Home Fons Vernooij
Vakdidactiek
Homepage Vakdidactiek
Welkom op de site
Introductie in de vakdidactiek
Soorten van kennis
lijn
Kennis van situaties
lijn
Kennis van begrippen
lijn
Kennis van procedures: BE
lijn
Kennis van procedures: BH
lijn
Kennis van strategieën
Het gegevensadagium
Help- en antihelpstrategieën
Systematische probleemaanpak
SPA in het Leerplan M&O
Kiezen van het juiste model
Samensmelting van modellen
Controlestrategieën
Leerstijlen
Instructietechnische noties
Gokstrategieën
Namen leren
Competenties
lijn
Originele Proefschrift
lijn
Artikelen van Fons Vernooij
Artikelen bedrijfseconomie
Vakdidactische artikelen M&O
lijn
Relevante artikelen
Zelfstandig leren lezen (2012)
Probleemoplossen als vaardigheid
    (2003)
Virtueel leren in het voortgezet
    onderwijs (2001)
De toetsende tucht van de
    dimensieanalyse (1993)

Samenvatting proefschrift
Het leren oplossen van bedrijfs-
    economische problemen (1993)
.
Leren leren (1998)
 
Laatste update vakdidactiek-bedrijfseconomie.nl: 19 maart 2017.
  Vakdidactiek-Bedrijfseconomie.nl  
Zie voor vakdidactische termen ook bij: bedrijfseconomische-begrippen.nl
  B    C    D    E    F    G    H    I    J    K    L    M    N    O    P    Q    R    S    T    U    V    W    Z
En kijk ook eens op: bedrijfseconomische-modellen.nl
 

Help- en antihelpstrategieën

De auteur van een vraagstuk kan niet alleen invloed uitoefenen op de complexiteit van een vraagstuk, maar kan ook in het vraagstuk hulp inbouwen om de uitwerking te sturen. Dat is vaak ook nodig, want als je thuis bij het oplossen van een vraagstuk vastloopt en afhaakt, bereikt die auteur zijn doel niet. Dus het opvoeren van de complexiteit om een probleem realistischer te maken, moet gepaard gaan met hulp om toch ervoor te zorgen dat de student verder gaat met het zoekproces naar de gewenste oplossing.
Die hulp is niet toevallig en incidenteel, maar gebeurt systematisch. In feite zijn er een aantal helpstrategieŽn die een auteur kan hanteren om ondersteuning te bieden.
1. Het formuleren van opstapvragen
2. Het geven van voorbeelden
3. Het aanbieden van algemeen geldige modellen
4. Het beschrijven van situaties
5. Toepassen van niet-economische hulpmiddelen

PAD voor een berekening van de interne nettowinst
diagram van de interne nettowinst
1: Het formuleren van opstapvragen
De belangrijkste helpstrategie is het stellen van opstapvragen. Dit zijn vragen gericht op de berekening van een tussenresultaat. Tegelijkertijd is het weglaten van opstapvragen een anti-helpstrategie.

Zo kan de auteur van een vraagstuk over de berekening van de nettowinst (zie bijgaand PAD) in een handelsonderneming op basis van allerlei gegevens direct naar de omvang v an de nettowinst vragen. Degene die het vraagstuk moet oplossen, moet dan alle verbanden zelf toevoegen (zie ook: Het PAD).

De auteur kan ook hulp bieden door zijn vraag in delen te splitsten:
1. bereken de brutowinst;
2. bereken de bedrijfskosten;
3. bereken de nettowinst.

Deze opsplitsing van de hoofdvraag volgt direct uit het PAD voor de berekening van de interne nettowinst. Elke vraag naar een tussenresultaat in de berekening kan in feite als opstapvraag dienen.

In het bovenstaande PAD is direct te zien dat de vraagstelling nog meer uitgesplitst kan worden door te vragen naar de berekening van de omzet, de inkoopwaarde van de omzet en de variabele kosten in deze periode.

Het gevolg is dat deze helpstrategie om de hoofdvraag te splitsen in deelvragen de opgave reduceert tot een invuloefening:
1a. bereken de omzet
1b. bereken de inkoopwaarde van de afzet
1c. bereken de brutowinst;
2a. bereken de variabele kosten
2b. bereken de bedrijfskosten;
3.   bereken de nettowinst.

Voor de auteur van een leerboek gaat deze detaillering te ver omdat er dan geen denkwerk meer overblijft, maar bij voorbeeld bij computer ondersteund onderwijs is dit een belangrijke strategie om een dialoog op te bouwen die steeds gedetailleerder hulp biedt bij het aanpakken van een vraagstuk als iemand er niet uit komt.

Het nadeel van dergelijke opstapvragen is dat de auteur de hoofdlijnen van het oplossingspad verraadt. Hoe meer opstapvragen er zijn, hoe minder werk is er voor de student om zelf te bedenken welke tussenresultaten in welke volgorde moeten worden berekend.

Het mooiste zou dus zijn als de auteur van een boek de opstapvragen verborgen kan houden tot de student er zelf om vraagt. Maar daarin schiet het boek als leermiddel te kort. De auteur kan niet inspringen tijdens het oplossingsproces zoals de computer dat kan en hij zal zijn hulp dus vooraf aan iedereen bekend moeten maken.

2: Het geven van voorbeelden
Een tweede helpstrategie is het geven van goedgelijkende voorbeelden. Dat is een veelgebruikte strategie in het bedrijfseconomisch onderwijs.

De bedoeling van de auteur is dat de student het voorbeeld bestudeert en daarbij de getallen uit de berekening schrapt, zodat het oplossingspad overblijft. De studenten moeten het pad onthouden en toepassen in soortgelijke situaties. Of zij moeten variaties op het pad onderkennen en het pad eventueel in omgekeerde richting aflopen.

Als je je moet voorbereiden op een proefwerk of tentamen, dan kun je de voorbeelden bestuderen door alle getallen te schrappen. Diezelfde getallen komen in elk geval niet terug. Wel de relaties tussen de grootheden die in de uitwerking zijn opgenomen.

Als je voor het gemak dus alleen getallen in je schrift opneemt, dan heb je precies de verkeerde aantekeningen gemaakt voor de toets die komt.
  3: Algemeen geldige modellen
Een derde helpstrategie is het geven van algemeen geldige modellen. Die modellen zijn te omschrijven in verhalende vorm, waarbij een belangrijk probleem van de ondernemer tot uitgangspunt is gekozen.

Het verhaal volgt de ondernemer die op zoek gaat naar een oplossing voor zijn probleem. Stap voor stap beredeneert de ondernemer via welke tussenresultaten hij bij de vereiste data kan komen.

Dit verhaal is samen te vatten in schema-vorm (zoals de schema's die regelmatig aan de orde komen). Deze aanpak staat elders beschreven als de missing link.

4: Het beschrijven van situaties
Een bijzondere helpstrategie is het verstrekken van situationele informatie. Vraagstukken zijn automatisch geordend in onderwerpen die hoofdstuk-gewijze worden aangeboden.

Omdat je weet dat het vraagstuk bij een bepaald hoofdstuk hoort, weet je ook welke veronderstellingen binnen dat hoofdstuk gelden. Daarmee is het aantal mogelijke oplossingen afgebakend door de situatie waarin het wordt aangeboden.

Het nadeel van deze helpstrategie is dat hij in oefensituaties beter werkt dan op een toets. Als je een soortgelijk vraagstuk op een toets krijgt, zijn alle hoofdstukken uit het boek van belang en plotseling is die beschermende omgeving verdwenen. Het vraagstuk blijkt dan gebonden te zijn aan de situatie waarin het werd aangeboden. Zonder informatie over die situatie is het ineens een stuk complexer geworden.

Auteurs kunnen heel subtiel signalen geven over de situatie waarin je het vraagstuk moet plaatsen en je daarmee uitnodigen om allerlei dingen in herinnering te roepen.

Zo duidt de term normaal steevast op massaproductie, de toepassing van de kostprijsformule en de berekening van het bezettingsresultaat. Tijdens de orientatie op het vraagstuk, komen bij de expert dan al beelden van berekeningen, formules en bijbehorende valkuilen naar boven.

5: Toepassen van niet-economische hulpmiddelen
Tot de helpstrategieŽn behoren ook de niet-economische hulpmiddelen om de leerlingen / studenten te leiden naar een goede uitkomst.

Deze hulpmiddelen werken vaak ook als je niet snapt wat je aan het doen bent (zie ook bij de GokstrategieŽn):

• het presenteren van gegevens in de volgorde waarin ze gebruikt moeten worden;

• het afwisselen van gegevens en vragen, waarbij de vragen betrekking hebben op de gegevens die vlak daarvoor zijn verstrekt;

• het vermijden van overbodige gegevens om verwarring uit te sluiten;

• het kiezen van ronde getallen, die de berekening overzichtelijk maken;

• het ordenen van vragen met behulp van onderverdelingen a, b, c, etc. waaruit blijkt welke vragen bij elkaar horen;

• het beperken van de complexiteit door bepaalde tussenresultaten op Ä 0,- te stellen;

• het beperken van doorwerkende fouten door studenten te vragen aan te tonen waarom een bepaald  tussenresultaat een bepaalde waarde moet hebben.

Al deze helpstrategieŽn kunnen wel bijdragen aan een goede score op het tentamen of examen, maar ze dragen slechts in beperkte mate bij aan het opbouwen van economisch inzicht. Vaak komen ze in de plaats van economisch inzicht en kunnen daardoor een uitwerking hebben die contra-productief is. Als een auteur handelt in strijd met deze regels, creŽrt hij verwarring en maakt het vraagstuk moeilijker dan nodig is.

Controlestrategieën
Toch is de kennis van deze helpstrategie zinvol, maar dan als onderdeel van de controle van een vraagstuk (zie ook Controlestrategieën). Zodra een vraagstuk een uitkomst oplevert die niet mooi rond is, dan is er alle aanleiding om nog eens na te rekenen of er geen rekenfout in het spel is. De ervaring leert immers dat de meeste opgaven een mooi rond getal opleveren. Maar het is niet meer dan een signaal en geen deel van het oplossingsproces.

Dat geldt ook voor het nalopen van de gegevens. Als er een gegeven ongebruikt blijft, is het een signaal dat er misschien iets over het hoofd is gezien. Maar het betekent niet dat je ten koste van alles een uitkomst moet verzinnen waarin dat extra gegeven verwerkt zit.

Antihelpstrategieën
Het spreekt vanzelf dat het weglaten of onjuist hanteren van de genoemde helpstrategieŽn een tegengesteld effect kan hebben. De hulp verdwijnt of wordt bewust gehanteerd om een dwaalspoor uit te zetten. De helpstrategieŽn veranderen in dat geval in anti-helpstrategieŽn.

Het weglaten van opstapvragen of het presenteren van een probleem zonder goed gelijkend voorbeeld of zonder algemeen geldig model, maken het vraagstuk moeilijker omdat je zelf meer denkstappen moet zetten. Het weglaten van onderverdelingen in de nummering, het toevoegen van overbodige gegevens, en het gebruik van niet-ronde getallen, zijn voorbeelden van anti-helpstrategieŽn die een auteur kan gebruiken om een vraagstuk lastiger te maken, zonder dat deze een beroep doet op meer economisch inzicht.

Zelfs het stellen van een heel simpel vraagje kan examenkandidaten in problemen brengen omdat zij voor elke vraag een bepaalde moeilijkheidsgraad verwachten. “Dit is te simpel, dit zullen ze wel niet bedoelen”, hoorde ik een leering eens zeggen tijdens een hardop-denk-sessie. Echter deze inschatting is als controlestrategie een prima gedachte, maar het is niet meer dan een signaal om nog eens rustig de vraag te overdenken.

(Zie ook: bedrijfseconomische-begrippen.nl)
 
Informatie over opleidingen en banen
Universiteiten | Onderwijsportaal |  Vacatures-onderwijs | Banen-per-stad
 
De bedoeling van de website Vakdidactiek Bedrijfseconomie
Vakdidactiek-bedrijfseconomie.nl is nauw verbonden aan de de websites bedrijfseconomische-begrippen.nl en bedrijfseconomische-modellen.nl. Zij biedt essenties van de vakdidactiek bedrijfseconomie aan in overzichtelijke eenheden, voor zowel leerlingen, studenten, als docenten.

Auteur is Fons Vernooij, die als eerste in Nederland is gepromoveerd op een onderwerp uit de vakdidactiek bedrijfseconomie (september 1993): “Het leren oplossen van bedrijfseconomische problemen. Didactisch onderzoek naar kostprijs- en nettowinstvraagstukken in het voortgezet onderwijs”. Deze dissertatie is de bron voor de pagina’s van deze site.

Mocht u tips of hints hebben dan ontvangen wij die graag via de webmaster Fons Vernooij.
Website van Fons Vernooij: fons-vernooij.nl
Copyright © 1998 by Fons Vernooij en anderen.
Wij volgen het privacy-beleid van Google en zijn niet verantwoordelijk voor het selecteren van de advertenties in de Google vakken.
Registratienummer V.O.F. Adviesbureau CASA: KvK Rijnland: 58884114 / BTW 8532.22.848
Dossiernummer Stichting Onderwijsportaal: KvK Rijnland: 28092786 / BTW-nummer 8106.36.025
Webmaster: Fons Vernooij

Info over privacy en cookies: zie Privacybeleid
Leveringsvoorwaarden: zie bijgaand document