Laatste update van deze site: 21 juli 2017. Aantal bezoekers op deze pagina sinds 16 februari 2017:
690 bezoekers (3 vandaag, 3 deze week, 62 deze maand, 689 dit jaar)

Bedrijfseconomische-begrippen.nl

Synoniemen - Homoniemen - Misconcepties - Anglicismen - Afkortingen

bedrijfseconomische-begrippen.nl

voor smartphones: bedrijfseconomischebegrippen.nl
  A    B    C    D    E    F    G    H    I    J    K    L    M    N    O    P    Q    R    S    T    U    V    W   X/Y    Z    Portals
Zie ook:   bedrijfseconomische-modellen.nl   en:   vakdidactiek-bedrijfseconomie.nl
Sites voor Smartphones
 
Home: Fons Vernooij

Mail: Fons Vernooij

Indexpagina

Maatschappelijk aandelenvermogen

Management

Management Control

Markt

Market-order

Marktkapitalisatie

Marktwaarde

Marktwaardegewogen-index

Massaproductie

Matching

Materialiteit

Materieel belang

Materiële vaste activa

Modellen RJ

• Model A (balans)

• Model B (balans)

• Model C (balans)

• Model D (balans)

• Model E (RR)

• Model F (RR)

• Model G (RR)

• Model H (RR)

• Model I (RR)

• Model J (RR)

  Top Omhoog Top
 

Vakdidactische termen     

Mentaal model

Mentale handeling

Mentale voorstelling

Middelenanalyse

Misconcept

Misconceptie

Model

Zie ook:Vakdidactiek-
bedrijfseconomie.nl

 
  Top Omhoog Top
 

Omschrijving van de begrippen met een M

Maatschappelijk aandelenvermogen
Het totale vermogen dat een NV of BV via emissie van aandelen zou kunnen verkrijgen [euro].

De maximale omvang van het aandelenvermogen is vastgelegd in de statuten van de onderneming.

Het uitgegeven deel van het aandelenvermogen is het geplaatste aandelenvermogen.

Management  Top
  1. Leiding geven aan een onderneming.

  2. De mensen die leiding geven aan een onderneming.
Management Control (Anglicisme)   Top

Bij Management Control gaat het om meer dan controleren alleen.

In feite gaat het erom economische processen te beheersen, dus te zorgen dat ze tot het beoogde resultaat leiden. De activiteiten die behoren tot control omvatten:

  • Planning van activiteiten

  • Communicatie naar en informatie van de betrokkenen

  • Motivering van de medewerkers om de taken succesvol uit te voeren

  • Vormgeven van de verantwoordelijkheidsstructuur

  • Coordinatie van de verschillende afdelingen

  • Evaluatie van de economische processen

  • Besluitvorming over acties om al dan niet in te grijpen

  • Beïnvloeding van de personen om gedrag te veranderen

  • Bijstelling van de planning voor de volgende periode.
Markt  Top
  1. Alle vragers naar een product (Marketing).

  2. Het geheel van vraag en aanbod {Externe Verslaggeving en Micro-economie}.

  3. Plaats waar kopers en verkopers samen komen {Externe Verslaggeving en Spreektaal}.
Market order  Top
Type order binnen de effectenhandel waarbij de opdracht wordt gegeven om de beursorder uit te voeren tegen de beste prijs van het moment.

Bij verkoop zoekt de effectenhandelaar dan de hoogste prijs in de markt en bij aankoop de laagste prijs.

Synoniem: Bestens-order.

Andere typen van orders zijn: limiet-order, stoploss-order en stoplimiet-order.
 
Marktkapitalisatie  Top
De berekening van de waarde van een beursfonds door het aantal uitstaande aandelen (free float) te vermenigvuldigen met de beurskoers van dat moment. Het resultaat is de beurswaarde van de onderneming.

Aangezien de koers van aandelen voortdurend fluctueert, zal de beurswaarde van de aandelen dus ook voortdurend veranderen.

Synoniem: beurskapitalisatie
.
Marktwaarde  Top
  1. Waardering van activa (bijvoorbeeld van effecten die als tijdelijke belegging zijn gekocht) tegen de verkoopwaarde die op het moment van boeking op de markt geldt [euro per stuk].

    Men spreekt ook wel van directe opbrengstwaarde. Deze term is in gebruik bij goederen die of waardepapieren die wel ingekocht en verkocht worden, maar niet bewerkt worden. Men schat de waarde van de effecten of goederen op basis van de prijs die gangbaar is.

    In deze situatie is de marktwaarde dus gelijk aan de vervangingswaarde, d.w.z. de waarde op de verkoopmarkt is gelijk aan de waarde op de inkoopmarkt.

  2. Waardering van gebouwen op basis van een afweging tussen de waarde in het vrije verkeer en de huurwaarde [euro per stuk].

    Bij woningen zal de huurwaarde domineren, maar bij bedrijven waar de huurbescherming veel minder is, zal de waarde in het vrije verkeer overheersen.

  3. Waarde van een beursfonds op een bepaald moment op basis van het aantal verhandelbare aandelen en de prijs die voor dat aandeel tot stand is gekomen.
Marktwaardegewogen index  Top
Een beursindex waarbij de marktwaarden van de opgenomen beursfondsen gebruikt worden als gewichten bij de berekening van de waarde van de index op een bepaald moment.

Meestal beperekent men de marktwaarde tot de marktwaaarde van de vrij verhandelbare aandelen (free float).

Een alternatief is de prijsgewogen-index.

Massaproductie  Top

  1. Productie op voorraad, meestal in grote aantallen, maar het kan ook in kleine series of per stuk. De specifieke wensen van de klant zijn dan dus nog niet bekend.

    Bijzonderheid: voorraadvorming en daarnaast onderhanden werk.
    De tegenhanger is stukproductie.

  2. Productie in grote aantallen, waardoor standaardisering van het verbruik van grondstoffen en arbeid mogelijk is.

    Daardoor zijn standaardkosten te berekenen, die een goede planning en kostenbewaking mogelijk maken. Die standaardkosten zijn ook te gebruiken wanneer bestellingen op afspraak verwerkt worden.

    In dat laatste geval is eigenlijk sprake van ‘stukproductie’, maar het lijkt zozeer op massaproductie, dat het onderscheid wegvalt.

    De tegenhanger is ook hier stukproductie.
Matching  Top
  1. Koppeling van de kosten aan de omzet van de boekingsperiode.

    De afzet in een periode is de basis om de winst te berekenen en alleen de kosten die samenhangen met die afzet mogen op de omzet in mindering worden gebracht {Interne Verslaggeving en Externe Verslaggeving}.

  2. Koppeling van de specifieke opbrengsten van een project in de tijd aan de specifieke kosten die in de loop van de tijd gemaakt worden (bijvoorbeeld boring naar olie).
Materialiteit  Top
Materialiteit wil zeggen dat de informatie voldoet aan de eisen van ‘ materieel belang’ zoals omschreven in het ‘Stramien voor de opstelling en vormgeving van jaarrekeningen’ in de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving {Externe Verslaggeving}.

Materieel belang  Top
Informatie is ‘materieel’ indien het weglaten of het onjuist weergeven daarvan de economische beslissingen die gebruikers op basis van de jaarrekening nemen, zou kunnen beïnvloeden.

De materialiteit van de post of fout is afhankelijk van de omvang daarvan, beoordeeld onder de bijzondere omstandigheden waaronder het weglaten of onjuist weergeven plaatsvindt.

Het begrip materialiteit verschaft dus meer een drempel of kritische grens, dan dat het een primair kwalitatief kenmerk is dat informatie moet bezitten om nuttig te zijn (Raad voor je Jaarverslaggeving) {Externe Verslaggeving}.

Materiële vaste activa  Top
Vaste activa die bestaan uit tastbare kapitaalgoederen, zoals gebouwen en machines.

De term is wettelijk voorgeschreven voor BV’s en NV’s om hun balansposten te rubriceren {Externe Verslaggeving}.

Zie ook: bedrijfseconomische-modellen.nl. De post staat naast de immateriële vaste activa en de financiële vaste activa.

Modellen RJ (d.w.z. opgesteld door de RJ)  Top
De Raad voor de Jaarverslaggeving heeft via het Besluit Modellen Jaarrekening een aantal standaardmodellen gepresenteerd waaruit bedrijven kunnen kiezen bij het vormgeven van hun balans en resultatenrekening.

Deze modellen zijn nader uitgewerkt en toegelicht via de website bedrijfseconomische-modellen.nl.

De balansmodellen (met hun belangrijkste karakteristieken) zijn:
  1. model A: uitgebreide balans in staffelvorm
  2. model B test: uitgebreide balans in scontrovorm
  3. model C: globale balans in staffelvorm
  4. model D: globale balans in scontrovorm
De resultatenrekeningen (met hun belangrijkste karakteristieken) zijn:

  1. model E: staffel op basis van de kostensoorten bij massaproductie
  2. model F: staffel op basis op basis van de functionele kosten bij stukproductie
  3. model G: scontrovorm op basis van de kostensoorten bij massaproductie
  4. model H: scontrovorm op basis van de functionele kosten bij stukproductie
  5. model I: staffel op basis van de kostensoorten voor een handelsonderneming
  6. model J: staffel op basisvan de functionele kosten voor een handelsonderneming

Vakdidactische termen

Mentaal model  Top
De voorstelling die een leerling of student zich maakt van de berekening van een type vraagstuk. Bijvoorbeeld de berekening van de kostprijs bij een fabrikant, of de berekening van de gewenste verkoopprijs bij een handelaar.

Op basis van voorbeelden en oefeningen met variaties op eerdere vraagstukken, ontwikkelt een persoon een mentaal beeld van de samenhang tussen alle grootheden die in de vraagstukken staan.

Dit beeld kan een goede weergave zijn van het conceptuele model dat de auteur van het leerboek voor ogen had, maar het kan ook afwijken doordat grootheden ontbreken, of worden toegevoegd. Of doordat mensen zelf samenhangen toevoegen die eigenlijk niet bestaan.

Bijvoorbeeld
(zie ook Proefschrift van Vernooij):

Boekhouden:
Brutowinst is omzet - kostprijs verkopen.
Kostprijs verkopen = afzet x inkoopprijs, dus inkooprijs is kostprijs.

Accounting:
Nettowinst = omzet - afzet x kostprijs.
Kostprijs = inkoopprijs + opslag inkoopkosten + opslag algemene kosten.

Mogelijke mentale voorstelling op basis van zelf aangebrachte consistentie:
Kostprijs = inkoopprijs + opslag inkoopkosten
Brutowinst = omzet - afzet x (inkoopprijs + opslag inkoopkosten)
Nettowinst = brutowinst - afzet x (opslag algemene kosten).

Conclusie: kostprijs is fout, brutowinst is fout, maar nettowinst is goed.

Mentale handeling  Top
Denkstappen die je zet. In gedachten voer je met jezelf een discussie en zet je redeneringen op.

‘Laat ik eerst de tekst maar eens goed lezen’ of ‘Ik kan meteen gaan rekenen, want ik weet toch al waar het over gaat’. Je maakt keuzes en stuurt je denkproces.

Hoe vaker je die mentale handelingen uitvoert, hoe meer ze geautomatiseerd raken. Het oplossen van vraagstukken doe je al jaren, dus heb je eigen gewoonten ontwikkeld die je gedrag sturen.

Het is dan heel moeilijk om over die gewoonten na te denken en ze echt ter discussie te stellen. Om ze te veranderen en te verbeteren. Toch is dat nodig in het kader van leren leren.

Mentale voorstelling  Top
Het beeld dat je bij jezelf vormt tijdens het oplossen van vraagstukken. In de leerboeken staan de bedrijfseconomische modellen die je leren moet, maar komen ze ook precies zo in je hoofd als ze op papier staan?

Vorm je in je hoofd een exacte kopie van de kennis die je aangeboden krijgt, of verwerk je die kennis? Bouw je je eigen voorstelling op met je eigen associaties? Vallen er stukjes weg die er eigenlijk bijhoren of voeg je stukjes toe, die bij nader inzien niet in het boek blijken te staan?

Koppel je twee modellen aan elkaar, terwijl je die helemaal niet mag integreren, omdat ze van verschillende veronderstellingen uitgaan?

Soms denk je dat je het eindelijk snapt, en dat je de samenhang tussen modellen ziet, en dan blijkt ineens dat je twee benaderingen als alternatieven moet beschouwen.

Middelenanalyse  Top
Analyse van de probleemsituatie aan de hand van de beschikbare gegevens en de beschrijving van de context waarin het probleem is geplaatst.

In feite gaan het dus om het nadenken over de operationele definities van de gegevens. Zodra iemand nadenkt over operationele definities van de gevraagde grootheid is er sprake van doelanalyse.

Beide analyses zijn van belang om het achterliggende bedrijfseconomische model te ontdekken. D.w.z. bij fundamentele vraagstukken is de doelanalyse nodig om het model te achterhalen en bij contraire vraagstukken is de middelenanalyse van belang.

Maar een student weet op voorhand niet welk type vraagstuk wordt aangeboden. Dus zal hij beide benaderingen moeten gebruiken om te achterhalen hoe de relaties tussen alle grootheden liggen.

Misconcept   Top
Een term die naar het oordeel van een of meer deskundigen op een bepaald vakgebied op een verkeerde wijze in gebruik is. Deze term heeft geen Engelstalig equivalent, anders dan misconceptie.

Een term die verwant is aan misconcept is: preconcept.

Voorbeelden: men gebruikt de term kosten en had uitgaven moeten zeggen, of men gebruikt de term uitgaven en bedoelt betaling.

Zie: aanschafkosten, emissiekosten, installatiekosten, sloopkosten, transactiekosten.

Misconceptie (taalmechanisme)  Top(Anglicisme)
  1. Onjuiste opvatting over een begrip of situatie. Het Engelse woord misconception betekent misvatting, of verkeerde opvatting.

    Bijvoorbeeld: een percentage is een deel van het geheel, waarna men aangeeft dat de prijs inclusief BTW 121% van de prijs exclusief BTW is.

  2. Gebruik van een term in een verkeerde betekenis. Het gebruik kan gangbaar zijn, ook al weet men vaak dat de term niet juist wordt toegepast. Als een ander reageert door zijn verwarring uit te spreken, zal men zichzelf vaak corrigeren.

    Maar de misconceptie kan ook zo verankerd zijn, dat men zich niet realiseert dat de wetenschap de term anders heeft gedefinieerd. Zie ook bij de term Kennis.

    Voorbeelden: men praat over kosten en bedoelt uitgaven, of men praat over uitgaven en bedoelt betaling.

    Zie: aanschafkosten, emissiekosten, installatiekosten, sloopkosten, transactiekosten.
Model  Top
  1. Een stelsel van gedragsvergelijkingen, waarbij in elke vergelijking het gedrag van de betrokken partij of partijen (consument, producent, overheid, bankwezen en/of buitenland) expliciet en vereenvoudigd beschreven staat.

    Essentieel is dat de aannames (in de vorm van veronderstellingen t.a.v. de werkelijkheid en t.a.v. het gedrag) expliciet vermeld staan. {Algemene economie en Econometrie}.

  2. Een stelsel van wiskundige vergelijkingen om eindwaarden of contante waarden te berekenen in complexe situaties. {Financiële Rekenkunde en Levensverzekeringswiskunde}.

  3. Een door de Raad voor de Jaarrekening samenhangende reeks van expliciet geformuleerde richtlijnen voor het opstellen van de balans of de resultatenrekening {Externe verslaglegging}

  4. Een verborgen stelsel van handelingsvoorschriften waarmee een onbekende bedrijfseconomsiche grootheid berekend kan worden op basis van een reeks data.

    Het stelsel zit impliciet in de opgave verweven, omdat explicitering ervan de weg van de data naar de onbekende grootheid te makkelijk zou maken. {Bedrijfseconomie}.

  5. Wiskundige uitwerking van economische modellen, waarbij expliciete veronderstellingen worden gehanteerd die af kunnen wijken van wat gebruikelijk is bij de algemene economie of die juist vergelijkingen toevoegen aan de bedrijfseconomische problemen. {Wiskundige Economie}
N.B. Het verschil tussen algemene economie en bedrijfseconomie is dus dat het stelsel van gedragsvergelijkingen dat typerend is voor de algemene economie volledig ontbreekt bij de bedrijfseconomie (een enkele uitzondering zoals de break-even analyse daargelaten).

 
De bedoeling van deze website
Deze pagina is onderdeel van de website bedrijfseconomische-begrippen.nl. Dit is een website die gekoppeld is aan bedrijfseconomische-modellen.nl en geeft inzicht in de manier waarop economen werken met homoniemen, synoniemen, misconcepties, anglicismen en afkortingen.

Vooral opgaven in bedrijfseconomische leerboeken bevatten vaak simpele en daardoor onjuiste begrippenstructuren. Het motto van deze site is dan ook: "Leren omgaan met slordig woordgebruik".

De site bedrijfseconomische-begrippen.nl is ook onderdeel van het Onderwijsportaal. Op deze portal kunt u sites rechtstreeks benaderen door trefwoorden in te tikken met .nl erachter. Zo kunt u deze portal via bedrijfseconomische-begrippen.nl bereiken.

De smartphone-versie kunt u direct bereiken via bedrijfseconomischebegrippen.nl. Om te zorgen dat de tekst op de smartphone goed leesbaar is, staan op deze versie veel witte regels in de tekstfragmenten.

Mocht u tips of hints hebben dan ontvangen wij die graag via de webmaster
 
Informatie over opleidingen en banen
Onderwijsportaal | Universiteiten
Banen-per-stad | Vacatures-onderwijs
 
Website van Fons Vernooij: fons-vernooij.nl
Copyright © 1998 by Fons Vernooij en anderen.

Wij volgen de Google-policy (kijk op Hoe Google uw gegevens gebruikt) en zijn niet
verantwoordelijk voor de advertenties van Google en de verwerking van de informatie.

Registratienummer V.O.F. Adviesbureau CASA: KvK Rijnland: 58884114 / BTW 8532.22.848
Webmaster: Fons Vernooij

Info over privacy en cookies: zie Privacybeleid
Leveringsvoorwaarden zie bijgaand document

 
Logo Onderwijs-En-Banen.nl
 
 
Logo Onderwijs-En-Banen.nl
Info studie en werk