks = euro/stuk].

Gereed gekomen producten komen eerst in de voorraad en zodra ze verkocht worden, rekent men ze toe aan de verslagperiode voor een bepaalde tijd. Dus de producten die in oktober gemaakt zijn, kunnen in november tot de afzet behoren en dan komen de productkosten in november op de resultatenrekening als periodekosten van november.
[euro/stuk x stuks/periode-november = euro/periode-november].

Let op: de uitgaven vormen een eenmalig bedrag [euro] en zij zijn dus een voorraadgrootheid. De kosten zijn in alle omstandigheden een verhoudingsgetal en dus een stroomgrootheid. Halvering van de maand oktober tot twee weken in oktober, leidt tot halvering van de kosten voor dat deel van de maand, maar niet tot halvering van de uitgaven.

Voor nadere informatie zie de publicatie: De toetsende tucht van de dimensieanalyse.

Post  Top
  1. Algemene benaming voor een financiële grootheid

    Synoniem: grootheid

  2. Bedrag dat in de boekhouding staat vermeld.

    Synoniem: boekingspost

  3. Gestandaardiseerde vorm om te vermelden welke grootboekrekeningen debet en welke credit geboekt moeten worden.

    Synoniem: journaalpost

  4. Bestanddel van de balans.

    Synoniem: balanspost

  5. Financieel feit dat in de boekhouding moet worden opgenomen.
    Bijvoorbeeld een item uit het ‘Diverse Postenboek’.
Preferente vorderingen  Top
Vorderingen op een ondernemer of onderneming die voortvloeien uit een faillissementsprocedure en die gebaseerd zijn op een voorkeursrecht bij de verdeling van de binnenkomende gelden. Zij volgen na de boedelvorderingen, maar hebben vanwege een onderpand of een andere wettelijke regeling voorrang op de concurrente vorderingen.

Prestatie  Top
  1. Resultaat van een actie.

  2. Actie of gedrag die belangrijk is voor het behalen van organisatiedoelstellingen.

  3. Actie of gedrag van een persoon al naar gelang zijn bekwaamheid om bij te dragen aan het behalen van organisatiedoelstellingen.

  4. Misconceptie: productiviteit.
Prestatiebeheersing  Top
Management gericht op het motiveren, richten, sturen en begeleiden van werknemers in de organisatie zodat zij een effectieve bijdrage aan de belangrijkste doelen van de organisatie leveren. Aspecten die beheerst moeten worden, zijn: proces om doelstellingen te formuleren, proces om strategieën vast te stellen, normen en targets om de processen te meten, beloningssysteem en informatiestromen.

Prestatiebeheersingssysteem  Top
Samenstel van maatregelen dat erop gericht is om na te gaan of de doelstellingen van een organisatie behaald worden. Elke organisatie stelt dus zijn eigen prestatiebeheersingssysteem samen op basis van uiteenlopende instrumenten die beschikbaar zijn.

Prestatiebeloning  Top
Prestatiebeloning is een vorm van flexibel belonen waarbij voor een prestatie die boven een uniform vastgestelde norm ligt, een premie wordt betaald, of het loon wordt verhoogd (Dan Dale).

Prestatie-indicatoren  Top
Instrumenten die het mogelijk maken om te meten of de prestaties naar wens worden uitgevoerd, bijvoorbeeld het aantal uren dat werknemers een cursus volgen of het niveau van de opleidingen die ze behaald hebben. Deze instrumenten geven een indicatie van de situatie, zonder dat zij succes garanderen.

Prestatieloon  Top
  1. Beloning van arbeid op basis van de prestatie die geleverd is (PFP), bijvoorbeeld het stukloon dat een vergoeding geeft voor elke opgeleverde eenheid product. Deze prestaties vallen onder het in-role gedrag, d.w.z. het gedrag dat in de functieomschrijving is vastgelegd. Nadeel is dat mensen weinig tijd willen besteden aan het extra-role gedrag dat vaak nodig is voor de samenhang in een organisatie.

  2. Het deel van het loon dat afhangt van de prestatie die geleverd is. Deze omschrijving sluit aan op de algemene omschrijving van prestatiebeloning.
Prestatienormen  Top
Richtlijnen om te zorgen dat het gedrag van werknemers aansluit bij de strategie van de organisatie om de doelstellingen te halen.

Prijs  Top
  1. Beloning, als je een loterij gewonnen hebt [euro].

  2. Een bedrag (of ander ruilobject) dat koper en verkoper overeen gekomen zijn om het eigendom van een product over te dragen [euro/stuk, euro/kg, euro/liter, euro/dozijn, etc., maar nooit euro].

  3. Een bedrag dat een verkoper vraagt voor een product al voordat het product verkocht is (vraagprijs)

  4. Een bedrag dat een koper biedt voor een product nog voordat de koop is afgerond (biedprijs)

  5. In bepaalde situaties synoniem voor: aanschafprijs

  6. In bepaalde situaties synoniem voor: optiepremie of optiekoers

  7. In bepaalde situaties synoniem voor: inkoopprijs

  8. In bepaalde situaties synoniem voor: verkoopprijs

  9. In bepaalde situaties synoniem voor: verkrijgingsprijs of verwervingsprijs
N.B. Voor een staatslot betaal je een prijs en, als je gelukt hebt, krijg je een prijs. Alleen is de prijsdie je krijgt, meestal niet veel groter dan de prijs die je betaald hebt.
 
Prijsdifferentiatie  Top
Van prijsdifferentiatie is sprake als dezelfde leverancier op basis van onderhandelingen verschillende prijzen vraagt aan verschillende klanten. Bijvoorbeeld als een fabrikant van diervoedsel voor zijn producten aan supermarkten een lagere prijs vraagt dan aan dierenwinkels en dat bijvoorbeeld verpakt als kwantumkorting. Of als een ondernemer voor een incidentele order een prijs vraagt die gebaseerd is op differentiële kosten (dus extra kosten door die order), terwijl de reguliere klanten de volle prijs betalen op basis van een integrale kostprijs.

Prijsdiscriminatie  Top
Van prijsdiscriminatie is sprake als dezelfde leverancier verschillende prijzen vraagt op verschillende markten op grond van uiteenlopende afzetsituaties. Voorwaarde hiervoor is dat de markten gescheiden zijn, zodat de goederen niet via een omweg van de ene markt naar de andere stromen.

Prijsgewogen index  Top
Een prijsgewogen index is een aandelenindex waarbij de gewichten van de afzonderlijke fondsen, die opgenomen zijn in die index, bestaan uit de beurskoers die tot stand zijn gekomen. Bijvoorbeeld de Down Jones. Hoe hoger de prijs van een aandeel hoe zwaarder die meetelt in de waarde van de index.
Een alternatief is de marktwaardegewogen-index.

Prijsresultaat  Top
  1. Nacalculatorisch: Achteraf gemeten verschil tussen de werkelijke aanschafwaarde van goederen of diensten in een bepaalde periode en de toegestane aanschafwaarde van die goederen of diensten: WH x (SP - WP) d.w.z. werkelijke hoeveelheid x (standaardprijs - werkelijke prijs).
    De dimensieanalyse die hierbij hoort luidt:
    *  grondstoffen: [kg/periode x (euro/kg - euro/kg) = euro/periode]. Zie voorts: bedrijfseconomische-modellen.nl grondstoffen {Kostencalculatie} .
    *  arbeidsuren: [uren/periode x (euro/uur - euro/uur) = euro/periode]. Zie voorts: bedrijfseconomische-modellen.nl arbeid {Kostencalculatie}.

  2. Voorcalculatorisch:Vooraf te verwachten verschil tussen de werkelijke aanschafwaarde van goederen of diensten in een bepaalde periode en de toegestane aanschafwaarde van die goederen of diensten. Omwille van de eenvoud wordt het voorcalculatorische prijsresultaat doorgaans gelijk gesteld aan € 0,-.

  3. Misconceptie: prijsverschil [euro/stuk].

  4. Analogie: zie efficiëntieresultaat.
Prijsverschil  Top
  1. Verschil in prijs van eenzelfde product bij twee leveranciers [euro/stuk].

  2. Misconceptie: prijsresultaat [euro/periode].

  3. Analogie: zie efficiëntieverschil.
Primaire betalingsmiddelen (of liquiditeiten)
Betalingsmiddelen die direct voor handen zijn, zoals giraal en chartaal geld (Bankwezen). Dit in tegenstelling tot secundaire betalingsmiddelen (of liquiditeiten)

Primitieve opslagmethode  Top
Opslagmethode waarbij alle indirecte kosten in één percentage over de som van de directe kostenworden gelegd (meestal grondstofkosten en arbeidskosten); zie voor de handelsonderneming: bedrijfseconomische-modellen.nl {Kostencalculatie}.

Producent  Top
  1. Persoon of rechtspersoon (B.V. of N.V. of Stichting of Vereniging) die produceert, dat wil zeggen goederen of diensten koopt met de intentie deze te verkopen of te verwerken voor de verkoop. De persoon die koopt om de goederen of diensten te verbruiken is een consument.

    Synoniemen: productiehuishouding of bedrijf.

  2. Functie in het maatschappelijk verkeer. Een persoon of rechtspersoon kan zowel consument als producent zijn. Een huisarts is een persoon die op sommige tijdstippen van de dag produceert (als hij bijvoorbeeld spreekuur houdt) en op andere momenten van de dag consumeert (als hij bijvoorbeeld gaat eten). De huisarts kan dus twee functies vervullen {Micro-economie}.
Product  Top
  1. Een soort goederen met bepaalde kenmerken.

  2. Een eenheid van een soort goed.
Voorbeeld: een onderneming maakt één product in een oplage van 1000 stuks. Soms zegt men dan dat de onderneming 1000 producten maakt, maar men bedoelt dan 1000 eenheden van dat product.
Productief  Top
  1. Mate waarin een proces iets oplevert.

  2. Mate waarin het productieproces de resultaten oplevert die je ervan verwacht.
Productie(proces)  Top
  1. Het toevoegen van waarde zoals dat in het gehele bedrijfsproces gebeurt.

  2. Het toevoegen van waarde zoals dat op de fabricageafdeling gebeurt (productie staat dan naast verkoop).
Productiekosten  Top
Kosten die samenhangen met de productie op de fabricageafdeling in bedrijven met stukproductie of massaproductie. Kijk voor een toelichting bij: bedrijfseconomische-modellen.nl [euro/periode] {Kostencalculatie} en {Interne Verslaggeving}.

Synoniem: fabricagekosten.

Productiviteit  Top
  1. Meting van het resultaat van een proces in relatie tot de inbreng (output in relatie tot input).

  2. Kwantificering is mogelijk door de hoeveelheid productie (in geld gemeten of in natura) te delen door een maatstaf voor arbeid of kapitaal. Voorbeelden: arbeidsproductiviteit, kapitaalproductiviteit.

  3. Synoniem voor arbeidsproductiviteit.
Productkosten  Top
Productkosten ontstaan tijdens het productieproces door het toerekenen van periodekosten aan de producten in bewerking. Dit geldt zowel voor de grondstofkosten, als de arbeidskosten als de overige kosten.

Bijvoorbeeld: de machinekosten van € 6000 per maand worden verdeeld over de productie van 3000 stuks per maand. De productkosten bedragen dan € 2 per stuk.
[euro/maand / stuks/maand = euro/maand x maand/stuks = euro/stuk].

Pro-forma winstbegrip  Top
Winstbegrip op basis van aangepaste spelregels, d.w.z. waar bepaalde posten die normaal in mindering komen op de opbrengsten nu nog niet verrekend zijn: EBIT, EBITDA, e.d.

Project  Top
  1. Een reeks activiteiten die binnen gestelde condities een vooraf bepaald resultaat moeten opleveren.

  2. Een tijdelijke organisatie die door middel van een reeks activiteiten binnen gestelde condities een vooraf bepaald resultaat moet bereiken.
Promillage  Top
Verhouding van de ene grootheid tot de andere grootheid, vermenigvuldigd met een factor 1000. Om aan te geven dat die vermenigvuldiging heeft plaatsgevonden, gebruikt men de aanduiding ‰.
Voorbeeld: Als de inkoopprijs € 40 is en de verkoopprijs is € 50, dan is de inkoopprijs (40/50) x 1000‰ = 800‰ van de verkoopprijs. De verkoopprijs is dan (50/40) x 1000‰ = 1250 ‰ van de inkoopprijs.
De winstopslag van € 10 is dan (10/50) = 200‰ van de verkoopprijs, maar zij is ook (10/40) = 250‰ van de inkoopprijs.

N.B. Het is ook mogelijk om de verhouding met de factor 100 te vermenigvuldigen, maar dan is er sprake van een percentage. Het promillage gebruikt men vooral als het gaat om verschillen van circa 1% of kleiner, zoals bij controle van alcohol in het bloed.
 
Provisie  Top
Financiële vergoeding voor een verkoper, die afhankelijk is van de omvang van een transactie of een omzet die voor de werkgever is behaald. Meestal bestaat de vergoeding uit een percentage van de verkoopprijs of de omzet.

Synoniem: commissie, alhoewel commissie meer is gericht op handelaren die als zelfstandige tussenpersoon optreden.
 
Put-optie  Top
Een put- optie is het recht om een aandeel te verkopen op een toekomstig tijdstip voor een prijs die nu reeds vast staat. De koper (zie call-optie) heeft bij het openen van de positie een premie aan de verkoper (de schrijver) betaald, maar de schrijver kan zijn recht om te verkopen natuurlijk weer aan anderen overdragen.


Vakdidactische termen

PAD  Top
Probleem Analyse Diagram: een schema dat aangeeft hoe de grootheden in een specifiek vraagstuk met elkaar samenhangen. Meestal kun je een PAD afleiden uit een bedrijfseconomisch model dat algemene geldigheid heeft. Je moet meestal een stukje uit het algemene model halen en dat aanpassen aan de bijzonderheden die in het vraagstuk verwerkt zitten.

Met behulp van het PAD kun je de oplossingsstructuur van een vraagstuk ontdekken, zodat je daarna het oplossingspad kunt vaststellen. Een PAD hoef je niet altijd uit te schrijven op papier. Je kunt je ook een voorstelling maken van de samenhang en mentale handelingen verrichten om via de juiste planning tot het goede oplossingspad te komen.

Parameter  Top
Parameters zijn grootheden die nog geen waarde hebben, maar waar wel je wel mee kunt rekenen, bijv. REV = winst / gemiddeld eigen vermogen.

Per  Top
  1. In de dimensie ‘euros per jaar’ geeft het een verhouding aan tussen een aantal euros en de periode waarop het bedrag betrekking heeft: dus aantal euros gedeeld door 1 jaar.

  2. In de aanduiding ‘ontvangsten per 31 december’ gaat het om bedragen die eigenlijk later worden ontvangen, maar met terugwerkende kracht geboekt worden alsof zij op 31 december ontvangen zijn. Een voorbeeld is de ontvangst van contributies bij verenigingen in het nieuwe jaar, die nog in het voorafgaande boekjaar worden opgenomen in de boekhouding.

  3. De derde betekenis van ‘per’ blijkt als het gaat om de aanduiding ‘de balans per 31 december’. Het woordje ‘per’ verwijst dan naar de scheidslijn tussen twee perioden: 31 december en 1 januari. Dit houdt in dat op 1 januari dezelfde balans geldig is als op 31 december. Doorgaans gaat het dan om de eindbalans van het ene jaar die tegelijk geldt als beginbalans van het volgende jaar.
Percentage  Top
Een middeleeuwse rekentechniek om getallen met twee cijfers achter de komma te vermijden. En als de getallen toch nog een derde cijfer achter de komma dreigden te krijgen, schakelde men gewoon over op promillages (0/00).

Vaak blijft impliciet waarover een percentage genomen moet worden. Soms is dat om na te gaan of je weet wat de berekeningsbasis is (bijv. bij het BTW-percentage), maar soms is het slordigheid of vindt de auteur het zo vanzelfsprekend dat hij het gewoon vergeet erbij te zetten. Goed lezen, betekent in dit geval dat je de tekst zelf moet aanvullen met de basis waarover het percentage berekend wordt.

Een bekend misverstand is dat percentages ‘een deel van het geheel’ zijn. Dat zou betekenen dat een percentage nooit hoger kan zijn dan 100%. Dat is onjuist.

Een percentage is een verhoudingsgetal en als de teller groter is dan de noemer, resulteert een getal hoger dan 100. De verkoopprijs van een product kan bijvoorbeeld 120% van de inkoopprijs zijn. De noemer bevat overigens de berekeningsbasis, zodat je daaraan kunt zien over welk soort getal je een percentage moet nemen.

Planning  Top
Het vaststellen van de stappen die je na elkaar moet zetten. Planning is een algemene term en kan op van alles betrekking hebben. Bij het oplossen van vraagstukken zijn er twee soorten planning mogelijk: planning van de berekening en planning van het denkproces.

Bij de planning van de berekening gaat het om het vaststellen van het oplossingspad in een gegeven vraagstuk. Bij de planning van het denkproces om het vaststellen van de fasen die je moet doorlopen bij het oplossen van een vraagstuk.

Bij de planning van het denkproces stel je voor jezelf vast hoe je een moeilijk vraagstuk gaat aanpakken:
  • eerst lezen als middel om de oriëntatie uit te voeren;

  • dan vervolg je de analyse met het zoeken naar een bedrijfseconomisch model, waarmee je al dan niet op papier een PAD kunt construeren;

  • uit dit PAD beredeneer je de oplossingsstructuur, dus de weg terug van de onbekende grootheid naar de beschikbare data;

  • daarna stel je het oplossingspad vast, dus de weg van de beschikbare data naar de onbekende grootheid;

  • daarna kun je successievelijk de berekeningen uitvoeren;

  • en tot slot moet je controleren of alles goed is gegaan;

  • oh ja, evalueren hoort er ook nog bij: wat heb je nu eigenlijk geleerd? Is je kennis van de bedrijfseconomie echt toegenomen?.
Zie ook bij de ABC-methode.

Polya  Top
Amerikaans wiskundige die zijn tijd vijftig jaar vooruit was, althans wat betreft de toepasbaarheid van zijn ideeën binnen de bedrijfseconomie. Hij stelde voor om het onderwijs te richten op de strategieën die nodig zijn om vraagstukken aan te pakken. Het ging bij hem om het spel en niet om de knikkers. Zijn boek ‘How to solve it’ bestond uit stukken tekst waarvan de cursieve woorden naar andere stukken tekst verwezen. Deze aanpak was de basis voor de benadering via hypertext-links.

Preconcept  Top
Citaat uit Misconcept of preconcept?, rapport 28 van het Ruud de Moorcentrum:
          “We stellen voor om voortaan consequent de term 'preconcept' in plaats van 'misconcept' te gebruiken voor de benoeming van denkbeelden waarmee leerlingen beginnen aan een leertraject. Deze term geeft beter aan dat het gaat om het voorlopige resultaat van een denkontwikkeling, voortkomend uit pogingen om verschijnselen te begrijpen zonder nog in aanraking te zijn gekomen met onderwijs dat erop gericht is om leerlingen de juiste concepten aan te leren. Naar onze smaak past de diskwalificerende typering foute denkwijze hier in elk geval niet bij.”

Probleem  Top
Een probleem is een situatie waarin je wel weet wat je doel is, maar niet weet hoe je dat doel kunt bereiken. Het is dan niet duidelijk waar de aangrijpingspunten liggen. Het oplossen van het probleem is dan het zoeken naar een weg om van de bestaande toestand in de gewenste toestand te raken.

Een probleem is dus een situatie waarin informatie nodig is om de bewerkingen uit te voeren die nodig zijn om het doel te bereiken. De vraag is dan welke informatie beschikbaar is (of hoort te zijn) en welke bewerkingen uitgevoerd moeten worden. Voor het achterhalen van de beschikbare informatie is een analyse nodig. Voor het vaststellen van de bewerkingen is een planning van de oplossing nodig.

Probleem oplossen  Top
Vaardigheid om in voorgelegde problemen het einddoel te bereiken, liefst met behulp van een systematische werkwijze. Hoe beter je werkwijze is, hoe vanzelfsprekender je aanpak lijkt, hoe minder duidelijk het is dat je een eigen systematiek hanteert.

Het grappige is, dat het niet nodig is om de uitkomst van een vraagstuk te berekenen om de oplossing gevonden te hebben. De oplossing bestaat in feite uit een stappenplan (algoritme) dat je in gedachten formuleert. Zodra je de oplossing “ziet” is er geen probleem meer. Er is alleen nog een onbekend getal dat de uitkomst van een vraagstuk vormt. Je “snapt” het probleem al.

Om deze reden geven docenten toch vaak punten voor een berekening die niet tot het goede antwoord heeft geleid. Zij zijn van mening dat niet de uitkomst ertoe doet, maar de wijze waarop de uitkomst berekend wordt. In feite vragen ze dus niet “Wat komt er uit dit vraagstuk?”, maar “Hoe moet je de berekening van dit vraagstuk opzetten?”.

Voor een systematische probleemaanpak is de ABC-methode beschikbaar.

Probleemsituatie  Top
De probleemsituatie is de schets van het probleem in een brede context, dus niet alleen de vraagstelling, maar ook de omgeving waarin de vraagstelling zich afspeelt. De auteur van een werkboek of een tentamen probeert in een vraagstuk een probleem op te roepen, of dat te versluieren.

Om duidelijk te krijgen wat er precies van je verlangd wordt bij het oplossen van dat vraagstuk moet je eerst het vraagstuk goed lezen om een goede oriëntatie uit te voeren. Het doel van de oriëntatie is om een correcte inschatting te maken van de probleemsituatie.

Probleemtypen  Top
Er bestaan ten minste drie typen van bedrijfseconomische problemen:
  1. diagnostische problemen,

  2. beslissingsproblemen en

  3. beheersmatige problemen.
Bij diagnostische problemen gaat het om een diagnose: vaststellen wat de waarde van een bepaalde grootheid is, bij voorbeeld de standaardkostprijs of de nettowinst in een boekjaar. Daarvoor is een handelingsvoorschrift vereist.

Bij beslissingsproblemen gaat het om afwegingen. Er moeten dan mogelijkheden naast elkaar gezet worden, waarbij elke mogelijkheid tot een diagnostisch probleem aanleiding kan geven. Naast de handelingsvoorschriften zijn er keuze-criteria nodig.

Bij beheersmatige problemen gaat om de realisatie van een besluit in een concrete situatie. Er is dan een grote mate van sociale vaardigheid nodig om de betrokken mensen te motiveren en het gestelde doel te bereiken.

Afkortingen

PFP (Anglicisme): Pay for Performance  Top
Salarisbetaling op basis van vergoeding voor het leveren van de afgesproken activiteiten (prestatieloon). Deze activiteiten vallen onder het in-role gedrag, d.w.z. het gedrag dat in de functieomschrijving is vastgelegd. Nadeel is dat mensen weinig tijd willen besteden aan het extra-role gedrag dat vaak nodig is voor de samenhang in een organisatie.

PRI (Anglicisme): Principles for Responsible Investment  Top
Organisatie die zich toelegt op het uitdragen van een maatschappelijk verantwoorde wijze van beleggen, ofwel groen beleggen (variant 1). Deze organisatie is in 2006 door de VN in het leven geroepen om vormen van SRI (Socially Responsible Investing) en ESG (Environmental, Social and Governance factors) te promoten.
PSP (Anglicisme): Performance Share Plan  Top
Het gaat daarbij om het toekennen van aandelen in plaats van opties op aandelen van het eigen bedrijf als extra beloning. Er zijn twee bijzondere soorten aandelen: Restricted shares (aandelen die worden toegekend als aan de prestatiecriteria is voldaan) en Matching shares (plicht om deel van de cash bonus om te zetten in aandelen van het eigen bedrijf en die vervolgens een aantal jaren te behouden).

 
De bedoeling van deze website
Deze pagina is onderdeel van de website bedrijfseconomische-begrippen.nl. Dit is een website die gekoppeld is aan www.bedrijfseconomische-modellen.nl en geeft inzicht in de manier waarop economen werken met homoniemen, synoniemen, misconcepties en anglicismen.

Vooral opgaven in bedrijfseconomische leerboeken bevatten vaak simpele en daardoor onjuiste begrippenstructuren. Het motto van deze site is dan ook: "Leren omgaan met slordig woordgebruik".

De site bedrijfseconomische-begrippen.nl is ook onderdeel van het Onderwijsportaal. Op deze portal kunt u sites rechtstreeks benaderen door trefwoorden in te tikken met .nl erachter. Zo kunt u deze pagina niet alleen via bedrijfseconomische-begrippen.nl bereiken, maar ook via bedrijfseconomischebegrippen.nl.

Mocht u tips of hints hebben dan ontvangen wij die graag via de webmaster
 
Informatie over opleidingen en banen
Onderwijsportaal | Universiteiten
Banen-per-stad | Vacatures-onderwijs
 
Website van Fons Vernooij: fons-vernooij.nl
Copyright © 1998 by Fons Vernooij en anderen.

Wij volgen de Google-policy (kijk op Hoe Google uw gegevens gebruikt) en zijn niet
verantwoordelijk voor de advertenties van Google en de verwerking van de informatie.

Registratienummer V.O.F. Adviesbureau CASA: KvK Rijnland: 58884114 / BTW 8532.22.848
Webmaster: Fons Vernooij

Info over privacy en cookies: zie Privacybeleid
Leveringsvoorwaarden zie bijgaand document

 
Logo Onderwijs-En-Banen.nl
Portal Onderwijs En Banen